Parenteel van Godschalk van Twenthe van Verdun

1 Godschalk van Twenthe van Verdun is geboren omstreeks 1010, zoon van Herman van Ename van Verdun en Imma van Haspengau. Godschalk is overleden op 16-12-1063, ongeveer 53 jaar oud.
Notitie bij overlijden van Godschalk: Gesneuveld op het slagveld in Noordwestfalen.
Notitie bij Godschalk: Zie: http://www.graafschap-middeleeuwen.nl/zutphen/godschalk-i-twente.html#ConflictFriesland
Graaf van Agradingouw, Emsgouw, Hetter, Twente en pagus Westfalen en heer van Zutphen.
Vermeld als leengraaf van Noord Hamaland, graaf in Bochum, graaf in Twenthe, leengraaf in Hettergouw, stichtsvoogd van Münster en voogd van Liesborn; voogd van de kapittelkerk in Zutphen en eigenaar van de burcht in Zutphen.
Godschalk sneuvelde in Friesland in het leger van bisschop Adalbert van Bremen.
In een oorkonde van 1059 zegt bisschop Wilhelmus van Utrecht dat een langdurig geschil omtrent tienden met de heren van Zutfen is opgelost. Graaf Godschalk, zijn vrouw Adelheid en hun zonen Gebehard en Otto krijgen de tienden van Lochem toegekend.(Sloet nr 173) Als Gebehard geen schrijffout is van Gerhard moet worden betwijfeld of Godschalk de vader is van de hier vermelde kinderen.
zie ook: http://wiki-de.genealogy.net/Loen_zu_Lohn,_von
Vermeld in oorkonden tussen 1026 en 1059.
Godschalk trouwde, ongeveer 25 jaar oud, omstreeks 1035 met Adelheid van Zutphen, ongeveer 20 jaar oud. Adelheid is geboren omstreeks 1015, dochter van Liudolf van Lotharingen en Mathilde van Zutphen. Adelheid is overleden omstreeks 1041, ongeveer 26 jaar oud. Adelheid is weduwe van [misschien] Rutger van Kleef (geb. ±1010), met wie zij trouwde omstreeks 1030.
Notitie bij Adelheid: Vermeld als gravin van Zutphen, erfgenaam van Waldenburg, erfgenaam van Zutphen, erfgenaam voogdij van Borghorst, erfgenaam voogdij van Münster.
Ook vermeld als Adelheid van Lotharingen.
Kinderen van Godschalk en Adelheid:
1 Gerard I van Zutphen van Lohn, geboren omstreeks 1035. Volgt 1.1.
2 Otto II de rijke van Zutphen, geboren omstreeks 1040. Volgt 1.2.
3 [waarschijnlijk] Umbert van Zutphen [1.3].
Notitie bij Umbert: Monnik in Corvey, later abt van het klooster Abdinghof in Paderborn.
1.1 Gerard I van Zutphen van Lohn is geboren omstreeks 1035, zoon van Godschalk van Twenthe van Verdun (zie 1) en Adelheid van Zutphen. Gerard is overleden omstreeks 1092, ongeveer 57 jaar oud.
Notitie bij Gerard: Vermeld in een oorkonde van 1059 van bisschop Wilhelm van Utrecht, waarin de geschillen tussen de voorgangers van de bisschop van Utrecht met de Heren van Zutphen worden bijgelegd. Vermeld staan graaf Godschalk met zijn vrouw Adelheid en hun zonen Gebhart en Otto.
http://www.graafschap-middeleeuwen.nl/lohn/gerhard-i-lohn.html
Grote kans dat Gerhard I al tijdens zijn vaders leven in diens voetsporen in pagus Westfalen en, misschien, de Hetter treedt.
In ieder geval komt hij in 1086 samen met zijn zoon Godschalk I voor met de toenaam Lohn, maar dan zonder grafelijke titel: "Gerhardus de Laon. Godascalcus filius eius".
Het geslacht Lohn heeft vele zijtakken waaronder de families Van Der Heiden, Wesenthorst, Varsseveld en Silvolde.
Zie ook: http://wiki-de.genealogy.net/Loen_zu_Lohn,_von
"Gerhard von Loen, Gf. v. Nordzutphen, geboren um 1043 (urk. 1059-1086, 1092 + 1059) um 1064 als Erbe seines Onkels Rupert, 1086 Gf. zu Loen, oo Irmgard N. Kinder:
Edelherr Godschalk I. von Lohn, Herr z. Rees (1085 –1092)
Ruprecht (Rupert) war sein Vorgänger als Graf von (Nordwest-) Zutphen, Herr in der Hetter / Elten, Lochem a.d.Berkel (1045/1064) und war verheiratet mit Irmtrud v. Aspel, welche sich nun Gräfin von Zutphen nannte und eine Nichte Kaiser Konrad II. und eine Schwester Irmgards v. Aspel war.
Zu dessen Zeit, im Jahre 1046 lag die Grenze der Grafschaft des Rupertus zu Zutphen, „in Hamalanda sito“, auch bei „de Hunne ad Weicstapolon“ oder Weggestapelen, zwischen Bathmen und Holten, bei "Loo" an der Schipbeek, „inde ad Westerfle“ oder Westerflier bei Diepenheim. Hier könnte der Sitz der späteren Familie von "Loen" zunächst vermutet werden.
Lochem an der Berkel lag 1059 in der Utrechter Grafschaft des Ruprecht. Hier war ein Streit um den Zehnten zu Lochem zwischen Godschalk, Präfekt von Gennep, Besitzer der Herrlichkeit (Süd-)Zutphen (Graafschap mit Arnheim) und Ruprecht, Graf zu (Nord-) Zutphen entstanden, welcher vom Utrechter Bischof Wilhelm I. von Poitou (1054-1076) beigelegt wurde."
Zie ook MD Teenstra: Jaar 1085. Gerhard I wordt erfgraaf van geheel Gelderland en regeert tot 1117.
Gerard trouwde met Irmgard van Aspel.
Kind van Gerard en Irmgard:
1 Godschalk I van Lohn, geboren omstreeks 1070. Volgt 1.1.1.
1.1.1 Godschalk I van Lohn is geboren omstreeks 1070, zoon van Gerard I van Zutphen van Lohn (zie 1.1) en Irmgard van Aspel. Godschalk is overleden omstreeks 1110, ongeveer 40 jaar oud. Godschalk trouwde met NN van NN.
Kinderen van Godschalk en NN:
1 Alardus van Wesenhorst van Lohn [1.1.1.1], geboren omstreeks 1090. Alardus is overleden na 1155, minstens 65 jaar oud.
Notitie bij Alardus: Heer van Wesenthorst, van Varsseveld en van Heiden.
1145; "Allardus de Wissenhurst et frater Winemarus" zijn getuigen in een oorkonde waarin keizer Koenraad III de schenking bekrachtigd van de gouwen Westergo en Oostergo aan de kerk van Utrecht. Getuigen Hendrik graaf van Gelre, Godfried van Arnsberg en zijn broer graaf Herman, Dirk van Altena, Adelbert graaf van Novenich, Godfried prefect van Neurenberg, Rotbert graaf van Lurenburg, Godfried van Rijn en zijn broer Hugo, Gijsbert de zoon van advocaat Hugo, Gerard van Marten (Malsen?), Alard van Megen, Jordanus van Windesheim, Godfried van Wekene, Peregrinus van Campfeld, Litardus van Diepenheim, Alardus van Wisenhurst en zijn broer Werneboldus, Willem graaf van Goor, Rudolf de Wia, Otto van Malberg, Everhard Crichelman, Hendrik van Papenheim onze maarschalk, Hendrik Freso en zijn broer Wicher, Hendrik van Boningen, Arnold van Rodenburg, etc.
1155; Alardo de Wisenthurst; Winemar van Tideham; Dirk van Altena, Hugo Buter als vrije mannen getuigen met de dienstmannen Alberone, Diederik, Gerard, kastelein Otto, schulte Werner, maarschalk Gijsbert, cappellario Lubbert, Ulrik en Meinzone (Menso) in een oorkonde van bisschop Herman van Horne die de parochianen van Lopik bevestigd in het bezit van land voor de aanleg van een kanaal naar de Ijssel met sluis.

Zeer waarschijnlijk is deze Alardus dezelfde persoon als Adelhardus, voogd van de hof te Urk van St Pantaleon.
In of omstreeks 1106/1107, als voogd van Pantaleon beleend met de hof te Urck, bezit van de abdij S Pantaleon te Keulen, vermeld in een oorkonde opgemaakt tussen 1082 en 1118. Daarin geeft abt Herman van Zutphen van het klooster S Pantaleon de hof te Urch in pacht aan de voogd van dat hof en bij goed gedrag zal hij als erfpachter worden aangesteld.
In de oorkonde is vermeld dat hij bij goed gedrag het hofgoed in erfpacht zal krijgen. Dat zegt iets over zijn karakter. Hij was samen met zijn broer Winemar Heer van Wesenhorst en mogelijk gaf dat wat problemen en heeft men gezocht naar een functie op enige afstand waar hij zich zelfstandig kon ontplooien. De oplossing kwam in 1107 toen Hendrik van Zutphen, de zoon van Otto de Rijke van Zutphen die een broer was van Adelhardus grootvader Gerard, het graafschap Urk en Emelweerd verkreeg. Het leengoed bij Urk van St Pantaleon verkeerde in neergaande lijn van exploitatie en Adelhardus kon hier zijn energie wel in kwijt. Ruim 50 jaar later krijgt een Hendrik de burcht Kuinre in leen.
[In februari 966: Keizer Otto I schenkt aan het klooster van St Pantaleon te Keulen: “het halve eiland Urk en al hetgeen zich bevindt tussen de overzijde van de rivier de Nakala tot aan Vunninga, met al zijn graslanden, weidegronden, visgronden, wateren en waterlopen, begaanbare en onbegaanbare wegen, roerende en onroerende zaken, nog te onderzoeken of reeds onderzocht en met alle wettige rechten die daartoe behoren, gelegen in het graafschap van graaf Egbert, waar weleer graaf Gardolf toezicht had.”

29 juni 968: Keizer Otto I geeft aan het nonnenklooster te Elten, gesticht door graaf Wichman, wat deze in beneficium bezat in territorium Urk, in de gouw Salon en in de graafschappen Naardinkland en Hamaland.

OSU 3033 (244bis) tussen 1082 en 1121) De abt van St. Pantaleon te Keulen (Herman van Zutfen) geeft de hof te Urk onder zekere voorwaarden (een vergoeding van vier en een halve mark zilver Keuls en de verplichting om de kameraar en twee dienaren onderdak te verlenen en de verplichting om hen te vervoeren naar Stavoren voor afdracht van de pachtsom en hen terug te brengen naar Nagelum) aan de voogd Adelhardus van dat hof in erfpacht uit. Zie ook: Fon Jelde; opstellen van D J Henstra over middeleeuws Frisia.

1118: Graaf Gerard van Gelre en zijn zoon Gerard zijn getuigen in een oorkonde waarbij keizer Hendrik V de kerk te Utrecht bevestigt in het bezit van een graafschap in Friesland.
(1118 is het sterfjaar van Hendrik van Zutphen (kinderloos) die de grafelijke rechten bezat van Urk en Emelweerd, welke rechten bij kinderloos overlijden zouden terugvallen op zijn vader; deze was echter al in 1113 overleden, zodat de grafelijke rechten vervielen aan de landsheer, de bisschop van Utrecht)
In 1118 verkrijgt bisschop Godebald van Utrecht het "SWECHUS" ( Oud hoogduits: swega = kudde en hûs = verblijfplaats, huis; in Schoonebeek Boo genoemd, waar zomers de herder met vee verbleef) te Kuinre met enkele hoeven en enig grasland. Vermoedelijk zijn die hoeven met land een oorspronkelijk landgoed, aangelegd volgens de richtlijnen van Karel de Grote, vermeld in zijn Capitulare de villis enz. Uit de goederenlijst van St Odulphus van 1132 blijkt dat Cunre al over een kapel beschikte en dat komt dan overeen met de bepalingen van het landgoederenbesluit dat elk landgoed over een kapel dient te beschikken. Swechhus wordt ook uitgelegd als Zwichthuis, een wijkplaats, in dit geval dan een uitwijkplaats voor het vee in de nacht, maar het kan dan ook een versterking zijn geweest waar men in geval van nood bescherming kan vinden.]

Kuinre is een strategisch gelegen plek waar door het leger van Karel Martel of zijn opvolgers zeker een versterking is aangelegd tijdens de pogingen om de Friezen en Saksen te onderwerpen. Het landgoed diende dan voor de voedselvoorziening van het leger en de decentrale hoven.
Aan wie het leengoed Kuinre in 1118 in leen is gegeven door de bisschop is niet vermeld, maar zeer zeker aan een lid van de familie Gelre/Zutphen, waarschijnlijk aan Hendrik van Wesenhorst, die zich daarna Hendrik van Cunre noemde. Deze Hendrik is een neef van Adelhardus, de pachter van het hof te Urk.
2 Winemar van Wesenhorst van Lohn [1.1.1.2], geboren omstreeks 1095. Winemar is overleden na 1153, minstens 58 jaar oud.
3 Gerhard II van Rees van Lohn, geboren omstreeks 1100. Volgt 1.1.1.3.
4 Gotschalk van Varsseveld van Lohn, geboren omstreeks 1100. Volgt 1.1.1.4.
1.1.1.3 Gerhard II van Rees van Lohn is geboren omstreeks 1100, zoon van Godschalk I van Lohn (zie 1.1.1) en NN van NN. Gerhard is overleden na 1152, minstens 52 jaar oud.
Notitie bij Gerhard: Heer van Rees en advocatus/voogd in Munster.
Vermeld in oorkonden tussen 1110 en 1152.
Graaf van Lohn.
Kinderen van Gerhard uit onbekende relatie:
1 Godschalk II van Lohn, geboren omstreeks 1125. Volgt 1.1.1.3.1.
2 [misschien] Gerhard van Lohn [1.1.1.3.2], geboren vóór 1173. Gerhard is overleden na 1221, minstens 48 jaar oud.
1.1.1.3.1 Godschalk II van Lohn is geboren omstreeks 1125, zoon van Gerhard II van Rees van Lohn (zie 1.1.1.3). Godschalk is overleden na 1185, minstens 60 jaar oud.
Kind van Godschalk uit onbekende relatie:
1 Gerhard III van Lohn, geboren vóór 1190. Volgt 1.1.1.3.1.1.
1.1.1.3.1.1 Gerhard III van Lohn is geboren vóór 1190, zoon van Godschalk II van Lohn (zie 1.1.1.3.1). Gerhard is overleden in 1225, minstens 35 jaar oud. Gerhard trouwde met NN van Bredevoort.
Kinderen van Gerhard en NN:
1 NN van Lohn [1.1.1.3.1.1.1].
2 Beatrix van Lohn [1.1.1.3.1.1.2].
3 Godschalk van Lohn [1.1.1.3.1.1.3].
4 Hendrik van Lohn [1.1.1.3.1.1.4].
5 Mechteld van Lohn [1.1.1.3.1.1.5].
6 Otto van Lohn [1.1.1.3.1.1.6].
7 Gerhard IV van Lohn [1.1.1.3.1.1.7].
8 Hermannus I van Lohn, geboren in 1203. Volgt 1.1.1.3.1.1.8.
1.1.1.3.1.1.8 Hermannus I van Lohn is geboren in 1203, zoon van Gerhard III van Lohn (zie 1.1.1.3.1.1) en NN van Bredevoort. Hermannus is overleden in 1252, 48 of 49 jaar oud.
Notitie bij Hermannus: oorkondenboek Oost Friesland:
Nr 17 Herford, 20 september 1224; Koning Hendrik VII beleent de edele vrouw Sophia, echtgenote van graaf Otto van Ravensberg, met het graafschap in Eemsgouw en met meerdere goederen en rechten zoals graaf Otto van de koning en zijn voorgangers in leen heeft gehad. Getuigen: hertog Walravenus en Hendrik zijn zoon, Gerard van Wassenberg, graaf Gerard van Theiz, graaf Adolf van Altena, graaf Godfried van Arnsberg, Herman, advocaat van Keulen en zijn zoon, rentmeester van Woltburg, Gerlagus van Bodinken, Herman van Alvetere, Herman van Lon, Godschalk van Lon, Reinold van Ressen, Sweder van Dinkethen.
Hermannus:
(1) trouwde met Sophia.
(2) trouwde, ongeveer 34 jaar oud, omstreeks 1237 met Eufemia van Coevorden van Werl, ongeveer 22 jaar oud. Zie 1.2.3.1.1.1.1.2.1 voor persoonsgegevens van Eufemia.
Kinderen van Hermannus en Sophia:
1 Hendrik van Lohn [1.1.1.3.1.1.8.1].
2 Herman II van Lohn. Volgt 1.1.1.3.1.1.8.2.
3 Beatrix van Lohn [1.1.1.3.1.1.8.3].
4 Sophia van Lohn [1.1.1.3.1.1.8.4].
5 Agnes van Lohn [1.1.1.3.1.1.8.5].
1.1.1.3.1.1.8.2 Herman II van Lohn, zoon van Hermannus I van Lohn (zie 1.1.1.3.1.1.8) en Sophia. Herman is overleden in 1316. Herman trouwde met Gertrud van Holte.
1.1.1.4 Gotschalk van Varsseveld van Lohn is geboren omstreeks 1100, zoon van Godschalk I van Lohn (zie 1.1.1) en NN van NN. Gotschalk is overleden na 1152, minstens 52 jaar oud.
Notitie bij Gotschalk: Vermeld in oorkonden tussen 1138 en 1152.
Was gorechter in Südlohn, met Winterswijk, Aalten, Varseveld, Zelhem en Hengelo. Heer in de kerspelen Eibergen, Neede, Groenlo en Geesteren.
Lacomblet 355; (1138-1146) Aartsbisschop Arnold I van Keulen bevestigd de ruiling , waardoor Godschalk, broer van graaf Gerard van Loo, de Stiftskerk van Rees een goed te Menzeln tegen een ander inwisselt. Onder de getuigen graaf Otto, graaf Adolf, Christaan van Wieslinchonin, Engelbertus de Hornin, Heinricus de Aldenthorrin, Herimannus de Heppenthorpo.
1152; Frederik, bisschop van Münster, sluit een overeenkomst met de ridder Godschalk betreffende het slot Lohn etc. . (zie Sloet nr 300)
Godschalk verkrijgt in leen de kerspelen Loon, Winterswijk, Aalten, Varseveld, Zelhem en Hengelo, dat hij beweerde uit zijn gravenambt te bezitten.
Als getuigen worden vermeld:
Baljuw/ provoost Engelbertus; baljuw/provoost Engelbertus in Frisie; vrije mannen: Godschalk van Varseveld; Winemarus en Adalhardus zijn broers; dienstmannen: Bernhard van Dulmen en Steven van Frethene;
Gotschalk trouwde met Lutgard van Were.
1.2 Otto II de rijke van Zutphen is geboren omstreeks 1040, zoon van Godschalk van Twenthe van Verdun (zie 1) en Adelheid van Zutphen. Otto is overleden op 16-04-1113, ongeveer 73 jaar oud. Hij is begraven in Walburgiskerk Zutfen.
Notitie bij Otto: Vermeld als Heer van Zutphen, graaf in Friesland, ondervoogd van Corvey, graaf van Zutphen, Graaf van Corvey en graaf in Noordwestfalen.
1064 Vermeld als graaf Otto. Willem, bisschop van Utrecht, verklaart, volgens opdracht van keizer Hendrik IV, dat graaf Otto op een hofdag, door die keizer te Aken gehouden, waar tegenwoordig was Gerard graaf van Gelre, overgedragen heeft aan Constantijn van Melegarde de advocatie over de horige goederen en personen der kerk te Zutfen, doch voor zich en de wettige erfgenaam van oppidum Zutfen behouden heeft die over de curtis der kerk en over de wastinsigen; de proost ontvangt voor het ruilen van horigen twee solidi of een geitenvel; de keizer staat toe, dat ieder vrije zich en zijne goederen aan de kerk te Zutphen mag opdragen.
(Enkele vermeldingen kunnen niet juist zijn. Hendrik IV werd keizer in 1084; de aanwezige Herman was aartsbisschop van Keulen tussen 1089 en 1099; ook de overige vermelde hoogwaardigheidsbekleders kunnen niet aanwezig zijn geweest. Gerard graaf van Gelder moet dan Gerard I Flamens zijn geweest. Ook aanwezig zou zijn geweest Coenradus hertog van Luxemburg. Dat moet dan de grootvader zijn geweest van Koenraad van Luxemburg die in 1134 trouwt met Ermgard, de dochter van graaf Otto II van Zutfen. De inhoud van het stuk blijkt echter uit latere oorkonden wel juist te zijn)
Wordt vermeld omstreeks 1169 als getuige in een oorkonde van de kerk van Osnabrück als zoon van prefect Godschalk.
27 september 1074. Otto, graaf van Zutfen en Gelre, getuige in de oorkonde, waarbij Anno II, aartsbisschop van Keulen, goederen door Everhard, graaf van Kleef, en zijn vrouw Berta gegeven voor het stichten van een kerk te Neuss, tussen deze en de Dom te Keulen verdeelt. (Ook in dit stuk vermeldingen van getuigen die niet mogelijk zijn. Dat Otto ook graaf van Gelder was op dat moment kan ook niet waar zijn)
Sloet 202; 3 augustus 1101; Otto van Zutfen en Gerard graaf van Wassenberg, zijn aanwezig bij de teruggave door Hendrik graaf van Limburg van het predium Pronsfeld aan de abdij te Prum, ten overstaan van Hendrik IV. Andere aanwezigen: hertog Frederik, markies Burchart, Gerard van Gulik, Wernerus van Groningen, graaf Adolf van Berg en Diederik van Thoneburch.
Sloet 203; 1103; Otto graaf van Zutfen is aanwezig bij het ruilen van goederen tussen de proosten van St Steven te Mainz en van Ravengirsburg, waarbij de eerste de kerk van Alzey verkrijgt.
Sloet 208;1105 graaf Otto vermeld als de herbouwer van de kerk van St Petrus en St Walburgis te Zutfen, ingewijd door bisschop Burchart, die tevens de privileges van de kerk bevestigd.
Uit Henk Verdonk: In 1105 verklaart bisschop Burchard van Utrecht, dat hij, op verzoek van graaf Otto, illustris comitis domini Ottonis, naar Zutphen is gekomen om daar de door deze graaf na een brand her bouwde kerk in te wijden, en nadat hij met de graaf de door mot en vuur beschadigde privileges van de kerk heeft ingezien – op verzoek van de graaf en zijn wettige zonen, ipso cum filiis suis legitimis, die daarover met zijn kanunniken overleg had gepleegd – met de vredesban de goederen van deze kerk bevestigt, en wel over vier met naam genoemde hoven (curtes principales), te weten: te Zutphen, Broekhof, Horstlaar en Rijssel, en over de tien hoeven die graaf Godschalk had geschonken voor de nagedachtenis van zijn zoon Gebehard en al zijn verwanten, en wier voogdij aan de erfgenamen van de Zutphense nederzetting, sola advocatia in manu sua propria et heredum suorum legitimorum huis oppidi retenta, bleef voorbehouden.
Betreffende oorkonde, naar een afschrift uit de zgn. Zutphense rotulus, wordt voor een vervalsing gehouden. Toch mag worden aangenomen dat de inhoud elementen bevat uit een echt stuk. Uit deze oorkonde blijkt dat graaf Otto van Zutphen meerdere zonen heeft gehad.
1107 Hendrik V, Rooms koning, oorkondt dat hij op verzoek van graaf Otto van Zutphen en diens zoon Henricus aan de kerk van Zutphen het recht heeft gegeven dat vrijen zich en hun goed aan haar mogen schenken; aan de proost heeft hij rechtsmacht gegeven en regelt diens bevoegdheden en die van zijn schout; voorts bevestigd hij de graaf in de volledige rechtsmacht in Menardinghamme en in de wildban aan beide zijden van de Isla, welk bezit de graaf en diens voorgangers op grond van eigendomsrecht en niet ingevolge een koninklijke schenking bezaten. Andere getuigen: graaf Cruin, graaf Cono, graaf Hendrik van Kassel, Diederik van Los, Steven en Herman van Oye en graaf Berengarius van Sultebach.
Sloet 210; Oorkonde opgemaakt tussen 1106 en 1128, een lijst van goederen van het stift Corvei, waarin ook het beneficium voorkomt van graaf Otto van Zutfen, voor zijn advocale servitutem, en hoe hij en zijn zoon Hendrik zich goederen hadden aangematigd.
Oorkonde van het stift Corvey tussen 1106 en 1113 opgenomen in het UB van Osnabrück. Overzicht van de inkomsten van abt Erkenbert waarin ook de lenen van graaf Otto en zijn zoon Hendrik worden vermeld.
Uit Henk Verdonk: In een tussen 1106 en 1113 vervaardigde lijst van goederen van abt Erkenbert van Corvey (1106-1128) wordt graaf Otto van Zutphen met zijn zoon Hendrik
genoemd. Volgens deze lijst hield Otto comes Sutfenensis voor zijn diensten als voogd, pro advocati servicio, de hoven Haselünne, Huntlosen en Lastrup in leen van de abdij, alsmede het goed Aldrup, dat door graaf Hendrik, de zoon van Otto, werd geclaimd, comes Heinricus filius Ottonis, en negen boerderijen in Hollwege. Volgens deze goederenlijst had graaf Otto deze voogdij ontvangen uit handen van de hertog, habuit nec advocatiam illam sed advocatiam ducis.
Aangezien de graven van Northeim hoofdvoogd van de abdij van Corvey waren, kan met deze hertog alleen Otto van Northeim zijn bedoeld, die van 1061 tot zijn afzetting door koning Hendrik IV in 1070 hertog van Beieren was. Ook na zijn afzetting bleef hij zich hertog noemen. Omdat Otto van Northeim op 11 januari 1083 overleed, moet graaf Otto van Zutphen in ieder geval vóór deze datum de voogdij over deze goederen in handen hebben gekregen. Zoon Hendrik was gehuwd met Mathilde van Beichlingen, haar vader was voormelde Otto van Northeim. Hendrik ruilt het leen Alzey voor een graafschap in Friesland (Urk en Emelweerd en Kuinre).
Coenradus van Urck verkrijgt later van de abdij Corvey het leengoed Mereta (Mirdum in Gaasterland). Zeer waarschijnlijk zijn er familierelaties tussen Coenraad van Urk en Koenraad van Beichlingen mogelijk, al of niet via Adelhardus de eerste voogd van het leengoed van St Pantaleon in Urk.
Otto:
(1) trouwde, ongeveer 20 jaar oud, omstreeks 1060 met NN (Irmgard?) van Northeim.
Notitie bij NN: De graven van Nordheim waren erfelijk oppervoogden van de abdij Corvey.
(2) trouwde, ongeveer 45 jaar oud, omstreeks 1085 met Judith (Jutta) van Arnstein, ongeveer 15 jaar oud. Judith is geboren omstreeks 1070, dochter van Lodewijk I graaf van Arnstein en Guda (Jutta) van Lahngau. Judith is overleden in 1118, ongeveer 48 jaar oud. Zij is begraven in Walburgiskerk Zutfen.
Notitie bij Judith: http://members.upc.nl/n.prins53/pietzuiker/pietzuikervoorouders/f7700.html
Ook vermeld als Judith van Supplingenburg, www.manfred-hiebl.de/, dochter van graaf Gebhard van Supplinburg en zuster van keizer Lothar III (1125-1137)
Volgens Henk Verdonk kwam het leen Alzey via Judith van Arnstein aan de graven van Zutphen. Het leen stamt dan uit de erfenis van graaf Berthold von Stromburg (Ravensgierburg).
Kinderen van Otto en NN:
1 Hendrik I (de oude) van Zutphen, geboren omstreeks 1065. Volgt 1.2.1.
2 Dirk (Diederik II) van Winzenburg van Zutphen [1.2.2], geboren omstreeks 1070. Dirk is overleden op 28-02-1127, ongeveer 57 jaar oud.
Notitie bij Dirk: Bisschop van Münster.
Hij heeft in 1126 voor zijn nagedachtenis en die van zijn ouders zijn erfgoed te Niedermeiser aan het klooster Abdinghof te Paderborn ge schonken en het is dan ook niet verwonderlijk dat zijn overlijden op 28 februari in het necrologium van dit klooster wordt vermeld.
Het overlijden van de Münsterse bisschop op 28 februari 1127 wordt niet alleen in het necrologium van het klooster Abdinghof genoemd, maar ook in de dodenboeken van het klooster Möllenbeck en de bisschopskerk van Hildesheim.
De inschrijving van bisschop Dirk in het necrologium van Elten, is lang onopgemerkt gebleven. Op 27 februari wordt in dit necrologium het overlijden herdacht van Theodericus Episcopus, met wie ongetwijfeld bisschop Dirk wordt bedoeld.
Hij wordt in de oorkonde van 1127 vermeld als erfgenaam van Zutphen.
Dirk bleef kinderloos.
3 Adelheid van Tecklenburg van Zutphen, geboren omstreeks 1080. Volgt 1.2.3.
4 Gerard van Zutphen [1.2.4], geboren omstreeks 1085. Gerard is overleden omstreeks 1100, ongeveer 15 jaar oud.
Notitie bij Gerard: Vermeld in een oorkonde welke is opgemaakt tussen 1129 en 1133.
Vermeld in de oorkonde van 1134. Zie bij Ermgard.
Moet jong gestorven zijn.
Kinderen van Otto en Judith:
5 Ermgard (Ermengardis) van Zutphen, geboren omstreeks 1090. Volgt 1.2.5.
6 Judith van Zutphen, geboren omstreeks 1092. Volgt 1.2.6.
1.2.1 Hendrik I (de oude) van Zutphen is geboren omstreeks 1065, zoon van Otto II de rijke van Zutphen (zie 1.2) en NN (Irmgard?) van Northeim. Hendrik is overleden in 1118, ongeveer 53 jaar oud.
Notitie bij overlijden van Hendrik: Volgens de Algemene Geschiedschrijving van Nederland door J P Arens zou Hendrik in 1123 zijn overleden en opgevolgd zijn door zijn broer Dirk, de bisschop van Münster. Na diens dood werd Ermgard gravin.
Notitie bij Hendrik: Sloet 206; In een oorkonde opgemaakt tussen 1105 en 1118 (vermoedelijk in 1107) staat vermeld dat Hendrik trouwt met een dochter van Kuno van Nordheim, wiens vader Otto van Nordheim is.
Sloet 207; In een oorkonde uit het jaar 1105 schrijven de geestelijkheid en de burgerij van Mainz aan keizer Hendrik IV, dat zijn vijanden, bijgestaan door o.a. graaf H, zoon van graaf O, de stad zullen aanvallen. Zeer waarschijnlijk wordt hier graaf Hendrik van Zutfen bedoeld.
Sloet 215; In een oorkonde van 28 december 1107 geeft koning Hendrik V aan graaf Hendrik van Zutfen een graafschap in Friesland (Orch en Emelweert en Kuinre en mogelijk nog een deel langs de zuidkust van Friesland tussen Vlie en Lauwers) en bepaald, dat wanneer Hendrik zonder wettige erfgenaam zal overlijden, zijn vader Otto hem zal opvolgen. Getuigen: graaf Gerard (van Gelre?), graaf Ervinus, graaf Ernest van Homburg, graaf Cono, graaf Hendrik van Kassel, zijn broer Bruno, Fultinus, Witichinus, Diederik van Los, Hendrik van Lateste, Steven en Herman van Oye, Herman graaf van Redellenberg, graaf Berengarius van Sulzbach, graaf Frederik Palatinus, Godfried van Calve, Gerard van Iuwei en broer Gerlach.
In dezelfde oorkonde staat Hendrik af aan de koning het leen Alzey, dus feitelijk heeft er een ruil plaatsgevonden. Zie over Alzey het boek van Henk Verdonk; ISBN 9789012390729.
In het jaar 1114 neemt Hendrik deel aan de oorlog tussen keizer Hendrik V en de Keulenaren.
Is graaf van Zutfen in de jaren 1113 tot 1118.
In een lijst van goederen van het stift Corvey, opgemaakt tussen de jaren 1106 en 1128, komt voor het beneficium van Otto, graaf van Zutfen, voor zijn advocale servitutum en hoe hij en zijn zoon Hendrik zich goederen hebben aangematigd. (Zie Sloet nr.210)
Sloet 224; 1114; Hendrik graaf van Zutfen neemt deel aan de oorlog tussen keizer Hendrik V en de Keulenaren en steunt de Keulenaren.
Sloet 227; 1117; Hendrik graaf van Zutfen is getuige in een oorkonde waarbij Frederik I aartsbisschop van Keulen, de gift van een curia vernieuwde, door zijn voorganger Anno aan de kerk te Zyflich gedaan.
Hendrik trouwde, ongeveer 42 jaar oud, omstreeks 1107 met Mathilde van Beichlingen van Northeim, ongeveer 52 jaar oud. Mathilde is geboren omstreeks 1055, dochter van Otto I van Northeim hertog van Beieren en Richenza van Schwaben. Mathilde is overleden omstreeks 1140, ongeveer 85 jaar oud. Mathilde is weduwe van Koenraad (Konrad) von Arnsberg van Werl (±1050-1092), met wie zij trouwde omstreeks 1070.
Notitie bij Mathilde: Ook vermeld als Mathilde van Northeim.
Sloet 206; In een oorkonde opgemaakt tussen 1105 en 1118 (vermoedelijk 1107) staat vermeld dat Hendrik (van Zutphen) trouwt met een dochter van Kuno van Nordheim, wiens vader Otto van Nordheim is. Dit kan, gelet op de tijdbalk, niet juist zijn. Otto van Northeim is haar vader en Kuno haar broer.
Hendrik en Mathilde bleven kinderloos.
1.2.3 Adelheid van Tecklenburg van Zutphen is geboren omstreeks 1080, dochter van Otto II de rijke van Zutphen (zie 1.2) en NN (Irmgard?) van Northeim. Adelheid is overleden vóór 1118, ten hoogste 38 jaar oud.
Notitie bij Adelheid: Volgens http://www.graafschap-middeleeuwen.nl/joomla/index.php/adel/graafschap-zutphen/240-otto-ii-de-rijke.html erft zij de rechten in Agradingouw en Emsgouw en de voogdij van Münster, of krijgt deze als huwelijksgeschenk mee. Zij is waarschijnlijk twee keer getrouwd geweest. De tweede keer met Ecbert van Saarbrücken. Zij stichten het grafelijke huis Tecklenburg.
Vermeld staat dat Adelheid een zoon Otto had. Van deze zoon is verder niets bekend.
Mogelijk dat deze Otto dezelfde is als Otto van Ruinen die omstreeks 1093 moet zijn geboren. Gezien de namen van de nakomelingen van Otto van Ruinen is deze mogelijkheid zeer reeel.
Adelheid:
(1) trouwde met [waarschijnlijk] NN van NN. NN is geboren omstreeks 1075.
(2) trouwde met Egbert van Saarbrücken. Egbert is geboren omstreeks 1080. Egbert is overleden op 04-02-1150, ongeveer 70 jaar oud.
Kind van Adelheid en NN:
1 [waarschijnlijk] Otto van Ruinen, geboren omstreeks 1095. Volgt 1.2.3.1.
Kinderen van Adelheid en Egbert:
2 Hendrik I van Tecklenburg, geboren omstreeks 1100. Volgt 1.2.3.2.
3 Diederik van Tecklenburg [1.2.3.3].
4 Gerard van Tecklenburg [1.2.3.4], geboren omstreeks 1100.
1.2.3.1 Otto van Ruinen is geboren omstreeks 1095, zoon van NN van NN en [waarschijnlijk] Adelheid van Tecklenburg van Zutphen (zie 1.2.3). Otto is overleden na 1141, minstens 46 jaar oud.
Notitie bij Otto: Als moeder van Otto van Ruinen is Adelheid van Zutfen aangenomen. Deze had een zoon Otto waarvan verder geen gegevens bekend zijn. Het wapen van Ruinen bevat drie gele rozen, dezelfde als die voorkomen in het wapen van Gelre/Zutfen. De geboortedatum van Otto van Ruinen is praktisch gelijk aan die van Otto, zoon van Adelheid. Deze Adelheid bezat erfelijke rechten op o.a. de Emsgau, via haar vader verkregen van haar grootvader Godschalk van Twenthe.
zie ndva 1897 blz 219.
De Heren van Ruinen woonden op de havezate Oldenhof bij Ruinen.
De oudst bekende stamvader was een Otto van Ruinen, geboren omstreeks 1093, die in 1139 voor het eerst wordt vermeld als getuige en dienstman van bisschop Andries of Andreas. Deze begiftigde de kerk te Oldenzaal met pachten uit de kerken te Anlo, Beilen, Vries, Eelde, Norch, Roden en Roderwolde. De getuigen hiervan zijn: Hartbertus, Hoofd provoost (de latere bisschop van Utrecht), Albero, provoost van St Pieter, Adelardus provoost (van ?), Hugo, provoost van St Marie, Lutbertus, dekaan van St Martini, Arnoldus, dekaan, allen kanunniken; de vrijen Simon, Leodricus en Henricus; graaf Godfried (van Cuijck g/m Jutta van Werl) en zijn broer Herman ( II van Malsen), Franco van Diepenheim, Wernerus zijn broer, allen dienstmannen; Hugo van Hoonhorst, schulte Frederik (van Coevorden) Otto van Ruinen, Bartold en zijn zoon Gosewijn, Lidulphus van Oldenzaal en vele anderen.
Otto was toen al niet zo jong meer, want bij een belangrijke schenking in 1141 was medeondertekenaar zijn zoon, die toen dus volwassen was.
In die akte van 1141 wordt hij Otto dienstman van St Maarten genoemd. Op zijn verzoek schenkt bisschop Herbert de kerk van Steenwijk aan de kerk St Maria te Ruinen. Otto had die kerk van de bisschop in leen. Otto zelf schonk aan de kerk van Ruinen zijn veen tussen Ruinen en Meppel met alle tienden, twee huizen te Ruinen, het land Gislo, de tienden te Anreep, een huis te Petthe (Pesse) en een huis te Buun. Hij deed dit om de monniken die daar onder de regel van St Benedictus wilden leven, een beter bestaan te geven. In feite dus een schenking aan het gestichte klooster te Ruinen. Getuigen waren o.a. de vrije mannen Hugo, Walter, Rudolf, Godfried en Diederik. De leken Albero, Gerard, Egbert, Werenbold, Everard, Steven, Sieger, Walter en de voornoemde Otto van Ruinen. Verder Wiecher, Herman, Benso, Rodolf, Tidico, Rudericus, Benneco, Alferdus en zijn broer Leferdus, Wazo, Godschalk, Frederik van Coevorden, Arnoldus, de zoon van de bovenvermelde Otto, Anneco. Heppo en vele anderen.

De voorouders van Otto van Ruinen zijn tot op heden niet rechtstreeks te traceren. Ruinen, de Oldehof, was omstreeks 1100 een leengoed van de bisschop van Utrecht, die behalve de kerkelijke macht ook de wereldlijke macht bezat, verkregen op 21 mei 1040 en vermeld in een oorkonde van koning Hendrik III. Koning Hendrik III was eigenaar van alle gronden in Drenthe behalve die van de boermarken in Drenthe, de grond die de Drentse eigenerfde boeren in gebruik hadden ten tijde van Karel de Grote. Deze Karel had namelijk bepaald, na de onderwerping van de Drenten omstreeks 805, dat alle niet bebouwde en bij de boeren niet in bewerking zijnde grond van de koning was. De Drenten waren het hier uiteraard niet mee eens, maar moesten dit onder dwang aanvaarden. Karel gaf delen van zijn grond uit aan getrouwen uit zijn omgeving om dit namens hem te beheren en hij vaardigde een landgoederenbesluit uit, waarbij ridders uit zijn leger een stuk grond kregen waarop zij een landgoed moesten aanleggen, waarop vee moest worden gehouden en produkten moesten worden verbouwd ter voorziening van voedsel voor zijn hoven en zijn leger. Deze landgoederen werden voornamelijk aangelegd op strategische punten en langs hoofdroutes in zijn rijk. In oorkonden van mei 1040 worden enkele in Drenthe met name genoemd, zoals Uffelte, Wittelte, Pithlo, Eyen (Een) en Lintherunge (Lenverding of Lemferding bij Eelde). In latere oorkonden komen de namen van meer leengoederen voor waarop zich ook een versterkt huis bevindt en een kapel, zodat mag worden aangenomen dat ook die hebben behoord tot de vroegste landgoederen. Ruinen behoort daar ook toe. De ridders/leenmannen waren telgen uit adellijke geslachten uit zuidelijker streken.
Ook de voorouders van Otto van Ruinen stammen af van Westfaalse graven die destijds ten tijde van Karel de Grote de macht uitoefenden. Van de oudst bekende heren van Norch (Eyen), Eelde, Peize, Groningen, Coevorden, Steenwijk en Kuinre zijn de voorouders getraceerd. Nazaten van Otto van Ruinen zijn hiermee verwant, maar ook de voorouders van Otto zullen die verwantschap hebben, gezien de roepnamen in de familie. Vermoedelijk loopt ook deze lijn via Zutphen/Gelre naar de streken langs de Rijn.
Het wapenschild van de heer van Ruinen heeft 3 rozen, dezelfde als het wapen van Gelre.
Zie ook: http://www.pdejong.com/genealogie/parenteel/vanruinen/d1.htm
Kinderen van Otto uit onbekende relatie:
1 Arnoldus van Ruinen, geboren omstreeks 1115 in Ruinen. Volgt 1.2.3.1.1.
2 NN van Ruinen, geboren omstreeks 1120. Volgt 1.2.3.1.2.
1.2.3.1.1 Arnoldus van Ruinen is geboren omstreeks 1115 in Ruinen, zoon van Otto van Ruinen (zie 1.2.3.1). Arnoldus is overleden na 1141, minstens 26 jaar oud.
Notitie bij Arnoldus: Vermeld als zoon en erfgenaam van Otto in een oorkonde van 1141. Zie bij Otto.
Kind van Arnoldus uit onbekende relatie:
1 Otto II van Ruinen, geboren omstreeks 1140. Volgt 1.2.3.1.1.1.
1.2.3.1.1.1 Otto II van Ruinen is geboren omstreeks 1140, zoon van Arnoldus van Ruinen (zie 1.2.3.1.1). Otto is overleden na 1206, minstens 66 jaar oud.
Notitie bij Otto: Op 1 april 1169 bekrachtigd bisschop Godfried de verkoop van Selwerd door Lutgerus, dienstman van St Maarten aan het klooster te Ruinen. Als getuigen worden vermeld Otto van Ruinen, Hendrik van Cunre, Leffert van Groningen, Everhard van Almelo en Ingelbert van Ramlo.
In 1181 komt Otto voor in een brief van abt Hendrik, samen met Lambert van Peize, en Roelof van Groningen, als getuigen en dienstmannen.
De vermelde kinderen Otto en Johan worden vermeld op:
http://www.pdejong.com/genealogie/parenteel/vanruinen/d1.htm#g3
zonder nadere bronnen.
Kinderen van Otto uit onbekende relatie:
1 Arnold II van Ruinen, geboren omstreeks 1165. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.
2 [waarschijnlijk] Otto van Ruinen [1.2.3.1.1.1.2].
3 [waarschijnlijk] Johan van Ruinen [1.2.3.1.1.1.3].
1.2.3.1.1.1.1 Arnold II van Ruinen is geboren omstreeks 1165, zoon van Otto II van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1). Arnold is overleden na 1217, minstens 52 jaar oud.
Notitie bij Arnold: Komt voor in een oorkonde van 1204 samen met Hendrik van Kuinre, Herman van Voorst, Bernard Benzinck, Arnold Wilde, Hugo en Wiecher Storm, Engelbert Merekinck.
In 1206 ruilt bisschop Derk met de abt Frederik van Ruinen de kerk van Beilen tegen de kerk van Steenwijk. Als getuigen in de akte worden genoemd Arnoldus en Otto van Ruinen. Arnoldus komt tevens voor in acten van de bisschop als getuige in de jaren 1207, 1209, 1210 en 1211. Als getuigen van bisschop Otto in de jaren 1215 en 1217.
Kinderen van Arnold uit onbekende relatie:
1 Johan I van Ruinen, geboren omstreeks 1188 in Ruinen. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.
2 [misschien] Sophia van Ruinen, geboren in 1205 in Ruinen. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.2.
3 Gerard(us) van Ruinen [1.2.3.1.1.1.1.3], geboren omstreeks 1191. Gerard(us) is overleden na 1230, minstens 39 jaar oud.
Notitie bij Gerard(us): Komt voor in een oorkonde van 25 maart 1230, waarin Theodericus, kanunnik te Deventer, goederen schenkt aan de kerk van St Marie te Deventer.
4 Laurens van Ruinen [1.2.3.1.1.1.1.4], geboren omstreeks 1195.
Notitie bij Laurens: Uit MD Teenstra; 1e deel breedvoerig tijdrekenkundige tafel;
Jaar 1036; Ruinen, een geheel op zichzelf staande heerlijkheid in Drenthe, toebehorend aan twee broeders, de ridders Johan en Laurens van Ruinen, behoort volgens de mening van de twee broeders niet tot Drenthe en zij willen zich evenmin onder de Drenthenaren gerangschikt zien, evenmin als de tegenwoordige bewoners van Zuidlaren. Ook Coevorden schijnt in ridder Frederik een eigen heer te hebben.
Opmerking: Het vermelde jaartal is waarschijnlijk niet juist. Dit zal 1236 moeten zijn.
Zie verder hetgeen vermeld is bij zijn broer Johan.
1.2.3.1.1.1.1.1 Johan I van Ruinen is geboren omstreeks 1188 in Ruinen, zoon van Arnold II van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1). Johan is overleden na 1241, minstens 53 jaar oud.
Notitie bij Johan: Johan I van RUINEN, ridder, (Heer van Ruinen 1223-1241) genoemd als getuige van de bisschoppen Otto van Lippe (1205-1225), Wibrand van Oldenburg (1225-1233) en Otto van Holland (1233-1249).
In 1212 wordt Johan van Ruinen genoemd als getuige van Volker van Coevorden.
1236 beslechten Johannes en Laurencius, ridders, hun geschil met de abdij van Ruinen (oork. boek Gr. en Dr. I, nrs 67, 83 en 100).

Uit MD Teenstra; 1e deel breedvoerig tijdrekenkundige tafel;
Jaar 1036; Ruinen, een geheel op zichzelf staande heerlijkheid in Drenthe, toebehorend aan twee broeders, de ridders Johan en Laurens van Ruinen, behoort volgens de mening van de twee broeders niet tot Drenthe en zij willen zich evenmin onder de Drenthenaren gerangschikt zien, evenmin als de tegenwoordige bewoners van Zuidlaren.

Oorkonde 1036 tekst uit J S Magnin 1846; De voormalige kloosters in Drenthe geschiedkundig beschouwd.
"Ego Johannes, verbi Crucis Minister, Canonicus Osnabrugensis, scire volo universos ad quos presens scriptum pervenerit, quad cum contraversia fuisset inter Conventum de Runen ex una parte, et Johannem et Laurentium, fratres, milites, exaltera parte, super palude que vocatur Buddigwolt, que iacet inter Mickelhorst et Arneslot, causam predicte contraversie abbas et fratres sui, sub optentu officii, et Jo. et Lau. layci, sub pene excommunicacionis, michi et Domino Fretherico de Covordia et Johani de Pethe dederunt terminandam. Nos vero habito consilio ordinavimus, ut predictus Conventus Jus, quod habuerat in predicta pralude, predictis fratribus Jo. et Lau. libere conferret et absolute, et iam dicti fratres, in recompensacionem palludis, darent annuatim conventui septem modios siliginis et septem modios avene, groniensis mensure, de domo in Twinglo (Dwingelo). Ordinavimus preterea, ut omnis contraversia qui fuit inter partes de palludibus hinc inde excultis, per dictam composicionem finaliter esset sopita et amicabiliter ordinata, et neutra pars de cetero aliquatenus moverit de predictis questionem. Palus vero de Arneslot usque Runen eritam conventui quam aliis marchionibus communis. Et ne factum istud aliquatenus posset irritari, presenti scripto sigillorum B., Abbatis de Runen, Jo., verbi Crucis ex Legato, et F., Militis de Covordia, testimonio roborato fecimus innotari.
Acta sunt hec in Runen Ao MXXX sexto, in die sancti Galli".

Vermeld in Cartago dik019, Archief abdij Dickininge, met datum 16 oktober 1236.
"Johannes, verbi crucis minister, kanunnik te Osnaburge, bepaalt met Frethericus de Couordia en Johannes de Pethe, - in het geschil tusschen de abdij van Runen en de gebroeders Johannes en Laurencius, ridders, over het drassig land Buddigwolt tusschen Mickelhorst en Arneslot: 1- dat de abdij haar recht zal opdragen aan de gebroeders tegen eene jaarlijksche vergoeding van 7 mudden rogge en 7 mudden haver Groninger maat, uit het huis in Twinglo; 2- dat hiermede alle geschil opgelost zal zijn; 3- dat het drassig land tusschen Arneslot en Runen gemeen zal zijn aan de abdij en de overige markegenooten. Met bezegeling door B. abt van Runen, Johannes verbi crucis Ohristi legatus en Frethericus ridder De Couordia."

In een copie van de originele oorkonde in het Latijn staat als datum "A` XXX` sexto", geen duizend of honderdtal ervoor. De opstellers van het Oorkondenboek Groningen-Drenthe menen dat hier alleen maar het jaartal 1236 in aanmerking komt, gelet op de overige inhoud van de oorkonden en de vermelde personen.
Johan trouwde met NN van NN.
Kinderen van Johan en NN:
1 Wicherus van Ruinen [1.2.3.1.1.1.1.1.1]. Wicherus is overleden na 1261.
Notitie bij Wicherus: 27 februari 1261 Mewekinus van Ruinen en Wicherus staan borg voor Rodolphus van Ansen voor de overdracht van de halve tiend uit het hof van Dikninge waarvoor goederen van gelijke waarde voor zijn hof in de plaats moeten komen.
2 Arnold (III) van Ruinen, geboren na 1210. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.2.
3 Bartolomeus (Mewekinus) van Ruinen, geboren omstreeks 1220. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.
1.2.3.1.1.1.1.1.2 Arnold (III) van Ruinen is geboren na 1210, zoon van Johan I van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1) en NN van NN. Arnold is overleden na 1247.
Notitie bij Arnold: ogd0110; 4 april 1247: De bisschop van Utrecht verheft de Akerk te Groningen tot een parochiale kerk. getuigen zijn Arnold van Ruinen, Albert en Sweder van Voorst, Gijsbert van Buchorst, Walter Radincg en Bartold Radincg.
Arnold trouwde met NN van NN.
1.2.3.1.1.1.1.1.3 Bartolomeus (Mewekinus) van Ruinen is geboren omstreeks 1220, zoon van Johan I van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1) en NN van NN. Mewekinus is overleden na 1277, minstens 57 jaar oud.
Notitie bij Mewekinus: ogd0129 27 februari 1261 of 1262; Hendrik van Borculo (drost van Coevorden) keurt goed de verkoop aan het klooster te Ruinen van tienden uit de hof te dickninge door Rudolf van Ansen, die daarvoor andere goederen in de plaats zal stellen. Heer Mewekinus (Bartolemeus) van Ruinen en Wicher staan borg voor Rudolf van Ansen

ogd0130: 1262 Henricus Papinc verklaart met vrouw en onder toestemming van zijn leenheer Otto van Bentheim aan het klooster te Ruinen een hof te Eemster verkocht te hebben. Getuigen: de priesters Wilhelm van Deventer, Thithart van Dwingelo, Johannes van Beilen. Verder de ridders Bartholomeus van Ruinen, Rudolf van Ansen, Folkert van Echten en Helprich van Vollenhove.

Bartolomeus / Mewekien (Fries) van Ruinen, ridder, 27-02-1261 borg voor Rudolf van Ansen (Oork. boerk Gr. en Dr. I, 133, 134 en 143); In1263 (11 september), 1265 en 1273 vermeld als dominus, ridder en bisschoppelijk ministeriaal van bisschop Henrich van Vyanden (Hendrik van Vianden) (1250-1267) (Oork. boek Utr. III nrs. 1591, 1594, 1657 en IV nr. 1847).
Hij zegelt met het oudste wapen van het geslacht van Ruinen: drie rozen, 2 en 1 (Oork. boek Gr. en Dr. I nr. 143 en Oork. boek Utr. IV nr. 1847).
Komt in 1263 ook voor onder de borgen en magen van de burggraven van Coevorden, Gerrit en Roelof Clencke, Hacko Stevenszn van de Hardenberg en Nicolaas Boudekijnszn.
In 1277 komt hij voor als getuige van Sophia weduwe van Roelof van Ansen.
Gehuwd met NN dochter van Godfried van WELVELDE.
Uit dit huwelijk:
1. Johan II
2. Otto van WELVELDE. Erft Welvelde en noemt zich hiernaar.
3. Laurens GEUZINGE. Erft Geuzinge en noemt zich hiernaar.
4. Mewekien LANSINGE. Erft Lansinge en noemt zich hiernaar.
Mewekinus trouwde met NN van Welvelde. NN is een dochter van Godefriedus van Welvelde.
Kinderen van Mewekinus en NN:
1 Otto van Welvelde van Ruinen. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.1.
2 Johan (II) van Ruinen, geboren omstreeks 1260 in Ruinen. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.
3 Laurens Geuzinge van Ruinen, geboren omstreeks 1265. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.3.
4 Mewekinus Lansinghe van Ruinen, geboren omstreeks 1270 in Ruinen. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.4.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.1 Otto van Welvelde van Ruinen, zoon van Bartolomeus (Mewekinus) van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3) en NN van Welvelde.
Notitie bij Otto: Ridder, vermeld 1308-1320. Trouwde N. van Sebelingen. Erfde het huis Welvelde en noemde zich daarna Otto van Welvelde.
Otto trouwde met NN van Sebelingen.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2 Johan (II) van Ruinen is geboren omstreeks 1260 in Ruinen, zoon van Bartolomeus (Mewekinus) van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3) en NN van Welvelde. Johan is overleden vóór 1304, ten hoogste 44 jaar oud.
Notitie bij Johan: Andere bronnen: http://home.online.nl/corryhavermans/html/kwartierstaat_blad_2.html
Johan II van RUINEN, overleden vóór 1304,
04-07-1291 verkopen Johannes "domicellus" (jonkheer, nog geen ridder en bezitter van de heerlijkheid Ruinen) de Rune, met zijn vrouw Ermengarde en hun zoon Bartolomeus, 5 hoeven van Koekange aan de buren van Weerwille (Oork.boek Gr.en Dr.II suppl. nr. 1227); In de acte wordt ook als verkoper genoemd zijn broer Laurens en vrouw Elisabeth. Laurentius Godringa staat er geschreven, maar dit is dezelfde persoon als Laurens van Ruinen. die later het goed Godesinge of Geuzinge krijgt en dan wordt genoemd Laurens van Geuzinge.
21-03-1294, 04-06-1297 en 1299 wordt hij in oorkonden famulus (=knaap) genoemd (Oork.boek Utr. V nrs. 2622, 2820);
04-06-1297 doet bisschop Willem van Mechelen (1296-1301) uitspraak in de geschillen tussen Egbert van Almelo, Haco van den Rutenberg, Wolter en Arend van Isselmuden, Adolf van Groningen, Hendrik van Kuinre, Gijsbert van Buchorst, Johan en Laurens van Ruinen (knapen) tegen Sweder van Voorst.
01-02-1299 drost van Salland (P.A.A.M. Wubbe ’Het archief van de abdij Ter Hunnepe’ inv. nr. 252).

Johan en Laurens van Ruinen worden tot 1300 knapen genoemd. (dus zijn dan nog geen 30 jaar oud. Moeten dan geboren zijn ca. 1270?)
Johan trouwde met Ermengarde van NN. Ermengarde is geboren omstreeks 1266.
Kinderen van Johan en Ermengarde:
1 NN van Ruinen, geboren omstreeks 1280. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.1.
2 NN van Ruinen, geboren omstreeks 1285. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.2.
3 Bartholomeus van Ruinen [1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.3], geboren vóór 1290. Bartholomeus is overleden vóór 1325.
Notitie bij overlijden van Bartholomeus: jong overleden
4 Ida van Ruinen, geboren omstreeks 1290 in Ruinen. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.
5 Steven (Stephanus) van Ruinen, geboren omstreeks 1290. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.5.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.1 NN van Ruinen is geboren omstreeks 1280, dochter van Johan (II) van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2) en [waarschijnlijk] Ermengarde van NN. NN is overleden na 1325, minstens 45 jaar oud. NN trouwde met Hendrikus van Eelde. Hendrikus is geboren omstreeks 1280.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.2 NN van Ruinen is geboren omstreeks 1285, dochter van Johan (II) van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2) en Ermengarde van NN. NN is overleden na 1325, minstens 40 jaar oud. NN trouwde met Johannes Clencke. Johannes is geboren vóór 1290, zoon van Gerard(us) Clencke. Johannes is overleden na 1327, minstens 37 jaar oud.
Notitie bij Johannes: ogd0304 en 0305 en 306; februari/maart 1327: Schuldverklaring tijdens verblijf in Kampen. Vermeld zijn Gerhardus Clencke, Johannes Clencke, Otto van Norch, Coenraad van de Ghore, Boldewijn van Selwerd, Johannes Scerpinc, Alfred van de Schure, Walter van Genemuiden, Arnold te Westen, Herman van der Helle, Thise Gosinc, Gerard van Wenlo, Johannes zoon Helsede, Thidericus zoon Pelgrim (van Putten), Bertold van Ansen, Rudolf Clencke, broer van Johannes;
Request van 22 september 1327. Archief Dickninghe.
Johannes Klencko en zijn zoon Gherardus verkopen aan de abdij van Dickninghe een rente van 11 mudden winterrogge en 3 mudden haver uit het huis Lodinghe te Wijster; en beloven, terstond wanneer zij Drenthe in vrede kunnen binnenkomen, deze rente voor buren in de villa wijster aan de abdij over te dragen; op straffe van leisting te Vollenhove door hen, Otto van Norch en Coenraad van de Ghore. Met medebezegeling door de borgen. (Genoemde heren waren uit Drenthe verbannen vanwege hun hulp aan de bisschop en verbleven in Kampen)
Kind van NN en Johannes:
1 Gherhardus Clencke, geboren vóór 1310. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.2.1.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.2.1 Gherhardus Clencke is geboren vóór 1310, zoon van Johannes Clencke en NN van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.2). Gherhardus is overleden na 1327, minstens 17 jaar oud.
Notitie bij Gherhardus: ogd0304 en 0305 en 306; februari/maart 1327: Schuldverklaring tijdens verblijf in Kampen. Vermeld zijn Gerhardus Clencke, Johannes Clencke, Otto van Norch, Coenraad van de Ghore, Boldewijn van Selwerd, Johannes Scerpinc, Alfred van de Schure, Walter van Genemuiden, Arnold te Westen, Herman van der Helle, Thise Gosinc, Gerard van Wenlo, Johannes zoon Helsede, Thidericus zoon Pelfrim (van Putten), Bertold van Ansen, Rudolf Clencke, broer van Johannes;
Request van 22 september 1327. Archief Dickninghe.
Johannes Klencke en zijn zoon Gherhardus verkopen aan de abdij van Dickninghe een rente van 11 mudden winterrogge en 3 mudden haver uit het huis Lodinghe te Wijster; en beloven, terstond wanneer zij Drenthe in vrede kunnen binnenkomen, deze rente voor buren in de villa wijster aan de abdij over te dragen; op straffe van leisting te Vollenhove door hen, Otto van Norch en Coenraad van de Goer. Met medebezegeling door de borgen. (Genoemde heren waren uit Drenthe verbannen vanwege hun hulp aan de bisschop en verbleven in Kampen)
Notitie bij publiceren van Gherhardus: 22 september 1327.
Johannes Klencke en zijn zoon Gerardus verkopen aan de abdij van Dikninge een rente van elf mudden winterrogge en drie mudden haver uit het huis Lodinghe in Wijster; en beloven, terstond wanneer zij Drenthe in vrede kunnen binnenkomen, deze rente voor de buren in de villa Wijster aan de abdij over te dragen; op straffe van "Leisting"te Vollenhove door hen, Otto van Norch en Coenradus van Goer. Met medezegeling door de borgen.
Johan Clencke was de aanvoerder van de bisschopsgezinde Drenten in hun strijd tegen de burggraaf van Coevorden.
Kind van Gherhardus uit onbekende relatie:
1 Johan Clencke, geboren omstreeks 1320. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.2.1.1.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.2.1.1 Johan Clencke is geboren omstreeks 1320, zoon van Gherhardus Clencke (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.2.1).
Kind van Johan uit onbekende relatie:
1 Gerard Clencke, geboren omstreeks 1350. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.2.1.1.1.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.2.1.1.1 Gerard Clencke is geboren omstreeks 1350, zoon van Johan Clencke (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.2.1.1). Gerard is overleden vóór 1380, ten hoogste 30 jaar oud. Gerard trouwde, ongeveer 20 jaar oud, omstreeks 1370 met Agnes de Vos van Steenwijk, ongeveer 20 jaar oud. Agnes is geboren omstreeks 1350 in Coevorden. Agnes is overleden na 1421 in Ruinen, minstens 71 jaar oud. Agnes trouwde later in 1380 in Coevorden met Arend Huys van Ruinen (±1335-1396), zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.
Notitie bij Agnes: Ook vermeld als Agnes van den Clooster??
Arent Huys hertrouwt met Agnes de Vos van Steenwijk, wed. van Gerardus Clencke.
07-07-1421 draagt Agnese, wed. van Arnolt Huzeke een boterrente, uit het bezit van Arnolt, over aan de abdij te Dikninge. Haar zoon Johan Clencke (uit haar eerste huwelijk) is getuige.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4 Ida van Ruinen is geboren omstreeks 1290 in Ruinen, dochter van Johan (II) van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2) en Ermengarde van NN. Ida is overleden na 1325, minstens 35 jaar oud.
Notitie bij Ida: Na 7 generaties Heren van Ruinen trouwt de dochter van Johan II van Ruinen (1260-1304), genaamd Ida van Ruinen, met Johan van Norch en drie generaties later komt de koppeling met het geslacht van de Vos van Steenwijk, door Elisabeth de Vos van Steenwijk (1387-1418) en daarmee met het geslacht Sloet.
(Uit: http://vandenberg.se/vandenberg/voorouders.htm)
(Johan is waarschijnlijk een tikfout, moet zijn Otto)
Ida trouwde, ongeveer 16 jaar oud, omstreeks 1306 [bron: internet familyhistories.org] met Otto van Norch, ongeveer 26 jaar oud. Otto is geboren omstreeks 1280 in Norg, zoon van Hendrik van Norch.
Notitie bij de geboorte van Otto: geboortedatum onbekend; meerdere vermoedens waaronder ook 1284
Otto is overleden na 1335, minstens 55 jaar oud.
Notitie bij Otto: 28-12-1324: Otto van Norgh en zijn borgen betalen een gedeelte van de bruidschat voor de dochter van Otto aan Rudolf van Echten. Getekend te Kampen waar de van Norchs als verbannenen uit Drenthe, verbleven.
18 januari 1325: Otto van Norch en anderen verklaren de verpande goederen van Pelgrim van Putten binnen zekere tijd te zullen lossen. Vermeld zijn Wicher, kanunnik te Steenwijk, broer van Otto, Hendrik van der Ese, Gerard Klecke en zijn broer Johannes, Coenraad Utengore (van Steenwijk), Volker, zoon van vrouwe Ermengardis.
25-03-1334 verkopen Otto, Ida zijn vrouw en hun kinderen Wycher, Johan en Herman, met zijn broer Wycher, kanunnik van Steenwijk, de tienden van Hooghalen, en het recht van herberg, geërfd van hun ouders, aan de abdij van Dikninge. Hij verzocht zijn ’maghen’ Coenraad van de Goer en Herman Polleman mede te zegelen (Arch.Dikninge, Benedictijnerabdij, inv. nr. I, reg 43).
"dragen over voor buren en kerspellieden van Beilen aan de abdij van Dickninghe de tienden te Halen, grof en smal, met het recht van herberg en van "vore des sades" in Drenthe, door hen geerfd van hunne ouders; met belofte van vrijwaring, behalve voor de smalle tienden over de hof te Halen, de aan het convent te geven vlastienden en de grove en smalle tienden over het kothuis Nysinghe. Met medebezegeling door Herman Polleman, Coenraed van den Ghore en en het land van Drenthe.
Request van 15 januari 1335. Otto van Norch verkoopt aan het convent van Dickninghe de tienden te Halen, na ze eerst, volgens zijn verplichting, te hebben aangeboden aan Roelof van Peize, Bole van Eelde en het convent van Assen.
24-11-1335 Drents dienstman van bisschop Jan van Diest (1322-1340) (drs. O.D.J. Roemeling,’Adelijke geslachten in de ME van Drente’,NL1973).
Oorkondenboek Groningen-Drenthe 340; omstreeks 1335.
Register van inkomsten van het Domkapittel te Utrecht.
Goederen van Henrici de Norch, waarvan de betalingen als volgt zijn verdeeld:
ten eerste Arnoldus 5 en een halve sc. van het goed Buninc in Snole, het gerecht in Norch en sommige goederen in Ede (Een) (Arnold was dus de opvolger van zijn vader in het gerecht en was dus de oudste zoon.)
Rodolphus, zijn broer, 4 en een halve sc. van het goed Haddinghe in Ede (Een)
Hilla Gerardi de Norch (Hille, de dochter van Gerard van Norch) 3 en een halve sc. van hetzelfde goed (van Hendrik die dus kennelijk overleden was)
Rudolf Butruant 6 b. en 1 cop. van het goed Bonekinc in Anlo; (Opmerking: Rudolf Butruant = Rudolf van Peize van Almelo, getrouwd met een zuster van Henric van Norch)
De tienden in Borc, die heer Folkert en broer aan de parochie hebben verkocht, 2 sol. en een halve cop. Folkert van Dwingelo van het goed Rensinc in Anlo 15,5 sc. (Opmerking: Folkert van Dwingelo moet getrouwd zijn met een niet met name bekende zuster van Henric)
Johan Pipe 2 sol. en een halve cop. van het goed genaamd Battinc. (Opmerking: Johan Pipe is Johan van Steenwijck, getrouwd met Johanna van Norch)
Idem van dezelfde voorschreven goederen betaald jaarlijks Otto van Norch 13,5 sc. Ten eerste de tienden in Halen, met inbegrip van het klooster Dickninge, idem tienden in Ees in de parochie Borger, door burgers gekocht, Idem het goed genaamd Grudelinge dat nu in bezit is van Hille van Norch als opvolger van Gerard van Norch. idem het goed Gorthorst in de parochie Beilen die Reiynerus Heymighe koopt.

Vermelding omstreeks 1325. ndva 1980 artikel Keverlingh Buisman. Zie ook bij Hendrik van Norch. Henric van Eelde, schout, Herman Polman c.s. beklagen zich bij de bisschop over Ot en Conraerd van Norch.
(Met Coenraed van Norch wordt misschien bedoeld Coenraed van Steenwijck, zoon van Johanna van Norch en Johan van Steenwijck ??)

Otto van Norch en verwante edelen streden aan de zijde van de bisschop van Utrecht tegen de Drenten en zijn een tijdlang uit Drente verbannen. Zij verbleven in één van de overgebleven bolwerken van de bisschop, de stad Kampen. Daar verhandelden ze graan uit Drenthe om in hun levensonderhoud te voorzien.

Uit de Schepenboeken van Kampen: (Kamper Schepenacten nr. 71).
29 augustus 1318, garantieverklaring voor een bedrag van 10 mark (Samen met andere Drentse lage adel) verder ook nog:
4 oktober 1319, Otto van Norch en anderen stellen zich garant voor454,5 schepel goed winterkoren.
28 december 1324, 90 mark als aandeel in de bruidschat voor de zoon van Rolof van Echten,
16 januari 1325, schuldbekentenis ten gunste van Pelgrim van Putten, bedrag 90 mark,
16 april 1325, zekerheidsstelling voor een betaling,
4 juli 1325, verklaring van vrijwaring bij een korenleverantie,
11 november 1325, borgstelling bij een korenleverantie van bijna 21 mark, (zie ook ogd0291)
17 november 1325, schuldbekentenissen van 4 pond en 71/2e stuiver, 9 pond en 5 pond, ogd0292.
21 februari 1326, schuldbekendtenis van 24 brabantse marken,
9 maart 1326, schuldbekentenis van 100 pond klein,
20 april 1326, zekerheidsstelling voor de levering van 100 schepel graan,
22 december 1326, schuldbekentenis van 30 mark,
5 februari 1327, borgstelling voor Geert Clencke,
28 februari 1327, een schuldbekentenis.
In bovengenoemde 16 vermeldingen komt hij negen keer voor samen met Coenraad van de Gore, een familielid, acht keer met Geert Clencke, drie keer met diens broer Johan Clencke, twee keer met Arnold Lansinge, en één keer met Gyse Geuzinge, Bertold van Ansen, Volker van Echten, Rolof van Norch Hendrikzoon, Wicher van Norch zijn broer(kanunnik te Steenwijk).

Uit diverse andere publicaties;
Gehuwd met Ida van RUINEN. Zuster van Steven, de vader van Johan III, heer van Ruinen (+1378), gehuwd met Zweder van Rechteren (+21-02-1407), die kinderloos overlijden en waarmee de hoofdtak van het huis Ruinen in mannelijke lijn uitsterft. Dochter van Johan II van RUINEN en Ermengarde

http://home.online.nl/corryhavermans/html/kwartierstaat_blad_2.html
275088 Otto van NORG,
28-12-1324 betaalt Otto een deel van de bruidschat voor zijn dochter (drs.O.D.J. Roemeling,’Adelijke geslachten in de ME van Drente’,NL1973).
25-03-1334 verkopen Otto, Ida zijn vrouw en hun kinderen Wycher, Johan en Herman, met zijn broer Wycher, kanunnik van Steenwijk, de tienden van Hooghalen, geërfd van hun ouders, aan de abdij van Dikninge. Hij verzocht zijn ’maghen’ Coenraad van de Goer en Herman Polleman mede te zegelen (Arch.Dikninge, Benedictijnerabdij, inv. nr. I, reg 43).
24-11-1335 Drents dienstman van bisschop Jan van Diest (1322-1340) (drs. O.D.J. Roemeling,’Adelijke geslachten in de ME van Drente’,NL1973). Zoon van Otto van NORG (zie 550176).
Gehuwd met 275089 Ida van RUINEN.
Zuster van Steven, de vader van Johan III, heer van Ruinen (+1378), gehuwd met Zweder van Rechteren (+21-02-1407), die kinderloos overlijden en waarmee de hoofdtak van het huis Ruinen in mannelijke lijn uitsterft. Dochter van Johan II van RUINEN (zie 550178) en Emegarde (zie 550179).
Uit dit huwelijk:
1. Johan (zie 137544).
2. Wycher.
3. Herman.
4. dochter. Gehuwd met Roelof van Echten (J.W.Schaap,’De heren van Ruinen’,NL 1981).
Beroep:
landbouwer en handelaar. (Otto van Norch verkocht en leverde in Kampen agrarische produkten van hemzelf en van andere lagere adelen en ook als commisinair voor de hogere adel. Hij reisde dus veel van Norg naar Kampen, waarschijnlijk via Ruinen en heeft daar zijn vrouw gevonden.)
Kinderen van Ida en Otto:
1 Wycher van Norch [1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.1], geboren omstreeks 1308 in Norg.
Notitie bij de geboorte van Wycher: Ook 1304 vermeld als geboortedatum.
Notitie bij Wycher: Vermeld in een oorkonde van het jaar 1334.
2 NN van Norch, geboren vóór 1310. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.2.
3 Johan van Norch, geboren omstreeks 1310 in Norg. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.
4 Herman van Norch [1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.4], geboren omstreeks 1318 in Norg.
Notitie bij de geboorte van Herman: Ook 1310 vermeld als geboortedatum.(WWW.zwiebelfam.nl/gendata/roland/11290758.htm)
Notitie bij Herman: Vermeld in het jaar 1334 samen met zijn broer Johan.
5 NN van Norch, geboren omstreeks 1321 in Eelde. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.5.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.2 NN van Norch is geboren vóór 1310, dochter van Otto van Norch en Ida van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4).
Notitie bij NN: 28-12-1324 betalen Otto van Norgh en zijn borgen een deel van de bruidschat voor zijn dochter aan Rodolfus van Echten. (zie ook: drs.O.D.J. Roemeling,’Adelijke geslachten in de ME van Drente’,NL1973).
NN trouwde, minstens 14 jaar oud, in 1324 met Rudolf (Roelof) van Echten, ongeveer 19 jaar oud. Rudolf is geboren omstreeks 1305, zoon van Folkert van Echten en NN van NN. Rudolf is overleden in 1389, ongeveer 84 jaar oud.
Notitie bij Rudolf: Uit archief Drenthe.
Toen Volker van Echten in 1350 de roggepacht schonk aan de abdij te Dikninge, geschiedde dat met goedvinden van zijn zoon Roelof. In 1363 wordt overgegaan tot de scheiding van de door Volker van Echten nagelaten goederen en krijgt Roelof van Echten zo goed als alle goederen in de marke Echten en in het kerspel Zuidwolde. Een jaar later gaat hij een ruiling aan met Jonge Johan Sloet en diens vrouw en als de laatsten in 1365 een rente aan de abdij te Dikninge verkopen, treedt Roelof als medezegelaar op.
Op 21 juni 1367 lost Roelof van Echten een gedeelte van de schuld af die hij heeft bij Hessel Mulert. Wanneer zijn broer Hendric van Echten in 1370 tienden verkoopt aan Godeken ten Sconenvelde, is Roelof daarbij aanwezig. In 1381 vinden wij Roelof van Echten voor het laatst vermeld en wel als koper van een stuk land in de marke van Pesse.
(Moet zijn Peize)
Komt voor in een oorkonde van 1381 waarin hij grond koopt, geheten de Blicmaat, hetwelk aan de westzijde grenst aan Roden, en gelegen is in de marke van Peize.
Kind van NN en Rudolf:
1 Otto van Echten, geboren omstreeks 1325. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.2.1.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.2.1 Otto van Echten is geboren omstreeks 1325, zoon van Rudolf (Roelof) van Echten en NN van Norch (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.2). Otto trouwde met NN van NN.
Kind van Otto en NN:
1 Ghysele van Echten. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.2.1.1.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.2.1.1 Ghysele van Echten, dochter van Otto van Echten (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.2.1) en NN van NN. Ghysele is overleden in 1368.
Notitie bij Ghysele: Vermeld in een oorkonde van 17 december 1374 waarin verklaard wordt dat Ghyssele in een testament een roggepacht heeft vermaakt aan het klooster Dickninge.
Ghysele trouwde met Boldewijn van den Clooster. Boldewijn is geboren omstreeks 1330, zoon van Johan van den Clooster en Agnes van den Rutenbergh.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3 Johan van Norch is geboren omstreeks 1310 in Norg, zoon van Otto van Norch en Ida van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4). Johan is overleden vóór 1380, ten hoogste 70 jaar oud.
Notitie bij Johan: Vermeld in een oorkonde van het jaar 1334 samen met zijn broer Herman.
Johan van Norch werd ook wel Johan van Ruinen genoemd.

Andere bronnen: http://home.online.nl/corryhavermans/html/kwartierstaat_blad_2.html
137544 Johan van NORG, zoon van Otto van NORG (zie 275088) en Ida van RUINEN (zie 275089).
Kinderen:
1. Arend NORG (Huys/Huzeken) (zie 68772).

2. Otto, Clericus Trajectensis, overleden op 15-01-1370,
19-11-1362 geeft paus Urbanus V (1362-1370) opdracht een benificium van het kapittel St. Marie te Utrecht beschikbaar te houden (J.W.Schaap,’De heren van Ruinen’,NL 1981).
Johan trouwde, minstens 25 jaar oud, na 1335 in Norg of Ruinen met Elisabeth van Steenwijck, minstens 24 jaar oud. Elisabeth is geboren omstreeks 1311.
Notitie bij Elisabeth: Ook genaamd de Vos van Steenwijck
Kinderen van Johan en Elisabeth:
1 Arend Huys van Ruinen, geboren omstreeks 1335 in Ruinen. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.
2 Otto van Norch [1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.2], geboren omstreeks 1333 in Norg. Otto is overleden op 15-01-1370, ongeveer 37 jaar oud.
Notitie bij Otto: 19-11-1362 geeft paus Urbanus V (1362-1370) opdracht een benificium van het kapittel St. Marie te Utrecht beschikbaar te houden; uit: J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid,(Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 304, 15-3-1360, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH ’s-Gravenhage.
Notitie bij publiceren van Otto: In 1362 vermeld als clericus dioc. traj.
Otto bleef kinderloos.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1 Arend Huys van Ruinen is geboren omstreeks 1335 in Ruinen, zoon van Johan van Norch (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3) en Elisabeth van Steenwijck. Arend is overleden in 1396 in Gasselte, ongeveer 61 jaar oud.
Notitie bij Arend: Ook vermeld als Huys/Huzeken van Ruinen en Arnold Huus.
In 1380 beleend met Ruinen en vermeld als Heer van Ruinen.
Oorkonde van 1365 waarin Arnold Hus van Gasselte als getuige wordt vermeld.
Arend NORG (Huys/Huzeken),
1360 en 1376 verkocht Arend de tienden te Lhee resp. kocht een aantal roggepachten (oork.boek Gr. en Dr. I, nr. 478 en II nr. 641).
(ogd0478 en ogd0641)
05-05-1362 Arend en Lamme, zijn vrouw, stichten met Wibbe, wed. van Wernbold van Gasselte een altaar in de kerk van Gasselte, zoals Wernbold had beschikt (Oork.boek Gr. en Dr. I nr. 513);
21-02-1365 is hij getuige en wordt genoemd Arnolt Hus van Gasselte, waaruit blijkt dat hij en zijn vrouw zich in Gasselte hebben gevestigd; (ogd0534)
03-09-1380 verzoekt hij bisschop Floris van Wevelinkhoven (1379-1393) om belening van het goed hem aangeërfd van Johan III van Ruinen (Stevenszoon) te weten: die gerechte to Ruenen, to Buddingwolde, to Haexwolde ende to Bulinge met alle oeren toebehoren;
(Oork.boek Gr. en Dr. II nr. 684);

akte van 11 juli1380.
Arend Huus en Roelof Polman verklaren gedeeld re hebben de nalatenschap van heer Johan van Ruinen.
Naar het origineel in het archief van het geslacht van Munster en de heerlijkheid Ruinen. inv. no. 14, reg. 1 (R.A. Drenthe).
Wij Aernd Huus ende Rolof Polmans maken kenlic allen luden rnit desen openen brieve, dat wy enes alinghes scheydes ghebleven zyn alse van erfnysse de ons angheervet is vermyds doede heren Johannes, heer van Runen, den God ghenedich zy, an heren Herman, cureyt van Peijse, in der tijt deken in Drenthe, Rolove van Steenwijc, Johan den Vos van Steenwijc, Henric Polman ende an Johan van Haren Mensing in allen manyeren ende vorwarden alse hierna bescreven staet. Inteerste also dat Arend Huus voers. zal hebben den Oldenhof mitter wonynghe mit holte, mit torve, mit twyghe, rnit fene, rnit maeden, to water ende to weyde, alse de gheleghen is ende dat gherychte hoech ende leech alset heren Johanne van Rune voers. to behoerde, doe he levede. ende de gruet ende de pacht ende tyns ende de hofsteden, daer de pacht ende tyns uutghaet, ho ze gheleghen zyn in den daerpe to Rune, den teenden grof ende smal in den darpe to Rune voers. ende de moelne. Voertmer zo zal Arnd Huus voers. beholden den camp, de gheheten is de Veryert, de gheleghen is voer den Oldenhove voers. ende daer zal Rolof Polman voers. weder entieghen hebben uut horen zameliken goede also vele goede rnit husen, rnit hofsteden, rnit waere, rnit schare, mit torve, mit twyghe, mit fene, mit maeden, to water ende to weyde ende rnit horen tobehoren, de also vele mudden jaerlix doen moghen alsulkes zaedes als de Veryert voers. jaerlix doen mach, in der tijt der scheydinghe. Voertmer alle goet ende gulde, dat hem van deser erfnysse angheervet is, zo waer
dat gheleghen is, dat zolen ze ende hoer erfghenamen ghelike entwe scheyden. beholdelic elken man des scheydes, dat dese brief tevoren begrepen hevet. Voertmer zo zal Arnd Huus voers. of zijn erfghenamen van onsen heren van Utrecht ende van den Stychte holdne alsodanyghe goede ende gulde alse heer Johan van Rune voers. to holden plach in zijn tijt van onsen heren van Utrecht ende den Stichte voers. Voertmer zo zal Rolof Polman voers. of zijn erfghenamen dit voers. goet, dat hem angheervet is van heren Johanne van Rune voers., den God ghenedich zy, holden van Aernde Huus of van zijn erfghenamen to Stichtes rechte rnit dren punden to verhenverden. Voertmer zo heb ic Arnd Huus voers. ende mijn erfghenamen Rolove Polman ende zijn erfghenamen ghegheven ende gheve alsodaen goet rnit husinghe ende mit hofsteden als ic nu in der tijt to Peyse hebbe rnit alle zynen tobehoren also alse dat Johan Mensinghe van Haren gehecoft hadde tieghens heren Johanne van Rune voers., daer Johanne Mensinghe voers. de stoc af gheleghet is ende des dezelve Johan Mensinghe enen open breef hevet, alse van heren Johan van Runen voers. ende des zal Arnd Huus voers. of zijn erghenamen voer dat voers. goet to Peyse also vele gulde anders van Rolofs andeel Polman voers. uut horen zamelike goede, waer ze dat hebben alse dat goet to Peyse voers. jaerlix doen mach by zegghen twier oP vierer buren van Peyse, de ze beyde eendrachtlike daer to zetten ende wanneer God zynen willen doet mitter vrouwen van Rune, zo zal Rolof Polman voers. ende zijn erfghenamen des goedes to Peyse bruken erflike zunder enigherhande wederborynghe Arndes Huses of zijn erfghenamen voers. van Rolofs goede Polman voers. of zijn erfghenamen ende weert zake dat ienich man Arnde Huus ende Rolove Polman voers. of horen erfghenamen des voers. erfnysse mit rechte af wonne. zo were Arnd voers. of zijn erfghenamen onverteghen zijns erves ende zijn gulde to Peyse voers. Alle arghelyst in desen voers. puncten uutghesproken. In oercunde der waerheyt zo hebbe wy Arnd Huus ende Rolof Polman voers. want ons des scheydes wal ghenoghet, onze zeghele an desen breef ghehanghen ende wij, Herman, cureyt to Peyse, Rolof van Steenwijc, Johan de Vos van Steenwijc, Henric Polman ende Johan van Haren Mensing alse scheydeslude omme merre vestenysse onse zeghele mede an desen breef ghehanghen.
Ghegheven int jaer ons Heren dusent drehundert ende tachtentich des wonysdaghes na zynte Mertensdach translatio.
Aan het stuk de zegels van Arend Huus, Roelof Polman en Johan van Haren Mensing en het beschadigd zegel van Roelof van Steenwijc; de overige zegels zijn afgevallen.

1382 bij de belening van het bezit van Ruinen blijkt dit te bestaan uit het stamslot de Oldenhof, een groot aantal hoeven in en rond Ruinen, alsmede het dagelijks gericht en vele tienden aldaar;

1395 waren Arend en zoon Johan onder de Drenten, die bisschop Frederik van Blankenheim (1393-1425) als hun landheer erkenden.
(ogd0902)
Elders vermeld:
Hij hertrouwt met Agnes de Vos van Steenwijk, wed. van Gerardus Clencke.
07-07-1421 draagt Agnese, wed. van Arnolt Huzeke een boterrente, uit het bezit van Arnolt, over aan de abdij te Dikninge. Haar zoon Johan Clencke (uit haar eerste huwelijk) is getuige. Arnolt of Arent is een zoon van Johan van Norch.

Gehuwd met Lamme van GASSELTE, dochter van Wernbold van GASSELTE en Wibbe van STEENWIJK (van Ghore)
Uit dit huwelijk:
1. Johan IV van RUINEN
2. Steven DROST van RUINEN.
3. Roelof, overleden op 05-01-1442,
(J.W.Schaap,’De heren van Ruinen’,NL 1981).

Gehuwd met Agnes.
13 en 31-10-1412, na de dood van Johan IV, zijn broer, gheboren mombaer (Arch. Dikninge nr. 1.156).

EGBERT PiGGEN en Ghertrud. dragen voor buren te Runen voor een vrij edel eigen over aan de abdij te Dyckenyngen
2 akkers land geheeten de Wekewercke op Noertessche te Runen, vermeld in de doorstoken brieven (zie regesten Nr*. 180 en 186).
Met medebezegeling door jonker Stephan van Bunen „gheboren „mombaer" der heerlijkheid Runen. Ghegheven int jaer ons Heren dusent vijerhondert ende tuaelf up Al Godes Heilyghen avent.
Oorspr. (Inv. N°. 156). De zegels van E. P. en S. v. E. zijn
verloren. ) Elektronische vertaling!!!)

andere bronnen; http://home.online.nl/corryhavermans/html/kwartierstaat_blad_2.html
68772 Arend NORG (Huys/Huzeken),
1360 en 1376 kocht Arend de tienden te Lhee resp. een aantal roggepachten (oork.boek Gr. en Dr. I, nr. 478 en II nr. 641).
05-05-1362 Arend en Lamme, zijn vrouw, stichten met Wibbe, wed. van Wernbold van Gasselte een altaar in de kerk van Gasselte, zoals Wernbold had beschikt (Oork.boek Gr. en Dr. I nr. 513);
21-02-1365 is hij getuige en wordt genoemd Arnolt Hus van Gasselte, waaruit blijkt dat hij en zijn vrouw zich in Gasselte hebben gevestigd;
03-09-1380 verzoekt hij bisschop Floris van Wevelinkhoven (1379-1393) om belening van het goed hem aangeërfd van Johan III van Ruinen (Stevenszoon) te weten: die gerechte to Ruenen, to Buddingwolde, to Haexwolde ende to Bulinge met alle oeren toebehoren;
11-11-1380 passeert de scheidingsakte m.b.t. de erfenis van Johan III van Ruinen tussen Arend Huijs en Roelof Polman (Oork.boek Gr. en Dr. II nr. 684);
1382 bij de belening van het bezit van Ruinen blijkt dit te bestaan uit het stamslot de Oldenhof, een groot aantal hoeven in en rond Ruinen, alsmede het dagelijks gericht en vele tienden aldaar;
1395 waren Arend en zoon Johan onder de Drenten, die bisschop Frederik van Blankenheim (1393-1425) als hun landheer erkenden. Daarna volgt Roelof Huisinge to Bargum (Emmen). (Leenregister F. van Blankenheim folio 28).
Hij hertrouwt met Agnes de Vos van Steenwijk, wed. van Gerardus Clencke.
07-07-1421 draagt Agnese, wed. van Arnolt Huzeke een boterrente, uit het bezit van Arnolt, over aan de abdij te Dikninge. Haar zoon Johan Clencke (uit haar eerste huwelijk) is getuige. Zoon van Johan van NORG (zie 137544).
Gehuwd met
68773 Lamme van GASSELTE, dochter van Wernbold van GASSELTE (zie 137546) en Wibbe van STEENWIJK (van Ghore) (zie 137547).
Uit dit huwelijk:
1. Johan IV van RUINEN (NORG) (zie 34386).

2. Steven DORST van RUINEN.
Gehuwd met Agnes.
13 en 31-10-1412, na de dood van Johan IV, zijn broer, gheboren mombaer (Arch. Dikninge nr. 1.156).

3. Roelof, overleden op 05-01-1442,
(J.W.Schaap,’De heren van Ruinen’,NL 1981).
Arend:
(1) trouwde, ongeveer 24 jaar oud, in 1359 in Gasselte met Lamme van Gasselte, ongeveer 21 jaar oud. Lamme is geboren omstreeks 1338 in Gasselte, dochter van Wernbold van Gasselte en Wibbe van de Ghore van Steenwijck. Lamme is overleden vóór 1380, ten hoogste 42 jaar oud.
(2) trouwde, ongeveer 45 jaar oud, in 1380 in Coevorden met Agnes de Vos van Steenwijk, ongeveer 30 jaar oud.
Notitie bij het huwelijk van Arend en Agnes: Ook genaamd Agnes de Vos van Steenwijk
Agnes is geboren omstreeks 1350 in Coevorden. Agnes is overleden na 1421 in Ruinen, minstens 71 jaar oud. Agnes is weduwe van Gerard Clencke (±1350-vóór 1380), met wie zij trouwde omstreeks 1370, zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.2.1.1.1.
Notitie bij Agnes: Ook vermeld als Agnes van den Clooster??
Arent Huys hertrouwt met Agnes de Vos van Steenwijk, wed. van Gerardus Clencke.
07-07-1421 draagt Agnese, wed. van Arnolt Huzeke een boterrente, uit het bezit van Arnolt, over aan de abdij te Dikninge. Haar zoon Johan Clencke (uit haar eerste huwelijk) is getuige.
Kinderen van Arend en Lamme:
1 NN van Ruinen. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.1.
2 Johan IV van Ruinen, geboren omstreeks 1362 in Gasselte. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.2.
3 Steven van Ruinen, geboren omstreeks 1365. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.3.
4 Roelof van Ruinen [1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.4], geboren omstreeks 1370. Roelof is overleden op 05-01-1442, ongeveer 72 jaar oud.
Notitie bij Roelof: Request van 12 januari 1428 archief Dickninghe.
Roelof van Ruinen geeft aan de priesters, indertijd te Ruinen, 1 akker land op de Zuides in de marke en de buurtschap Ruinen, "tot enen rechten testamente voor mij ende voor mijne vrunde en sonderlinghe (in het bijzonder) voor Johan Klencken mijnen broeder" opdat zij delen mogen in de missen, vigilien, memorien en alle andere goede werken, "die ghescheen solen" (zullen geschieden) in de kerk van Ruinen, en bepaaldelijk opdat de priester ene bijzondere memorie viere n.l. des zondags voor sint Thomas, des avonds ene vigilie (nachtwake) van 9 lessen en den volgende dag ene mis.
5 Boldewijn van Ruinen [1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.5].
6 Johan (de jonge) van Ruinen Klencke [1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.6]. Johan is overleden vóór 1427.
Notitie bij Johan: Wordt in 1427 door zijn broer Roelof aangeduid als Johan Klencken en in 1438 door zijn broer Steven eveneens als Johan Klencken. Johan de jonge is overleden voor 1427.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.1 NN van Ruinen, dochter van Arend Huys van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1) en Lamme van Gasselte. NN trouwde met Bertold de Vos van Steenwijck. Bertold is geboren omstreeks 1360, zoon van Johan de Vos van de Ghore van Steenwijck en Hadewich van Ansen. Bertold is overleden vóór 1404, ten hoogste 44 jaar oud.
Notitie bij Bertold: Ook genoemd als van den Goer of Ghoer of Gore
Kinderen van NN en Bertold:
1 Arent de Vos van Steenwijck tot Ansen. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.1.1.
2 Mechteld de Vos van Steenwijck. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.1.2.
3 Lyse de Vos van Steenwijck. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.1.3.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.1.1 Arent de Vos van Steenwijck tot Ansen, zoon van Bertold de Vos van Steenwijck en NN van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.1). Arent is overleden na 1432.
Notitie bij Arent: Request van 14 april of 11 augustus 1432 archief Dickninghe.
Arend de Vos van Steenwijck en zijn echtgenote Beerte Mulaers dragen over aan de abdij te Dickninge een rente van 4 Groninger mudden rogge uit de grove tienden en "mudden van garven" gelegen in de marke van Ansen, die zij heffen uit "onsen lijfdynge erf en goed" geheten Nye Astebrynge, waarop nu Roelof Arendszoon des meyers woont. en een akker land geheten de Drieling in dezelfde marke aan de Gronenweg (Groningerweg?); welke 4 mudden de eerste pacht zullen zijn, naast 4 stede mudden rogge voor de abdij.
10 november 1432. Arent de Vos van Steenwijck en Beerte, echtelieden dragen in de marke van Ansen over aan de abdij van Dickninge een rente van 4 stede Groninger mudden rogge uit grove tienden, "garfdeel"en stede mudden die zij heffen uit önsen lijfdynge ende pachtgoede ende erf"geheten Nye Astebrynge in de marke te Ansen (waarvan de beterscap behoort aan Roelf Arent des meyers zone) als eerste pacht naast 8 stede mudden rogge, door Arent en Beerte reeds vroeger aan de abdij verkocht.
Arent trouwde met Beerte Mulert.
Kinderen van Arent en Beerte:
1 Bertold de Vos van Steenwijck. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.1.1.1.
2 Johan de Vos van Steenwijck. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.1.1.2.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.1.1.1 Bertold de Vos van Steenwijck, zoon van Arent de Vos van Steenwijck tot Ansen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.1.1) en Beerte Mulert. Bertold trouwde met NN van NN.
Kind van Bertold en NN:
1 Coenraad de Vos van Steenwijck [1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.1.1.1.1]. Coenraad is overleden vóór 1494.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.1.1.2 Johan de Vos van Steenwijck, zoon van Arent de Vos van Steenwijck tot Ansen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.1.1) en Beerte Mulert. Johan trouwde met NN van NN.
Kinderen van Johan en NN:
1 Arent de Vos van Steenwijck [1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.1.1.2.1].
2 Reynolt de Vos van Steenwijck [1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.1.1.2.2].
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.1.2 Mechteld de Vos van Steenwijck, dochter van Bertold de Vos van Steenwijck en NN van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.1). Mechteld trouwde met Bertold Hagen. Bertold is overleden in 1437.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.1.3 Lyse de Vos van Steenwijck, dochter van Bertold de Vos van Steenwijck en NN van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.1). Lyse is overleden in 1418. Lyse trouwde met Hendrick de Vos van Steenwijck tot Batinge. Hendrick is een zoon van Coenraad de Vos van Steenwijck en Agnes van Buckhorst. Hendrick is overleden in 1457. Hendrick trouwde later met Mechteld (Mette) van Gheesteren.
Kinderen van Lyse en Hendrick:
1 Johanna de Vos van Steenwijck [1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.1.3.1].
2 Johan de Vos van de Ghore van Steenwijck tot Batinge [1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.1.3.2]. Johan is overleden in 1480.
3 Roelof de Vos van Steenwijck tot Entinge [1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.1.3.3], geboren vóór 1418.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.2 Johan IV van Ruinen is geboren omstreeks 1362 in Gasselte, zoon van Arend Huys van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1) en Lamme van Gasselte. Johan is overleden in 1410 in Ruinen, ongeveer 48 jaar oud.
Notitie bij Johan: 02-05-1397 beleend met de Heerlijkheid Ruinen
Noemt zich daarna Johan van Ruinen
Request van 27 oktober 1403 archief Dickninghe.
Johan, heer van Ruinen, knape, en zijn gebroeders Steven, Johan, Boldewijn en Roelof dragen voor buren te Lede over aan de abdij te Dickninghe hunne grove tienden over Nyen Boeldinghegoed en over Wermbold des Pelsers goed in de marke te Lede "ghedynghet" resp. op 2 stede Groninger mudden en op een half schat rogge.
Request van 31 oktober 1407 archief Dickninghe.
Johan heer van Ruinen, knape, draagt voor buren te Orvelte over aan de abdij te Dickninghe een rente van 7 stede Groninger mudden rogge, waarvan 5 mudde en 1 schat uit Renwerdighegoed, anderhalf mud uit Bennynghegoed en 1 schat uit Poppinghegoed, alle in de buurschap en de marke te Orvelte in het kerspel Bork.
1 juli 1408. Johan van Ruinen, knape, draagt voor buren te Ruinen over aan de abdij te Dickninghen zijn grove en smalle tienden over Nyssinghegoed c.a. en al de goederen der abdij in de marke te Ruinen (behalve de smalle tiend over Rensinghe-hofstede, de halve grove tiend over de akker ten oosten daarvan, over die Batue, over Swanikenakker op zuides en over de Hortenberg op Wildenkamp.
3 juli 1408. Johan, heer van Ruinen geeft aan de abdij te Dickninghe de akker, vroeger behorend tot het Hadeblinghegoed, door hem gekocht van Herman Polman en gelegen te Ruinen op de Zuides, in ruil voor een akker van Nyssinghegoed te Ruinen op de Zuides. Met verklaring van beiden, dat beide akkers tiendvrij zullen zijn en dat zij de akkers hebben overgedragen voor buren te Ruinen; en verklaring van de heer van Ruinen dat hij geen tienden trekt van goederen der abdij in de marke en het dorp Ruinen, behalve op de smalle tienden over Renssinghe-hofstede en de halve grove tienden over de 4 akkers Renssinghewoert, die Batue Swanickenakker op de Zuides en de Hortenberg op Wildkamp.
2 augustus 1408. Johan heer van Ruinen draagt voor gerecht en buren te Buddingwolde over aan de abdij te Dickninghe een rente van zes vierendeel boter, waarvan 3 over de hof en weere van Coep Mewes in het Westeind van de grote Oosterbuurschap en de andere 3 over over de hof en weere van Johan Bauwekens in de Nederbuurschap bij de Koekangerdijk in het kerspel Blijdenstein.
19 oktober 1408. Johan, heer van Ruinen, draagt voor gerecht en buren te Buddingwolde over aan de abdij te Dickninghen een rente van 6 vierendeel boter, waarvan 2 vierendeel en 1 kop uit Frederik Mathias weer (nu bewoond door Roelof Stelling) 2 vierendeel en 1 kop uit Zywert Nesens weer, beide in de Kaelre buurschap, een hal vierendeel over Heyne Lubbikens weer en 1 vierendeel uit Johan Volkers weer, beide in de Grote Oosterbuurschap in het kerspel Blijdenstein.
24 juni 1409.Johan heer van Ruinen draagt voor buren van Ruinen over aan de abdij van dickninghen 1 maat in de Ghoermaden opgaande tegen die Rethe en Zuides in de marke van Ruinen.
21 september 1409 Johan heer van Ruinen, knape, en Mechteld, echteleiden, verkopen voor een vrij en eigen aan Gosen Johanszoon en Alle, echtelieden, een rente van 2 vierendeel boter uit een halve hoeve land te Buddingwolde in de Ruwe boerschap.

Andere bronnen: http://home.online.nl/corryhavermans/html/kwartierstaat_blad_2.html
34386 Johan IV van RUINEN (NORG), overleden 1410,
28-08-1392 koopt hij van de abdij te Dikninge de molen te Blijdenstede.
02-05-1397 wordt hij beleend met de heerlijkheid Ruinen (J.W. Schaap, ’De heren van Ruinen en hun heerlijkheid’, NL 1981, 288);
27-10-1403 verkopen de gebroeders Jan van Ruinen IV, knape, Steven, Boldewijn, Johan (de jonge) en Rolef de grove tienden te Lhee aan de abdij te Dikninge (Oork.boek Gr. en Dr. II, nr. 1162);
31-10-1407 t/m 24-06-1409 verkoopt hij aan Dikninge een boterrente onder Blijdenstede, een roggerente onder Orvelte, land en tienden onder Ruinen. Zoon van Arend NORG (Huys/Huzeken) (zie 68772) en Lamme van GASSELTE (zie 68773).
Gehuwd op 27-12-1404 met
34387 Mechteld MULERT.
Zij hertrouwt Jan Oving.
30-10-1416 bekrachtigen Johan Oving van Pesse en Machteld Mulert een landverkoop aan Dikninge door Jan Oving. Uit de tekst blijkt, dat Mechteld, dochter van Egbert Mulert en Hadewich, wed. van Jan IV en echtgenote van Jan Oving is (J.W. Schaap, ’De heren van Ruinen’, NL 1981).
20-02-1426 genoemd met haar dochter Johanna, gehuwd met Berent van Munster (Karel de Grote, beginreeks 22/217).
Dochter van Egbert MULERT (zie 68774) en Hadewich van ISSELMUDEN (zie 68775).
Uit dit huwelijk:
1. Johanna (zie 17193).
2. dochter,
gehuwd met Johan van den Clooster, Johanszn.
Notitie bij publiceren van Johan: Johan IV van RUINEN (NORG), overleden 1410,
28-08-1392 koopt hij van de abdij te Dikninge de molen te Blijdenstede.
02-05-1397 wordt hij beleend met de heerlijkheid Ruinen (J.W. Schaap, ’De heren van Ruinen en hun heerlijkheid’, NL 1981, 288);
27-10-1403 verkopen de gebroeders Jan van Ruinen IV, knape, Steven, Boldewijn, Johan (de jonge) en Rolef de grove tienden te Lhee aan de abdij te Dikninge (Oork.boek Gr. en Dr. II, nr. 1162);
31-10-1407 t/m 24-06-1409 verkoopt hij aan Dikninge een boterrente onder Blijdenstede, een roggerente onder Orvelte, land en tienden onder Ruinen. Zoon van Arend NORG (Huys/Huzeken) (zie 68772) en Lamme van GASSELTE (zie 68773).
Gehuwd op 27-12-1404 met
34387 Mechteld MULERT.
Zij hertrouwt Jan Oving.
30-10-1416 bekrachtigen Johan Oving van Pesse en Machteld Mulert een landverkoop aan Dikninge door Jan Oving. Uit de tekst blijkt, dat Mechteld, dochter van Egbert Mulert en Hadewich, wed. van Jan IV en echtgenote van Jan Oving is (J.W. Schaap, ’De heren van Ruinen’, NL 1981).
20-02-1426 genoemd met haar dochter Johanna, gehuwd met Berent van Munster (Karel de Grote, beginreeks 22/217).
Dochter van Egbert MULERT (zie 68774) en Hadewich van ISSELMUDEN (zie 68775).
Uit dit huwelijk:
1. Johanna (zie 17193).

2. dochter,
gehuwd met Johan van den Clooster, Johanszn.
Johan trouwde, ongeveer 42 jaar oud, op 07-12-1404 met Mechteld Mulert, ongeveer 34 jaar oud. Mechteld is geboren omstreeks 1370 in Hasselt, dochter van Egbert Mulert en Hadewich van NN. Mechteld is overleden na 1416, minstens 46 jaar oud. Mechteld trouwde later met Johan Oving (geb. ±1366).
Kinderen van Johan en Mechteld:
1 Johanna van Ruinen, geboren omstreeks 1405 in Ruinen. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.2.1.
2 NN van Ruinen [1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.2.2].
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.2.1 Johanna van Ruinen is geboren omstreeks 1405 in Ruinen, dochter van Johan IV van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.2) en Mechteld Mulert. Johanna is overleden omstreeks 1478, ongeveer 73 jaar oud.
Notitie bij Johanna: Request van 26 februari 1426 archief Dickninghe.
Jonkvrouwe Johanna van Ruinen en haar man Berend van Munster dragen voor een vrij edel eigen over aan Egbert Piggen en Geertruid, echtelieden, een rente van 16 blauwe goudguldens uit hun goed Schonegangesgoed c.a. te den Twele in het karspel Blijdenstein, gelijk Schoneganc placht te gebruiken en bracht aan den Oldenhof, en uit hun huis c.a. op Buddingwolde tussen de Boeksteeg en hun windmolen in genoemd karspel; met verklaring dat zij de koopprijs gaven aan hunne moeder Mechteld Mulert tot teruggave van haar bruidschat, die zij aan de heerlijkheid Ruinen aanbracht. Met medebezegeling ten teken van goedkeuring door hunne ooms Steven van Ruinen en Roelof van Ruinen en van hun neef en zwager Johan van den Clooster.
Van dezelfde datum: Egbert Piggen en Geertruid, echtelieden, geven aan Berend van Munster en juffer Johanna van Ruinen, echtelieden, het recht van aflossing binnen 50 jaar naar de penning 25 van de rente van 16 blauwe guldens, door Berend en johanna aan hen verkocht uit hun goed te den Twele in het karspel Blijdenstede, gelijk Schoneganc placht te gebruiken en bracht aan de Oldehof, en uit hun huis c.a. op Buddingewolde, in genoemd kerspel, tussen de Boeksteeg en de windmolen, vermeld in de daarvoor gegeven brief.
Request van 18 oktober 1473 archief Dickninge.
Berent ter Maat, kerkheer te Diever en deken van het land van Drenthe, mr. Johan Gheye kerkheer te Hasselt en Johan Boelmans bepalen - als scheidsrechters tussen de abdij te Dickninge en Johan Oving: dat over de achterstallige stede mudden niet verder gesproken zal worden; dat de abdij zal blijven gebruiken en Johan zal vrijwaren al het goed dat gescheiden is van zijn bezittingen; dat de abdij niet zal genieten ene rente van 14 maar ene rente van 5 Groninger mudden rogge uit Johans erf Broextinghegoed, bij hemzelf in gebruik, welke Johan zal vrijwaren; waarna Johan Oving aan de abdij het bewuste goed en de rente overdraagt voor buren van Ruinen. Met goedkeuring dezer overdracht en medebezegeling door de leenvrouwe joffer Johanna vrouw te Ruinen, haren voogd en man Roelof van der Laer heer te Ruinen knape, Hendrik van Munster en Johan Oving.

andere bronnen:
17192 Berend von MÜNSTER te MEINHÖVEL, BOTZLAR, overleden 1442-1444,
26-02-1426 verkopen Johanna en haar man Berend van Munster een goed. Als getuigen zijn aanwezig haar ooms Roelof en Steven van Ruinen, dorst van Ruinen. (J.W. Schaap,’De heren van Ruinen’,NL 1981).
(Karel de Grote, beginreeks 22/217). Zoon van Heinrich von MÜNSTER te MEINHÖVEL, BOTZLAR, SELM (zie 34384) en Elisabeth (Elsebe) von BODELSCHWINGH (zie 34385).
Gehuwd op 11-02-1425 met
17193 Johanna van RUINEN (NORG), overleden 1478.
Zij hertrouwt 1444 met Roelof van Laer, schildknaap graafschap Bentheim.
21-04-1457 wordt zij als echtgenoot van Roelof van Laer beleend met de heerlijkheid Ruinen, gelijk haar vader Johan van Ruynen dat bezeten had (J.D. Wagner, ’Munster’, De Navorscher 1912).
27-05-1465 herbeleent bisschop David van Bourgondië (1457-1496) Johanna van Ruinen, vrouw van Roelof van Laer, met de heerlijkheid Ruinen, omdat haar neef, graaf Hoya, door Johan van Munster, haar zoon, gevangen is genomen. (J.W. Schaap,’De heren van Ruinen’,NL 1981)
Dochter van Johan IV van RUINEN (NORG) (zie 34386) en Mechteld MULERT (zie 34387).
Uit dit huwelijk:
1. Johan van MÜNSTER te MEINHÖVEL, BOTZLAR (zie 8596).

2. Elsabe van MUNSTER te MEINHÖVEL, BOTZLAR.
Gehuwd 1458 met Wolf van Ittersum, zoon van Johannes van Ittersum en Agnes Campferbeke.
(Karel de Grote, beginreeks 23/217).

3. Hendrick von MUNSTER te MEINHÖVEL, BOTZLAR,
03-06-1478 beleend met de heerlijkheid Ruinen.
Gehuwd 1456 met Alexandrine van de Dorneburg, genoemd von Aschebroick.
Hij hertrouwt 1471 met Agnes de Vos van Steenwijk (NL 1969).
Johanna:
(1) trouwde, ongeveer 20 jaar oud, op 10-02-1425 met Berend van Munster, ongeveer 27 jaar oud. Berend is geboren omstreeks 1398 in Ruinen, zoon van Heinrich van Munster en Elizabeth von Bodil-Schoring/Bodelschwing. Berend is overleden vóór 1473, ten hoogste 75 jaar oud.
Notitie bij Berend: Request van 4 februari 1442 archief Dickninge.
Berendt van Munster heer te Ruinen, knape, verpacht aan Hendrik ten Coerne en Heyle, echtelieden, en Hendriks zusterkinderen Heymen en Hendrik voor hun leven zijne hofstede c.a. ten Tweele, bewoond door Hendrik, Andries en Bette, tegen 16 blauwe guldens des jaars. Met bepalingen dat herstellingen aan het huis zullen zijn ten laste van de pachter doch de verpachter zal hout daarvoor leveren.

http://home.online.nl/corryhavermans/html/kwartierstaat_blad_2.html
17192 Berend von MÜNSTER te MEINHÖVEL, BOTZLAR, overleden 1442-1444,
26-02-1426 verkopen Johanna en haar man Berend van Munster een goed. Als getuigen zijn aanwezig haar ooms Roelof en Steven van Ruinen, dorst van Ruinen. (J.W. Schaap,’De heren van Ruinen’,NL 1981).
(Karel de Grote, beginreeks 22/217). Zoon van Heinrich von MÜNSTER te MEINHÖVEL, BOTZLAR, SELM (zie 34384) en Elisabeth (Elsebe) von BODELSCHWINGH (zie 34385).
Gehuwd op 11-02-1425 met
17193 Johanna van RUINEN (NORG), overleden 1478.
Zij hertrouwt 1444 met Roelof van Laer, schildknaap graafschap Bentheim.
21-04-1457 wordt zij als echtgenoot van Roelof van Laer beleend met de heerlijkheid Ruinen, gelijk haar vader Johan van Ruynen dat bezeten had (J.D. Wagner, ’Munster’, De Navorscher 1912).
27-05-1465 herbeleent bisschop David van Bourgondië (1457-1496) Johanna van Ruinen, vrouw van Roelof van Laer, met de heerlijkheid Ruinen, omdat haar neef, graaf Hoya, door Johan van Munster, haar zoon, gevangen is genomen. (J.W. Schaap,’De heren van Ruinen’,NL 1981)
Dochter van Johan IV van RUINEN (NORG) (zie 34386) en Mechteld MULERT (zie 34387).
Uit dit huwelijk:
1. Johan van MÜNSTER te MEINHÖVEL, BOTZLAR (zie 8596).
2. Elsabe van MUNSTER te MEINHÖVEL, BOTZLAR.
Gehuwd 1458 met Wolf van Ittersum, zoon van Johannes van Ittersum en Agnes Campferbeke.
(Karel de Grote, beginreeks 23/217).
3. Hendrick von MUNSTER te MEINHÖVEL, BOTZLAR,
03-06-1478 beleend met de heerlijkheid Ruinen.
Gehuwd 1456 met Alexandrine van de Dorneburg, genoemd von Aschebroick.
Hij hertrouwt 1471 met Agnes de Vos van Steenwijk (NL 1969).
(2) trouwde, ongeveer 39 jaar oud, in 1444 met Roelof van Laer.
Kinderen van Johanna en Berend:
1 Hendrik van Munster, geboren omstreeks 1430. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.2.1.1.
2 Johan van Munster [1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.2.1.2], geboren omstreeks 1435.
Notitie bij Johan: Ook genoemd Johan Oving ??
Request van 18 oktober 1473 archief Dickninge.
Berent ter Maat, kerkheer te Diever en deken van het land van Drenthe, mr. Johan Gheye kerkheer te Hasselt en Johan Boelmans bepalen - als scheidsrechters tussen de abdij te Dickninge en Johan Oving: dat over de achterstallige stede mudden niet verder gesproken zal worden; dat de abdij zal blijven gebruiken en Johan zal vrijwaren al het goed dat gescheiden is van zijn bezittingen; dat de abdij niet zal genieten ene rente van 14 maar ene rente van 5 Groninger mudden rogge uit Johans erf Broextinghegoed, bij hemzelf in gebruik, welke Johan zal vrijwaren; waarna Johan Oving aan de abdij het bewuste goed en de rente overdraagt voor buren van Ruinen. Met goedkeuring dezer overdracht en medebezegeling door de leenvrouwe joffer Johanna vrouw te Ruinen, haren voogd en man Roelof van der Laer heer te Ruinen knape, Hendrik van Munster en Johan Oving.

andere bronnen:
http://home.online.nl/corryhavermans/html/kwartierstaat_blad_2.html
8596 Johan van MÜNSTER te MEINHÖVEL, BOTZLAR.
Weduwnaar van Catharina van Dorneburg, genoemd von Aschebroeck.
1465 neemt hij de neef van zijn moeder Johan, graaf van Hoya gevangen.
(J.W. Schaap,’De heren van Ruinen’,NL 1981). Zoon van Berend von MÜNSTER te MEINHÖVEL, BOTZLAR (zie 17192) en Johanna van RUINEN (NORG) (zie 17193).
Gehuwd op 02-11-1496 met
8597 Bertha Hille van DIEPENBROICK,
(Mr. H.L. Hommes, "Het geslacht van Münster", Navorscher 1958, 34).
Uit dit huwelijk:
1. Berend van MUNSTER (zie 4298).
Notitie bij publiceren van Johan: Johan van MÜNSTER te MEINHÖVEL, BOTZLAR.
Weduwnaar van Catharina van Dorneburg, genoemd von Aschebroeck.
1465 neemt hij de neef van zijn moeder Johan, graaf van Hoya gevangen.
(J.W. Schaap,’De heren van Ruinen’,NL 1981). Zoon van Berend von MÜNSTER te MEINHÖVEL, BOTZLAR (zie 17192) en Johanna van RUINEN (NORG) (zie 17193).
Gehuwd op 02-11-1496 met
8597 Bertha Hille van DIEPENBROICK,
(Mr. H.L. Hommes, "Het geslacht van Münster", Navorscher 1958, 34).
Uit dit huwelijk:
1. Berend van MUNSTER (zie 4298).
3 Mechteld Elizabeth (Elsabe) van Munster, geboren omstreeks 1438 in Meinhövel, Hannover. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.2.1.3.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.2.1.1 Hendrik van Munster is geboren omstreeks 1430, zoon van Berend van Munster en Johanna van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.2.1). Hendrik is overleden na 1500, minstens 70 jaar oud.
Notitie bij Hendrik: Request van 27 april 1495 archief Dickninge.
Harmen van den Cloester vermaakt aan Hadewych Rovers de lijftocht ener losrente van 5 gouden Rijnsguldens uit zijne goederen ten Tweele in het karspel Blijdenstede. Met medebezegeling door Harmens neef en zwager Hendrik van Munster, als heer van Ruinen.
4 mei 1500 archief Dickninge.
Hendrik van Munster heer te Ruinen knape, Hendrik de Vos van Steenwijck Johanszoon, Johan van Voorst pastoor te Ruinen, Bernardus Assonis pastoor te Beylen, Rodolphus ten Haeve pastoor te Rolde, en Johan Aerntszoon priester-vicaris in Ruinen verdelen - als gekozen dadingslieden tussen Reynalt de Vos van Steenwijck, de abdij van Dickninge en de abdij van Assen - het genot van het Halerholt, waarbij aan de abdij van Dickninge wordt toegewezen het hout op een gedeelte tussen de Stegeakker en de Santakker, behorende aan het erf Haevinge, op een ander gedeelte aan het eind van het holt en op een gedeelte ten zuiden van de Groninger weg. Met bepaling dat, ook wanneer eiken groeien in het holt, steeds het genot van partijen op de omschreven wijze zal zijn verdeeld.
Notitie bij publiceren van Hendrik: 3. Hendrick von MUNSTER te MEINHÖVEL, BOTZLAR,
03-06-1478 beleend met de heerlijkheid Ruinen.
Gehuwd 1456 met Alexandrine van de Dorneburg, genoemd von Aschebroick.
Hij hertrouwt 1471 met Agnes de Vos van Steenwijk (NL 1969).
Hendrik trouwde, ongeveer 26 jaar oud, in 1456 met Alexandrine van den Dorneburg.
Notitie bij het huwelijk van Hendrik en Alexandrine: ook genoemd von Aschebroik
Alexandrine is overleden vóór 1471.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.2.1.3 Mechteld Elizabeth (Elsabe) van Munster is geboren omstreeks 1438 in Meinhövel, Hannover, dochter van Berend van Munster en Johanna van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.2.1). Elsabe is overleden omstreeks 1484, ongeveer 46 jaar oud.
Notitie bij publiceren van Elsabe: 2. Elsabe van MUNSTER te MEINHÖVEL, BOTZLAR.
Gehuwd 1458 met Wolf van Ittersum, zoon van Johannes van Ittersum en Agnes Campferbeke.
(Karel de Grote, beginreeks 23/217).
Elsabe trouwde, ongeveer 20 jaar oud, in 1458 met Wolf van Ittersum, ongeveer 28 jaar oud. Wolf is geboren omstreeks 1430 in Zwolle, zoon van Johan (Jan) van Ittersum en Agnes van Kampherbeek. Wolf is overleden op 22-11-1488, ongeveer 58 jaar oud.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.3 Steven van Ruinen is geboren omstreeks 1365, zoon van Arend Huys van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1) en Lamme van Gasselte. Steven is overleden in 1437, ongeveer 72 jaar oud.
Notitie bij Steven: ook genaamd van Ruinen. Is zijn broer Johan, na diens dood in 1410, opgevolgd als heer van Ruinen.
Drost van Ruinen.
Request van 9 november 1410 archief Dickninghe.
Symon Polman en Steven (later, 17 juli 1412, ook vermeld als Stephen), echtelieden, dragen voor buren over aan Egbert Piggen en Geertruid, echtelieden, 1 akker land op Noordes, geheten dat Weekeweerck. Met medebezegeling door Steven, heer van Ruinen.
13 oktober 1412. Roelof Hake, vicaris te Ruinen, draagt, in overleg met de collator der vicarie, voor buren te Ruinen over aan de abdij te Dickninghe 1 akker land op Zuides te Ruinen. Met medebezegeling en bekrachtiging door jonker Stephan van Ruinen als momber der heerlijkheid Ruinen en collator der vicarie.
31 oktober 1412. Egbert Piggen en Geertruid, echtelieden, dragen voor buren te Ruinen voor een vrij edel eigen over aan de abdij te Dickninghe 2 akkers land, geheten de Wekewercke op Noordes te Ruinen, vermeld in de doorstoken brieven (zie requesten 180 en 185 archief Dickninghe). Met medebezegeling door jonker Stephan van Ruinen "gheboren mombaer" der heerlijkheid Ruinen.
23 april 1437 archief Dickninge. Steven van Ruinen draagt over aan de "priesteren indertijd tot Ruinen" een rente van 2 Groninger mudden rogge uit zijn goed Olde Lantsinghe in de marke en buurtschap Ruinen "tot enen rechten testament voor mij ende voor Agnese mijnen huisvrouw ende voor Arent mijn zoon ende voor Johan Klencken mijnen broeder opdat zij delen mogen in de missen, vigilien, memorien en alle andere goede werken die geschieden zullen in de kerk van Ruinen, en bepaaldelijk opdat priesters een bijzondere memorie houden, des avonds ene vigilie van 9 lessen en den volgende dag een mis.
(Hieruit zou men kunnen afleiden dat Johan Klencke een bijzondere plaats innam onder de broers, daar ook broer Roelof een gelijksoortig testament had opgemaakt. Zie bij Roelof)
Steven trouwde met Agnes van NN.
Kind van Steven en Agnes:
1 Arent van Ruinen [1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.3.1.3.1].
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.5 NN van Norch is geboren omstreeks 1321 in Eelde, dochter van Otto van Norch en Ida van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4). NN trouwde, ongeveer 18 jaar oud, omstreeks 1339 met Hendrik van Selwerd, ongeveer 19 jaar oud. Hendrik is geboren omstreeks 1320, zoon van Ludolf van Groningen van Sepperothe. Hendrik is overleden na 1352, minstens 32 jaar oud.
Notitie bij Hendrik: Vermeld in een oorkonde van 1352 waarin hij éénderde van de heerlijkheid Groningen en Selwerd behoudt.
Kind van NN en Hendrik:
1 Ida van Selwerd, geboren omstreeks 1340. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.5.1.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.5.1 Ida van Selwerd is geboren omstreeks 1340, dochter van Hendrik van Selwerd en NN van Norch (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.5). Ida is overleden omstreeks 1397, ongeveer 57 jaar oud.
Notitie bij Ida: Uit: http://home.kpn.nl/aswa154/kwartierstaatgenXXI-XL.htm#p1100
Op 28 augustus 1395 wordt zij samen met haar zoon nog vermeld in een proces: “Jonfer Yde van Zeelweerde ende Henric van Zeelweerde horen soen”.
Ida trouwde, ongeveer 20 jaar oud, in 1360 met Herman van Coevorden. Zie 1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.5.1.2 voor persoonsgegevens van Herman.
Kind van Ida en Herman:
1 Hendrik van Coevorden [1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.5.1.1], geboren omstreeks 1360.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.5 Steven (Stephanus) van Ruinen is geboren omstreeks 1290, zoon van Johan (II) van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2) en Ermengarde van NN. Steven is overleden na 1328, minstens 38 jaar oud.
Notitie bij Steven: Bij brief van 8 december 1325 doet Steven afstand van een boterpacht, die door Arnold Lansinge wordt geschonken aan het convent van Dikninge. Otto van Norch en Johannes Clencke, zijn zwagers, gaan hiermee accoord, namens zijn zusters.
In 1328 was hij knape en getuige bij de beslechting van een twist tussen bisschop Johan en de Drenten over de precarien.

8 december 1325. Arnoldus Lansinghe zoon van Mewekinus, den broeder van wijlen Johannes van Ruinen, schenkt, met zijne moeder, -na de toekenning ener kloosterprebende door de abdij aan zijne beide zusters Agnesa en Lysa, - aan die abdij ene rente van 4 emmers boter uit: ene hoeve bij het huis van Coenradus van Meppel, halve hoeven van Rycolue Heynghe, Folpardus gezegd Mannes, Thethardus Folpardus’-zoon en Wieke Bebinghe en viertelen van Nanno gezegd Vrese en Syfriedus Deduen. Met verklaring van Stephanus domicellus, zoon van wijlen Johannus van Ruinen, dat hij zijne rechten op genoemde rente afstaat; -en van Henricus, schulte van Eelde, Otto van Norch en Johannes Clencke, zwagers van genoemde Stephanus, dat zij deze schenking goedkeuren en bekrachtigen, dat zij beloven dat Stephanus en Arnoldus de acte zullen bezegelen, zodra zij zelf zegels zullen bezitten, dat ook zonder die zegels deze acte van kracht zal zijn en dat hunne zegels aan de acte zijn bevestigd.

ogd0314 van 26 mei 1328; De overheden van Drenthe doen mededeling dat zij de uitspraak van scheidslieden in de geschillen tussen hen en de bisschop van Utrecht hebben bekrachtigd. Vermeld worden Steven van Ruinen, Godfried van Borculo, Reynald prefect in Coevorden, Bertold prefect in Groningen, Johannes van Bronchorst, Thomas van Diest, Johannes Redinck, Hendrik van Vianen, Johannes Geusinge, Alfred van de Schure;
Steven trouwde met NN van Peize. NN is geboren omstreeks 1300, dochter van Eg(gel)bertus van Peize van Almelo en NN van NN.
Notitie bij NN: Overgenomen van: http://www.pdejong.com/genealogie/parenteel/vanruinen/d1.htm
Kinderen van Steven en NN:
1 Johan (III) van Ruinen, geboren omstreeks 1325. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.5.1.
2 NN van Ruinen. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.5.2.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.5.1 Johan (III) van Ruinen is geboren omstreeks 1325, zoon van Steven (Stephanus) van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.5) en NN van Peize. Johan is overleden in 1378, ongeveer 53 jaar oud.
Notitie bij Johan: Johan van Ruinen wordt in 1346 genoemd in een acte.
In 1352 wordt hij genoemd als strijdende met Egbert van Peize en zijn kinderen en de kerspelen Peize ,Roden en Roderwolde tegen Groningen.
Op 21 maart 1352 wordt de soen gesloten.
Burgemeesters en raad van Groningen verklaren met Johan van Ruinen, Egbert van Peize en de inwoners van Peize, Roden en Roderwolde en met het land van Drenthe een verdrag te hebben gesloten.
Naar een afschrift van de hand van Ludolphus Pollinge uit de 16e eeuw, in het huisarchief Mensinge te Roden (niet geïnventariseerd): foto’s op het Rijksarchief Drenthe aanwezig. No. 419 van het Oorkondenboek bevat een andere versie van deze overeenkomst, beoorkond door Reinold van Coevorden en het land Drenthe.
Wy. borghemesteren und raedt van Groenynchen, doet kundych al1 denghenen, de dussen openen breeff sollen seen off horen lesen, dat van alden saken, de gewesen hebben tusschen Johanne van Ruynen, Egbert van Pedze van synen kinde (kinderen), van de van Pedze, van de van Roeden ende van Roderwolde ende alle hoeren vrenden (vrienden) bynnen lants off buyten lants an de ene sydt ende unse stadt van Groenyngen an de ander sydt ende van allen olden sak[en] de wesen hebben tusschen de lan[de] van Drenthe ende unse stadt vors., soe ys gedaen ende gemaket ene alynge soene ende ene vaste ende stede soene ewelyck toe holden in dusse maneren, dat enych man yn den lande van Drenthe de toe clagenne heefft up enen burger van Groenyngen. de sall bruyken alsoedane recht als toe Groenygen een stadtrecht ys off wyset ende hevet oeck een borger yn Groenyngen toe clagenne up enen lantman yn Drenthe. sall bruyken alsoedane rechts als een lantrecht ys yn de lande van Drenthe ende des een sall niemant den andere weygheren: voertmeer weer enich man van buyten den lande van Drenthe, de yn dat lant off doer dat lant rede off queme ende onse borgher van Groenynghen yn roeff off brande off yn vangenscup scaden dede. solde heer Reynolt van Covorden ende van Borckeloe ende dat lant van Drenthe keren mit allen hoeren macht ende van ghenerhande saken sall dat lant van Drenthe ende de stadt [van] Groenyngen malck den anderen roe[ff] offte brant off vangenscup doen, mer elck man sall bruyken alsoedanes rechts als hyr vors. staedt; van desen punten sall wesen uutgesproeken alle argelyst ende nye vonde. In oerkonde ende vestycheit van desen soene, de stede ende vest to blivene, so hebbe wy dessen breeff mit unse stedeszegel gezegelt. Ghegeven int yaeronses Heren dusent drehondert ende twe ende vyfftych des woensdages nae den sondach als men synget Letare Jherusalem.

Op 31 oktober 1353 beleend hij Johan van Welvelde met het hof te Welvelde en andere goederen.
In 1355 was hij getuige van Frederik van Echten Volkertszn.
In 1360 wordt hij ridder genoemd.
31 oktober 1363. Johannis, heer van Runen, ridder, staat, met toestemming van zijn vrouw Zweseris en zijne dochter Bertradis, voor ’t zieleheil van zijner voorouders en nakomelingen, af zijne rechten op de personen en de goederen van de abt en de kloosterlingen van ’t Sint Maris klooster in Dikninge, zodat de abt volgens de regel van St. Benedictus vrijelijk mag beschikken over ’s kloosters goederen zonder zijne inmenging; behoudens zijne tienden van ’s kloosters goederen; -ontheft bepaaldelijk de kloosterlingen van zijne rechtspraak; -en doet afstand van al zijne rechten met betrekking tot ’s kloosters 2 molens in Rune en in Bleydensteden. Met bezegeling door Johannis bisschop van Trajectum, Reinaldus heer van Koevorden, Johannis van Claustro ridder, Egbertus cureit in Westerhesselen, Johannes Vos van Steenwijck en het gemene land van Drenthe.

29 september 1364. Johan, heer van Ruinen, ridder, zijn vrouw Sweder en hunne dochter Berte verklaren te hebben ontvangen van de abdij van Dikninge 400 Brugse schilden, volgens de schuldbrief ten laste van Reynold van de Clooster, Johan Vos van Steenwijck en Rolof van Echten.
1368 Geschil tussen hem en het convent van Dikninge over de opbouw van de kerk.
1370 Genoemd in oorkonde samen met Herman, heer van Kuinre en zijn vrouw Mechteld en Herman van der Eze, mombaer van Mechteld.Verkoop aan Peter van Blijdenstein.
1372 zegelt hij een brief van Cyse Lansinghe over verkoop Nijsinghegoed aan het klooster Dikninge.
26 september 1372 was hij getuige bij een lening van Otto Polman met Nijdinge in Selwerd.
In 1373 vermaakt hij zijn vrouw Swedera op de Oldenhof al zijn levende en roerende have. (Dochter toen reeds overleden??)
1375, in de winter, stichten hij en zijn vrouw Swedera het altaar van st. Catharina in de kerk van Ruinen en begiftigen dat met 48 mudden winterrogge en 24 mudden haver uit Luggeringhe, Wulverdingh, Westebringe, Oldelansinghe, Haldeboldinghe en Nijenhave. (Waarschijnlijk was hij toen al ziek)
1375 Vermaakt hij zijn vrouw Zweder al het goud en zilverwerk, gereedschap en huisraad dat aanwezig is in de Oldenhave. Getuigen zijn Roelof van Steenwijk, ambtman van Drenthe, Johan de Vos van Steenwijk, Gert goedesing en Volker de schulte van Ruinen.
30 april 1376 verkoopt hij aan Johan de Vos van Steenwijk en Arend Huijs 42,5 mudden rogge van erven in Emmen en Exlo, door hem geerfd van Egbert van Peize, heer Egbertszoon.
In 1377 draagt hij al zijn gronden in Eelde, die hem waren aangeerfd van Egbert van Peize, zijn neef, over aan Johan Mensing van Haren.
Op 3 juni 1379 laat Swedera een vidimus maken van de brief uit 1375. Johan zal dus voor 1379 zijn overleden.
Met zijn dood is de oudste tak van Ruinen uitgestorven. Blijft over de tak van Welvelde, oorspronkelijk een van Ruinen.
De erfenis van Johan is op de woensdag na sint martinus (de eerste woensdag in november) 1380 gedeeld door zijn erfgenamen Arend Huijs en Roelof Polman.
Arend Huijs verkreeg het dagelijks gericht te Ruinen enz. en Oldenhave en Roelof Polman kreeg Nijenhave, Ludderinge en Hadeblinge.
Notitie bij publiceren van Johan: J
Johan trouwde, ongeveer 35 jaar oud, omstreeks 1360 met Zwederis (Swedera) van Rechteren, ongeveer 15 jaar oud. Swedera is geboren omstreeks 1345 in Goor, dochter van Frederik genaamd van Rechteren en Lutgardis van Voorst. Swedera is overleden op 22-02-1407 in Diepenveen, Deventer, ongeveer 62 jaar oud.
Notitie bij Swedera: Zwedera is het oudste kind van Frederik en Lutgardis.
In 1391 geeft zij samen met Clementia van Amerongen, Sweder van Rechteren en Wijnolt van Arnhem, welke beide in dat stuk hare gerechte erven worden geneomd, aan de fraters te Deventer het huis door haar en Clementia bewoond, in ruil voor het kleinere huis door de fraters bewoond.
Zij zelf liet het klooster van Diepenveen bouwen, waar zij introk.
Internet auteur Dimphena Groffen:
RECHTEREN, Zwedera van, ook bekend als Swedertje van Heeckeren genaamd van Rechteren en Zwedera van Ru(i)nen(geb. Goor ca. 1346 – gest. Diepenveen 21-2-1407), stichteres van het klooster Diepenveen. Dochter van Frederik van Heeckeren van der Eze genaamd van Rechteren (gest. 1386) en Lutgard van Voorst, erfdochter van Rechteren (gest. tussen 1380-1386). Zwedera van Rechteren trouwde vóór 1360 met Jan III, heer van Ruinen (ca. 1315-1378). Uit dit huwelijk is ten minste 1 dochter, en mogelijk ook 1 zoon geboren; beiden overleden jong.
Zwedera van Rechteren was het oudste kind van Frederik en Lutgard; na haar werden nog vier meisjes en vier jongens geboren. Zij trouwde al jong met Jan van Ruinen en leidde een werelds leven. Volgens haar ‘vita’ in het zusterboek van het klooster Diepenveen had Zwedera een zoon, maar hier is geen bewijs voor gevonden. Wel zeker is het bestaan van een dochter Bertrade: na haar dood schonken Zwedera en Jan geld voor het altaar van Catharina, in de Mariakerk in Ruinen. In 1375 maakte Jan zijn testament op, waarin hij zijn vrouw al zijn bezittingen naliet.
Zwedera betrok een woning in de buurt van het zusterhuis van de beweging van de Moderne Devoten in Deventer; later voegden Jutte van Ahaus en Elsebe van Delden zich bij haar. Rond 1400 maakte Johannes Brinckerinck bekend dat hij een klooster wilde stichten waar, in tegenstelling tot het zusterhuis, ook vrome rijke vrouwen en weduwen welkom zouden zijn (zie ook Salome Sticken). Zwedera schonk hem in 1402 haar jaargeld van driehonderd gulden voor de bouw van een klooster in Diepenveen. In datzelfde jaar gaf de bisschop van Utrecht haar en enkele andere zusters toestemming om het Diepenveense klooster in te richten als een regularissenklooster, volgens de regel van Augustinus. In 1412 zou het als zelfstandig klooster worden aangesloten bij het Kapittel van Windesheim.
In haar ‘vita’ is te lezen hoe Zwedera werd berispt omdat zij – uit eerbied voor de Heilige Schrift – witte handschoenen droeg bij het lezen. In haar zoektocht naar nederigheid werd zij gehinderd door het respect dat de andere zusters voor haar hadden. Op haar sterfbed noemde Zwedera de belangrijkste deugden bij wijze van geestelijk testament: ootmoed, gehoorzaamheid, geduld, reinheid, armoede en liefdadigheid. Zij stierf op 21 februari 1407.
Kind van Johan en Swedera:
1 Bertradis (Berte) van Ruinen [1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.5.1.1], geboren vóór 1363. Berte is overleden op 28-04-1374, minstens 11 jaar oud.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.5.2 NN van Ruinen, dochter van Steven (Stephanus) van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.5) en NN van Peize. NN trouwde met Rodolphus (Roelof) van Peize van Almelo. Rodolphus is geboren omstreeks 1322, zoon van Rudolf van Peize van Almelo en NN van Norch.
1.2.3.1.1.1.1.1.3.3 Laurens Geuzinge van Ruinen is geboren omstreeks 1265, zoon van Bartolomeus (Mewekinus) van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3) en NN van Welvelde. Laurens is overleden na 1304, minstens 39 jaar oud.
Notitie bij Laurens: Ook genoemd Laurens van Ruinen; ook vermeld als Laurens Gosinc.
In een acte van 04-07-1291 wordt ook als verkoper genoemd Johan’s broer Laurens en vrouw Elisabeth. Laurentius Godringa staat er geschreven, maar dit is dezelfde persoon als Laurens van Ruinen. die later het goed Godesinge of Geuzinge krijgt en dan wordt genoemd Laurens van Geuzinge.
Laurens trouwde met Elisabeth van NN.
Kind van Laurens en Elisabeth:
1 Johan Geuzinge van Ruinen [1.2.3.1.1.1.1.1.3.3.1].
1.2.3.1.1.1.1.1.3.4 Mewekinus Lansinghe van Ruinen is geboren omstreeks 1270 in Ruinen, zoon van Bartolomeus (Mewekinus) van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3) en NN van Welvelde. Mewekinus is overleden vóór 1325, ten hoogste 55 jaar oud.
Notitie bij Mewekinus: 8 december 1325. Arnoldus Lansinghe zoon van Mewekinus, den broeder van wijlen Johannes van Ruinen, schenkt, met zijne moeder, -na de toekenning ener kloosterprebende door de abdij aan zijne beide zusters Agnesa en Lysa, - aan die abdij ene rente van 4 emmers boter uit: ene hoeve bij het huis van Coenradus van Meppel, halve hoeven van Rycolue Heynghe, Folpardus gezegd Mannes, Thethardus Folpardus’-zoon en Wieke Bebinghe en viertelen van Nanno gezegd Vrese en Syfriedus Deduen. Met verklaring van Stephanus domicellus, zoon van wijlen Johannus van Ruinen, dat hij zijne rechten op genoemde rente afstaat; -en van Henricus, schulte van Eelde, Otto van Norch en Johannes Clencke, zwagers van genoemde Stephanus, dat zij deze schenking goedkeuren en bekrachtigen, dat zij beloven dat Stephanus en Arnoldus de acte zullen bezegelen, zodra zij zelf zegels zullen bezitten, dat ook zonder die zegels deze acte van kracht zal zijn en dat hunne zegels aan de acte zijn bevestigd.
Mewekinus trouwde met NN van NN. NN is overleden na 1325.
Kinderen van Mewekinus en NN:
1 Arnold Lansinghe van Ruinen [1.2.3.1.1.1.1.1.3.4.1], geboren vóór 1304. Arnold is overleden na 1325, minstens 21 jaar oud.
Notitie bij Arnold: Ook genaamd Lansinghe ( van Ruinen)
ogd0294. 8 december 1325. Arnoldus Lansinghe zoon van Mewekinus, den broeder van wijlen Johannes van Ruinen, schenkt, met zijne moeder, -na de toekenning ener kloosterprebende door de abdij aan zijne beide zusters Agnesa en Lysa, - aan die abdij ene rente van 4 emmers boter uit: ene hoeve bij het huis van Coenradus van Meppel, halve hoeven van Rycolue Heynghe, Folpardus gezegd Mannes, Thethardus Folpardus’-zoon en Wieke Bebinghe en viertelen van Nanno gezegd Vrese en Syfriedus Deduen. Met verklaring van Stephanus domicellus, zoon van wijlen Johannus van Ruinen, dat hij zijne rechten op genoemde rente afstaat; -en van Henricus, schulte van Eelde, Otto van Norch en Johannes Clencke, zwagers van genoemde Stephanus, dat zij deze schenking goedkeuren en bekrachtigen, dat zij beloven dat Stephanus en Arnoldus de acte zullen bezegelen, zodra zij zelf zegels zullen bezitten, dat ook zonder die zegels deze acte van kracht zal zijn en dat hunne zegels aan de acte zijn bevestigd.
Notitie bij publiceren van Arnold: Bij brief van 8 december 1325 begiftigde Arnoldus Lansinge, zoon van Wemekinus, broer van wijlen Johan van Runen, de abt, prior en priorin en het convent van Dikninge met een boterpacht. Bekrachtigd door Hendrik, schulte van Eelde. Met Otto van Norch en Johannes Clencke, zijn zusters mannen (sororii), ofwel zijn zwagers.
2 Agnesa Lansinghe van Ruinen [1.2.3.1.1.1.1.1.3.4.2], geboren vóór 1325.
Notitie bij Agnesa: 8 december 1325. Arnoldus Lansinghe zoon van Mewekinus, den broeder van wijlen Johannes van Ruinen, schenkt, met zijne moeder, -na de toekenning ener kloosterprebende door de abdij aan zijne beide zusters Agnesa en Lysa, - aan die abdij ene rente van 4 emmers boter uit: ene hoeve bij het huis van Coenradus van Meppel, halve hoeven van Rycolue Heynghe, Folpardus gezegd Mannes, Thethardus Folpardus’-zoon en Wieke Bebinghe en viertelen van Nanno gezegd Vrese en Syfriedus Deduen. Met verklaring van Stephanus domicellus, zoon van wijlen Johannus van Ruinen, dat hij zijne rechten op genoemde rente afstaat; -en van Henricus, schulte van Eelde, Otto van Norch en Johannes Clencke, zwagers van genoemde Stephanus, dat zij deze schenking goedkeuren en bekrachtigen, dat zij beloven dat Stephanus en Arnoldus de acte zullen bezegelen, zodra zij zelf zegels zullen bezitten, dat ook zonder die zegels deze acte van kracht zal zijn en dat hunne zegels aan de acte zijn bevestigd.
3 Lysa Lansinghe van Ruinen [1.2.3.1.1.1.1.1.3.4.3], geboren vóór 1325.
Notitie bij Lysa: 8 december 1325. Arnoldus Lansinghe zoon van Mewekinus, den broeder van wijlen Johannes van Ruinen, schenkt, met zijne moeder, -na de toekenning ener kloosterprebende door de abdij aan zijne beide zusters Agnesa en Lysa, - aan die abdij ene rente van 4 emmers boter uit: ene hoeve bij het huis van Coenradus van Meppel, halve hoeven van Rycolue Heynghe, Folpardus gezegd Mannes, Thethardus Folpardus’-zoon en Wieke Bebinghe en viertelen van Nanno gezegd Vrese en Syfriedus Deduen. Met verklaring van Stephanus domicellus, zoon van wijlen Johannus van Ruinen, dat hij zijne rechten op genoemde rente afstaat; -en van Henricus, schulte van Eelde, Otto van Norch en Johannes Clencke, zwagers van genoemde Stephanus, dat zij deze schenking goedkeuren en bekrachtigen, dat zij beloven dat Stephanus en Arnoldus de acte zullen bezegelen, zodra zij zelf zegels zullen bezitten, dat ook zonder die zegels deze acte van kracht zal zijn en dat hunne zegels aan de acte zijn bevestigd.
1.2.3.1.1.1.1.2 Sophia van Ruinen is geboren in 1205 in Ruinen, dochter van [misschien] Arnold II van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1). Sophia trouwde met Rudolf II van Coevorden. Rudolf is geboren omstreeks 1192, zoon van Folker van Coevorden en Ida Lewe. Rudolf is overleden op 25-07-1231 in Nijenstede, Hardenberg, ongeveer 39 jaar oud.
Notitie bij Rudolf: Was burggraaf van Coevorden van 1196-1228.
Komt voor als getuige van de bisschop van Utrecht in brieven van 1 januari 1218 en 10 januari 1223. In de laatste brief samen met zijn broeder Frederik.
In 1212 verpand hij met toestemming van zijn vader Volkerus, de grove en smalle tienden in Spehoorne en de tiend van 8 huizen te Echten aan de abdij van Ruinen, met vaststelling van de termijn van terugbetaling. (archief Dickninge) Later genoemd als van Ansen. Ridder van Ansen
1222 Rudolf belegert met de Gelkingen het slot van Egbert van Groningen.
1226 Rudolf, door de Sepperothes te Groningen te hulp geroepen, bemachtigd Groningen en neemt de stadsvoogd Egbert de jonge met zijn gezin gevangen en verwoest het slot. Grootvader Egbert van Groningen vlucht naar Friesland en komt terug en herovert Groningen en doodt vele Gelkingers.

Slag bij Ane op 28 juli 1227. Rudolf of Roelof verslaat het bisschoppelijke leger samen met Drenten en Friezen en met behulp van bendes uit Steinfort, Dalen, Loenen en Goor. Bisschop Otto van der Lippe sneuvelt en ook 200 ridders en ridderzonen waaronder de beroemde Duitse held Berend van Horstmar. De graaf van Gelre Gijsbert van Amstel en andere edelen werden gevangen genomen. Deze worden later onder beloften en borgtocht vrijgelaten. Keizer Hendrik ontslaat hen van de beloften en deze edelen werken mee aan de verkiezing van Wilbrand van Oldenburg tot bisschop van Utrecht.
Een nieuwe aanval van de bisschop op Coevorden volgt met wisselend succes, maar uiteindelijk komt er een wapenstilstand en doet de bisschop nieuwe voorstellen aan Rudolf/Roelof. Rudolf wordt uitgenodigd in het nieuw door de bisschop gebouwde kasteel bij Hardenberg voor overleg. Daar worden hij en Hendrik van Gravestorp gevangen genomen en vermoord. (Geradbraakt.)
In 1231 volgt opnieuw strijd en komt er een verdrag waarbij Frederik van Coevorden wordt beleend met alle rechten zoals zijn voorganger die ook bezat.

Rudolf/Roelof van Coevorden had een dochter die met Hendrik van Borculo getrouwd was. komt voor in een akte van 1261.
Kind van Sophia en Rudolf:
1 Eufemia van Coevorden van Werl, geboren omstreeks 1215. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.2.1.
1.2.3.1.1.1.1.2.1 Eufemia van Coevorden van Werl is geboren omstreeks 1215, dochter van Rudolf II van Coevorden en Sophia van Ruinen (zie 1.2.3.1.1.1.1.2). Eufemia is overleden na 1250, minstens 35 jaar oud.
Notitie bij Eufemia: Erfdochter. Staat na de dood van haar vader in 1230 onder voogdij van diens broer Frederik van Coevorden.
Zij hertrouwde ca. 1237 Herman I graaf van Lohn, wednr. van Sophia.
Dochter van Rudolf II van COEVORDEN (zie 2196946).
Uit dit huwelijk:
1. Henricus III (zie 549236).

In een request van 29 maart 1250 dragen Hermannus de Lon, zijn vrouw Eufemia en hun zoon Henricus de Borculo de goederen, eigendom en patronaatsrecht, over aan de ecclesia van Ruinen die Nicolaus van hen in gebruik had. En het huis Ludinghe te Lee.
Eufemia:
(1) trouwde, ongeveer 17 jaar oud, in 1232 met Hendrik II van Borculo, ongeveer 42 jaar oud. Hendrik is geboren omstreeks 1190, zoon van [waarschijnlijk] Hendrik I van Borculo. Hendrik is overleden in 1236, ongeveer 46 jaar oud.
Notitie bij Hendrik: Was burggraaf van Coevorden van 1232-1236
http://home.online.nl/corryhavermans/html/kwartierstaat_blad_2.html
Henricus II van BORCULO, overleden 1236/1237.
MD Teenstra vermeld als sterfdatum het jaar 1263. Waarschijnlijk verschrijving.
Ministeriaal en ridder 1232-1236. Burggraaf van Coevorden en heer van Drenthe.
Had in 1232 een belangrijk aandeel in de overwinning van de Drenthenaren bij Nutzpete in Groningen op de bisschoppelijke troepen. ( Opmerking Anne Post: Nutspete moet zijn Mitspete en is een natuurlijke verdedigingslinie, gevormd door de bedding van een oude slenk die de Hondsrug doorsnijdt even ten noorden van Noordlaren. De weg Coevorden-Groningen over de Hondsrug loopt door de bedding op een lichte verhoging. Op de zuidwal stond een mottekasteel of Bolwerk)
1236 verkoopt hij de vlek Grunloe (Grol) aan graaf Otto van Gelre. Zoon van Henricus I van BORCULO
Gehuwd 1232 met Eufemia van COEVORDEN.
Erfdochter. Staat na de dood van haar vader onder voogdij van diens broer Frederik van Coevorden. Zij hertrouwde ca. 1237 Herman I graaf van Lohn, wednr. van Sophia.
Dochter van Rudolf II van COEVORDEN.
Uit dit huwelijk: Henricus III
(2) trouwde, ongeveer 22 jaar oud, omstreeks 1237 met Hermannus I van Lohn, ongeveer 34 jaar oud. Zie 1.1.1.3.1.1.8 voor persoonsgegevens van Hermannus.
Kind van Eufemia en Hendrik:
1 Hendrik (III) van Borculo, geboren in 1237. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.
1.2.3.1.1.1.1.2.1.1 Hendrik (III) van Borculo is geboren in 1237, zoon van Hendrik II van Borculo en Eufemia van Coevorden van Werl (zie 1.2.3.1.1.1.1.2.1). Hendrik is overleden in 1288 in Woeringen, 50 of 51 jaar oud.
Notitie bij Hendrik: Request van 27 februari 1261 of 1262. Archief Dickninge.
Henricus van Borculo verleent zijn goedkeuring op de verkoop van Rudolf van Ansen aan het klooster in Ruinen van de halve tiend uit de hof te Dickninge, mits Rudolf andere goederen van gelijke waarde ten zijnen behoeve verbind, waarvoor Mewekinus (Bartholemeus) van Ruinen en Wicher borg blijven. (Zoons van Johan I van Ruinen)

Andere bronnen:
http://home.online.nl/corryhavermans/html/kwartierstaat_blad_2.html
549236 Henricus III van BORCULO, overleden op 05-06-1288 te Woeringen,
(1248-1288) Burggraaf van Coevorden en heer van Drenthe. Sneuvelde 05-06-1288 bij de slag van Woeringen. Betrokken en/of getuige bij schenkingen of verkopen door Herman, graaf van Lohn;
1248 goederen verkocht aan klooster Bethlehem; 1250 schenking kerk te Ruinen; 1250 verkoop Brunsveld te Zelhem aan klooster Bethlehem. Verkoopt 1251 Hertinc in het kerspel Versevelde aan klooster Bethlehem.
1262 blijkt uit een oorkonde dat hij gehuwd is met Agnes en dat zij toen 5 zonen en 2 dochters hadden.
1272 getuige bij het verlenen van vrijstelling van de tol van Lobeek (Lobith) voor die van Arnhem; 1275 beleent hij als miles zijn verwant Rudolphus, zoon van Folkerus de Echten met de grove en smalle tienden in Echterveen en Zuidwolde. Zoon van Henricus II van BORCULO (zie 1098472) en Eufemia van COEVORDEN (zie 1098473).
Gehuwd met 549237 Agnes, (1259-1288) Vrouwe van Borculo en Coevorden.
Ogd0176: Agnes doet in 1288 een schenking aan het klooster Bethlehem voor jaargetijden voor haar man.
Uit dit huwelijk: 1. Arnold (zie 274618).

MD Teenstra: 1284; Hendrik van Borculo, burggraaf van Coevorden sterft en wordt opgevolgd door zijn zoon Reinold (1284-1311) Opmerking Anne Post: 1284 moet zijn 1288.
Hendrik trouwde met Agnes van NN.
Kinderen van Hendrik en Agnes:
1 Arnold van Borculo [1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.1]. Arnold is overleden vóór 1275.
2 Hendrik van Borculo [1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.2].
3 Reinold van Coevorden van Borculo, geboren omstreeks 1260. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.
1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3 Reinold van Coevorden van Borculo is geboren omstreeks 1260, zoon van Hendrik (III) van Borculo (zie 1.2.3.1.1.1.1.2.1.1) en Agnes van NN.
Notitie bij Reinold: Slotvoogd van Coevorden van 1288 tot 1311.
In 1288 kreeg Reinoud het kasteleinschap van Coevorden. dit kasteleinschap bleef in de familie tot 1402.
ogd0196 de dato 21 maart 1296 Johannes, bisschop van Utrecht, bevestigt de door zijn voorganger Otto aan de inwoners van Oldenzaal verleende voorrechten. Medezegelaar was Reinold van Borculo, burggraaf van Coevorden.
Reinold trouwde, ongeveer 20 jaar oud, omstreeks 1280 met NN van NN.
Kinderen van Reinold en NN:
1 Herman van Coevorden van Borculo [1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.1]. Herman is overleden na 1377.
Notitie bij Herman: In 1377 doet Harman van Coevorden, jonkheer van Selwerd, toezeggingen aan Egbert Verhouwens, borgheer van Groningen.
2 Roelof (Rodolphus) van Coevorden van Borculo. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.2.
3 Godefridus van Coevorden van Borculo [1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.3].
4 Henricus van Coevorden van Borculo [1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.4].
5 Reinold II van Coevorden van Borculo, geboren omstreeks 1290. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.5.
1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.2 Roelof (Rodolphus) van Coevorden van Borculo, zoon van Reinold van Coevorden van Borculo (zie 1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3) en NN van NN. Roelof trouwde omstreeks 1330 met NN van NN.
Kind van Roelof en NN:
1 Reynolt van Coevorden van Borculo, geboren omstreeks 1330. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.2.1.
1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.2.1 Reynolt van Coevorden van Borculo is geboren omstreeks 1330, zoon van Roelof (Rodolphus) van Coevorden van Borculo (zie 1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.2) en NN van NN. Reynolt is overleden in 1400, ongeveer 70 jaar oud.
Notitie bij Reynolt: Zie verder: http://genealogy.richardremme.com/tng/getperson.php?personID=I60274&tree=tree01

Ridder, vermeld 1348-1395; ambtman van Lage, dat hij in 1377 van de bisschop in pandschap krijgt; borgman van Goor.
Inzake "dat huys ende hoff van Ghoer" valt nog wat op te merken. Zijn de broers Reinolt en Wouter hun vader als borgman opgevolgd?
Volgens Haga (kolom 4) is het laatste levensteken van hun vader een oorkonde van 29 juli 1390. Volgens (kolom 3) de stamreeks in het Nederlands Adelsboek 1941 zou de laatste vermelding er een zijn in 1395 met een sterfjaar van 1409 (ook bij Haga, maar dan omstreeks).
Nu dienen sterfjaren in genealogische publicaties meestal opgevat te worden als overleden voor ... het jaar in kwestie. Haga spreekt van "omstreeks" zodat hij ongetwijfeld het sterfjaar uit het Ned. Adelsboek overneemt met een nuancering omdat hij in zijn artikel geen aanwijzingen geeft voor het feitelijke jaar. Kritisch beschouwd kunnen we dus stellen dat vader Reinolt van Coevorden is overleden tussen 1395 en 1409.
Waarom worden in 1400 dan Reinolt van Coeverden heer Reinoltszoon en Wolter zijn broeder beleend met het huis Goor en niet hun vader? Als vader Reinolt van Coevorden volgens de gangbare opvatting (Haga) een zwager was van Godert van Hekeren, + 1395 (Van Spaen) dan had deze toch een betere claim op Goor dan zijn kinderen. Als het sterfjaar 1395 van Van Spaen klopt waarom worden de "neefjes" dan pas in 1400 beleend? Wie was dan de borgman tussen 1395-1400? Vader Reinolt van Coevorden? Het lijkt er wel op.
Als een leenman komt te overlijden zien we meestal dat hij opgevolgd wordt door een zoon. Soms zien we dat niet één maar meerdere zonen/erfgenamen gezamenderhand worden beleend. Op 4 september 1400 werden Reinolt en Wolter van Coevorden tezamen beleend. Ze worden zonen van heer Reinolt genoemd. Het lijkt er dus sterk op dat we mogen aannemen dat beide broers als erfgenaam van hun vader zijn beleend met het huis Goor. Op basis van deze overwegingen mogen we dan stellen dat vader Reinolt van Coevorden is overleden vóór september 1400.
Reinolt van Coevorden blijkt op 25 juni 1406 nog in leven te zijn als hij de halve tienden te Daerlo (borgleen van Goor) overgeeft aan zijn zoon Reinolt. Zie: <http://www.historischcentrumoverijssel.nl/overijssel/leenrep/repertorium/lenen/493.htm.
Wie hebben Reinolt en Wolter dan in 1400 als leenman opgevolgd? De oplossing is eenvoudig. Moeder Kunegonda is op 29 juli 1390 volgens de Bisschoppelijke uispraak nog in leven (Haga, NL, kolom 4). We komen haar nadien ook nergens meer tegen. Hierboven is de veronderstelling geuit dat vader Reinolt van Coevorden krachtens zijn huwelijk met Kunegonda de borgman van Goor is geworden.
Dit moet kennelijk genuanceeerd worden. Na het overlijden van de vorige borgman zal Reinolt van Coevorden, zijnde gehuwd met een erfdochter de leenman voor het huis te Goor zijn geworden. Uit het huwelijk van Reinolt en Kunegonda zijn zonen voortgekomen. Na het overlijden van hun moeder zullen deze (mits meerderjarig natuurlijk) dus de rechtmatige erfgenamen van het leengoed zijn geworden. Op 4 september 1400 worden Reinolt en Wolter beleend. Moeder Kunegonda zal dus zijn overleden vóór september 1400.
Kinderen van Reynolt uit onbekende relatie:
1 Reynold van Goor van Coevorden [1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.2.1.1].
2 Wolter van Goor van Coevorden [1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.2.1.2].
1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.5 Reinold II van Coevorden van Borculo is geboren omstreeks 1290, zoon van Reinold van Coevorden van Borculo (zie 1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3) en NN van NN. Reinold is overleden in 1344, ongeveer 54 jaar oud.
Notitie bij Reinold: Slotvoogd van Coevorden van 1311 tot 1344
ogd0244 de dato 7 augustus 1313. Henricus en Albertus, broers en zonen van Gerardus, horigen van de kerk van Utrecht, verklaren de hof in Emmen in erfpacht te hebben genomen. Mede zegelaar is Reinold van Coevorden en het land van Drenthe.
ogd0247 de dato 20 juni 1314. Bolo en Leffardus, broers, verklaren van de bisschop van Utrecht de hof te Anlo met toebehoren in erfpacht te hebben genomen. Gezegeld door Reynoldus van Coevorden en het land van Drenthe.

Oorkonde 4 mei 1315 Abdij Assen:
RENOLDUS DE COVORDIA en zijne kinderen verklaren, dat hun geschil met de abdij te Asscen over het drassig land tusschen de huizen Venehusen en Pathus-door de scheidsrechters HINRICUS DE NORCH, ridder, GHODFRIDUS DE BORCLO R. ’s broeder, FREDERICUS rector der kerk van Rodlo en WICHERUS (van Norch, ook van Steenwijck, broer van Henricus van Norch) (pastoor) van Vres en deken van Threnthia-is beëindigd in dezer voege:
dat de abdij jaarlijks uit het huis Pathhus 1 vat boter, uit de weide Burchmat 3 hoenders en uit het huis Venehus 3 hoenders zal opbrengen in het kasteel te Covorde; dat de abdij haar vee van ’t huis Venehuse in de weide der marke van Covordia mag blijven weiden, mits het geen schade toebrengt aan het gezaaide en daarvoor ten behoeve der burgers van Covorde voor hunne koeien moet gereed houden 2 stieren;
dat RENOLDUS voor de van de abdij ontvangen 125 Osnabruck’sche marken zal tevreden stellen GHERARDUS KLINKING, diens broeders en de verdere markegenooten van Couordia en bepaaldelijk CESARIUS DE COVORDIA;-de Frisones, die hij geplaatst heeft in het drassig land, zonder schade en hinder der abdij zal doen vertrekken; en ook nimmermeer verlof zal geven om te bouwen of te wonen in ’t drassig land, dat voortaan ten gebruike zal zijn van de beide genoemde huizen; terwijl der abdij het recht wordt toegekend meerdere huizen daarin te bouwen, mits het huis Venehuse niet dichter worde gebracht aan de villa Couorde. Met medebezegeling door RENOLDUS’ "nepos" HINRICUS DE BORCLO en de universitas terre Threnthie.
Datum anno Domini M°CCC° quinto decimo die dominica post Inventionem sancte Crucis.
Oorspr. (Inv. No. 71). Met geschonden zegel van ’t landschap Drente in groene was; de 2 andere zegels zijn verloren.
ogd0253 de dato 24 december 1316.
Moet zijn 16 september 1316:Zie huisarchief Almelo;
Reynoldus, Rodolphus en Henricus genaamd de Covorde, broers, verklaren te hebben opgedragen aan Johannes genaamd Stengere, burger van Aldensale, het erve (domus) Velthus gelegen in Lindelo, en het erve Bernerinc, gelegen in Arneth, c.a.
Getuigen: Arnoldus de Ockenbroke, Hugo de Boclo (van Boekelo), Hermannus Heket en Hermannus de Binchorst, alsmede Henricus Snoync en Gerardus Snoync, schepenen van Aldensale..
Reinold trouwde met [waarschijnlijk] NN van Echten.
Kinderen van Reinold en NN:
1 Reinold III van Coevorden, geboren omstreeks 1320. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.5.1.
2 Hendrik van Coevorden van Borculo, geboren omstreeks 1320. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.5.2.
1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.5.1 Reinold III van Coevorden is geboren omstreeks 1320, zoon van Reinold II van Coevorden van Borculo (zie 1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.5) en NN van Echten. Reinold is overleden na 1394, minstens 74 jaar oud.
Notitie bij Reinold: Was in 1347 burggraaf van Coevorden en geeft de bisschop van Utrecht een belangrijke som geld als voorschot, waarvoor hij en zijn nakomelingen zich Heren van Coevorden mogen noemen en krijgen tevens het schultambt van Drenthe.
In 1394 probeert Frederik van Blankenheim, bisschop, het voorschot terug te geven met terugeising van het leenheerschap over Coevorden. Maar Reinold weigerde.
In een oorkonde van 2 december 1399, ogd1049, "joncvrouwe Liebet van Ghoer heeft mombaer ghemaect Reyneken heren Reynoltssoen van Coevorden"

In 1350 gaat hij een overeenkomst aan met de stad Groningen.
1351 schuldbekentenis van Reynold aan Volker van Echten.
1352 Reynold beleent Volker van Echten met diverse tienden.
1354 Reynold bevestigd het bestaan van een overeenkomst van 1324, gezegeld door zijn vader Reynold en zijn oom Rudolf.
In 1357 belooft hij de stad Groningen geen vestigingen meer op te werpen tussen de stad en het gesloopte slot Selwerd. (zie Corpus van Reenen-Mulder op website Meertens instituut)
Reinold trouwde met NN van NN.
Kinderen van Reinold en NN:
1 Johan drost van Coevorden. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.5.1.1.
2 Herman van Coevorden. Volgt 1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.5.1.2.
1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.5.1.1 Johan drost van Coevorden, zoon van Reinold III van Coevorden (zie 1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.5.1) en NN van NN. Johan trouwde met NN van NN.
Kind van Johan en NN:
1 Reynold van Coevorden [1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.5.1.1.1], geboren omstreeks 1360.
Notitie bij Reynold: Komt voor in een oorkonde van 1386, vermeld als knape en drost van Coevorden.
1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.5.1.2 Herman van Coevorden, zoon van Reinold III van Coevorden (zie 1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.5.1) en NN van NN.
Notitie bij Herman: Uit: http://home.kpn.nl/aswa154/kwartierstaatgenXXI-XL.htm#p1100
Bezat samen met zijn vrouw twee derde deel van de heerlijkheid Groningen en Selwerd met Gho en Wolde.
Op 14 februari 1360 werden de huwelijkse voorwaarden vastgesteld tussen Herman van Coecorden en Ida van Selwerd. Hieruit kunnen enkele conclusies wordenvastgesteld namelijk dat Ida geboren zal zijn ca. 1340 en haar vader Hendrik van Selwerd ca. 1315. Een passage uit dat huwelijks contract is van belang: Herman van Coevorden zal Ida tot zijn vrouw nemen: “mit den huse unde mit den heereschafft van Selwert unde met den gericht van Groningen also als Ludolff unde Hinrick van Selwerf darin storven unde eere was. We concluderen daaruit tot een opgaande stamreeks van Ida van Selwerd via Hendrik van Selwerd (die dus voor 1360 stierf) tot Ludolff van Gronebeke. Hieruit kan geconcludeerd worden dat Ludolff ca. 1290 geboren moet zijn.
Hij trouwde in 1360 met de ongeveer 20-jarige Ida van Selwerd. Het kerkelijk huwelijk tussen Ida en Herman vond plaats na 14 februari 1360.
Herman trouwde in 1360 met Ida van Selwerd, ongeveer 20 jaar oud. Zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.5.1 voor persoonsgegevens van Ida.
Kind van Herman en Ida: zie 1.2.3.1.1.1.1.1.3.2.4.5.1.
1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.5.2 Hendrik van Coevorden van Borculo is geboren omstreeks 1320, zoon van Reinold II van Coevorden van Borculo (zie 1.2.3.1.1.1.1.2.1.1.3.5) en NN van Echten.
Notitie bij Hendrik: Komt voor in een oorkonde van 1350, samen met zijn broer Reynold.
Verkoopt in 1354 vele goederen aan Volker van Echten.
Hendrik trouwde met Sophia van NN.
1.2.3.1.2 NN van Ruinen is geboren omstreeks 1120, dochter van Otto van Ruinen (zie 1.2.3.1). NN trouwde met Egbert II van Groenenberg. Egbert is geboren omstreeks 1110, zoon van Werner? van Groenenberg.
Notitie bij Egbert: Egbert werd in 1143 afgezet door bisschop Herbert van Wierum, die daarna zijn broer Leffart tot prefect van Groningen benoemde.
Kind van NN en Egbert:
1 Barthold van Groenenberg, geboren omstreeks 1140. Volgt 1.2.3.1.2.1.
1.2.3.1.2.1 Barthold van Groenenberg is geboren omstreeks 1140, zoon van [waarschijnlijk] Egbert II van Groenenberg en NN van Ruinen (zie 1.2.3.1.2). Barthold is overleden in 1195, ongeveer 55 jaar oud.
Notitie bij Barthold: Even na 1178 aangesteld als stadsvoogd van Groningen door bisschop Baldewijn.
Wordt in 1195 doodgeslagen door de Sepperothes.
Barthold trouwde met NN van NN.
Kind van Barthold en NN:
1 NN van Groenenberg, geboren omstreeks 1165. Volgt 1.2.3.1.2.1.1.
1.2.3.1.2.1.1 NN van Groenenberg is geboren omstreeks 1165, zoon van Barthold van Groenenberg (zie 1.2.3.1.2.1) en NN van NN.
Notitie bij NN: Onder NN moeten eventueel meerdere generaties worden verstaan, waarvan Egbert van Selwerd, gehuwd met Ava van Sepperothe dan een nakomeling is.
Kind van NN uit onbekende relatie:
1 Egbert van Selwerd, geboren omstreeks 1270. Volgt 1.2.3.1.2.1.1.1.
1.2.3.1.2.1.1.1 Egbert van Selwerd is geboren omstreeks 1270, zoon van NN van Groenenberg (zie 1.2.3.1.2.1.1). Egbert trouwde met Ava van Groningen van Sepperothe. Ava is geboren omstreeks 1270, dochter van Adolf van Groningen van Sepperothe en NN van NN.
Kind van Egbert en Ava:
1 Berthold van Selwerd, geboren omstreeks 1300. Volgt 1.2.3.1.2.1.1.1.1.
1.2.3.1.2.1.1.1.1 Berthold van Selwerd is geboren omstreeks 1300, zoon van Egbert van Selwerd (zie 1.2.3.1.2.1.1.1) en Ava van Groningen van Sepperothe.
Notitie bij Berthold: Stadsvoogd van Groningen na de dood van zijn kinderloos overleden oom Egbert in 1328.

MD Teenstra: Berthold van Gronebeke wordt in 1328 benoemd tot prefect en rechter in Groningen. Twee jaar later wordt ene Folkert als rechter toegevoegd.

Komt tussen 1328 en 1332 voor als Berthold van Gronebeke samen met Agneza, Rechterse van Groningen.

Opmerking Anne Post: Berthold is de tweede prefect van Groningen van het oorspronkelijke geslacht Gronebeke of Groenenberg of Grueningen, na het afzetten van Egbert in 1143 door bisschop Herbert van Wierum, van het geslacht van Werl. In de tussentijd waren leden uit het geslacht Sepperothe (Seppenrade) prefect, via het huwelijk van de enige dochter van Leffart van Wierum (van Werl) met Godfried van Sepperothe.
In 1178 verving bisschop Baldewijn de Sepperothes door Berthold, zoon van Egbert van Groenenberg, maar deze werd door de Spperothes in 1195 doodgeslagen. Daarna werden weer Sepperothes benoemd.
Berthold trouwde met NN van NN.
Kinderen van Berthold en NN:
1 Adolf van Selwerd. Volgt 1.2.3.1.2.1.1.1.1.1.
2 Rudolf van Selwerd [1.2.3.1.2.1.1.1.1.2].
1.2.3.1.2.1.1.1.1.1 Adolf van Selwerd, zoon van Berthold van Selwerd (zie 1.2.3.1.2.1.1.1.1) en NN van NN. Adolf trouwde met Aleid van NN.
1.2.3.2 Hendrik I van Tecklenburg is geboren omstreeks 1100, zoon van Egbert van Saarbrücken en Adelheid van Tecklenburg van Zutphen (zie 1.2.3). Hendrik is overleden op 22-11-1156, ongeveer 56 jaar oud.
Notitie bij Hendrik: Graaf van Tecklenburg vanaf 1150.
Hendrik:
(1) trouwde met Gisela van Lotharingen.
(2) trouwde met Eilika (Heiwich) von (zur) Oldenburg.
Kind van Hendrik en Gisela:
1 Egbert van Tecklenburg [1.2.3.2.1].
Kind van Hendrik en Eilika:
2 Simon graaf van Tecklenburg, geboren omstreeks 1150. Volgt 1.2.3.2.2.
1.2.3.2.2 Simon graaf van Tecklenburg is geboren omstreeks 1150, zoon van Hendrik I van Tecklenburg (zie 1.2.3.2) en Eilika (Heiwich) von (zur) Oldenburg.
Notitie bij Simon: Vermeld in een oorkonde van 1186 waarin graaf Simon van Tecklenburg de stichting van het klooster in Essen in 1175 bevestigd met het bezit van goederen in die omgeving.
In 1186 wordt een geschil omtrent de voogdij over de kerk in Osnabrück met bisschop Arnold van Osnabrück bijgelegd.
Simon trouwde, ongeveer 20 jaar oud, omstreeks 1170 met Oda van Altena, ongeveer 15 jaar oud. Oda is geboren omstreeks 1155, dochter van Eberhart I van Altena en Adelheid van Kleef.
Kind van Simon en Oda:
1 Oda van Tecklenburg, geboren in 1174 in Tecklenburg. Volgt 1.2.3.2.2.1.
1.2.3.2.2.1 Oda van Tecklenburg is geboren in 1174 in Tecklenburg, dochter van Simon graaf van Tecklenburg (zie 1.2.3.2.2) en Oda van Altena. Oda is overleden in 1243, 68 of 69 jaar oud. Oda trouwde, 18 of 19 jaar oud, in 1193 met Herman von (zur) Lippe, 20 of 21 jaar oud. Herman is geboren in 1172, zoon van Bernard II graaf zur Lippe von Werl en Heilwig von Are en Hostaden. Herman is overleden op 25-12-1229 in Lippe, 56 of 57 jaar oud.
Kinderen van Oda en Herman:
1 Bernard de oude von (zur) Lippe, geboren in 1194. Volgt 1.2.3.2.2.1.1.
2 Simon von (zur) Lippe [1.2.3.2.2.1.2], geboren in 1196.
3 Otto von (zur) Lippe [1.2.3.2.2.1.3], geboren in 1198.
4 Hedwig von (zur) Lippe [1.2.3.2.2.1.4], geboren in 1200. Hedwig is overleden op 18-05-1250, 49 of 50 jaar oud.
5 Ethelinde Sophia von (zur) Lippe [1.2.3.2.2.1.5], geboren in 1204.
6 Oda von (zur) Lippe [1.2.3.2.2.1.6], geboren in 1210. Oda is overleden op 17-09-1262 in Burgsteinfurt, 51 of 52 jaar oud.
7 Gertrude von (zur) Lippe [1.2.3.2.2.1.7], geboren in 1212. Gertrude is overleden in 1307, 94 of 95 jaar oud.
1.2.3.2.2.1.1 Bernard de oude von (zur) Lippe is geboren in 1194, zoon van Herman von (zur) Lippe en Oda van Tecklenburg (zie 1.2.3.2.2.1). Bernard is overleden op 23-03-1265 in Lippe, 70 of 71 jaar oud. Bernard:
(1) trouwde, 45 of 46 jaar oud, op 04-05-1240 met Sophia van Arnsberg en Rietberg, 38 of 39 jaar oud. Sophia is geboren in 1201 in Arnsberg, dochter van Godfried II van Arnsberg van Rietberg. Sophia is overleden op 19-01-1245, 43 of 44 jaar oud.
(2) trouwde, 53 of 54 jaar oud, in 1248 met Sophia von Ravensberg, ongeveer 48 jaar oud. Sophia is geboren omstreeks 1200.
Kinderen van Bernard en Sophia (1):
1 Herman graaf von (zur) Lippe [1.2.3.2.2.1.1.1], geboren in 1233 in Brake.
2 Bernhard graaf von (zur) Lippe, geboren in 1234 in Brake. Volgt 1.2.3.2.2.1.1.2.
3 Hedwig von (zur) Lippe [1.2.3.2.2.1.1.3], geboren in 1238 in Brake. Hedwig is overleden in Hannover.
4 Gerard graaf von (zur) Lippe [1.2.3.2.2.1.1.4], geboren in 1240 in Brake.
5 Egbert graaf von (zur) Lippe [1.2.3.2.2.1.1.5], geboren in 1242 in Brake.
6 Theodora von (zur) Lippe [1.2.3.2.2.1.1.6], geboren in 1244.
Kind van Bernard en Sophia (2):
7 Hedwig von (zur) Lippe [1.2.3.2.2.1.1.7], geboren in 1251.
1.2.3.2.2.1.1.2 Bernhard graaf von (zur) Lippe is geboren in 1234 in Brake, zoon van Bernard de oude von (zur) Lippe (zie 1.2.3.2.2.1.1) en Sophia van Arnsberg en Rietberg. Bernhard is overleden in 06-1275 in Lippe, 40 of 41 jaar oud. Bernhard trouwde met Agnes von Kleef. Agnes is geboren in 1232 in Kleef. Agnes is overleden op 01-08-1285, 52 of 53 jaar oud.
Kinderen van Bernhard en Agnes:
1 Simon von (zur) Lippe, geboren in 1260 in Brake. Volgt 1.2.3.2.2.1.1.2.1.
2 Agnes (Lise) von (zur) Lippe [1.2.3.2.2.1.1.2.2], geboren in 1265.
3 Elisabeth (Lise) von (zur) Lippe [1.2.3.2.2.1.1.2.3], geboren in 1273 in Braunfels.
1.2.3.2.2.1.1.2.1 Simon von (zur) Lippe is geboren in 1260 in Brake, zoon van Bernhard graaf von (zur) Lippe (zie 1.2.3.2.2.1.1.2) en Agnes von Kleef. Simon is overleden op 10-08-1344 in Brake, 83 of 84 jaar oud. Simon trouwde met Adelheid von Waldeck. Adelheid is geboren omstreeks 1265, dochter van Heinrich von Waldeck en Mechtild von Arnsberg van Cuijck. Adelheid is overleden, ongeveer 80 jaar oud. Zij is begraven omstreeks 1345.
Kind van Simon en Adelheid:
1 Mechthild von (zur) Lippe. Volgt 1.2.3.2.2.1.1.2.1.1.
1.2.3.2.2.1.1.2.1.1 Mechthild von (zur) Lippe, dochter van Simon von (zur) Lippe (zie 1.2.3.2.2.1.1.2.1) en Adelheid von Waldeck. Mechthild trouwde omstreeks 1280 met Johan II van Bentheim, ongeveer 20 jaar oud. Johan is geboren omstreeks 1260, zoon van Otto III van Bentheim en Jutta Jansdr. van de Lede. Johan is overleden in 1332, ongeveer 72 jaar oud.
Notitie bij Johan: Graaf van Bentheim 1305-1332.
In 1328 verkochten graaf Johan II van Bentheim (ca. 1280 - 1333) ("Wy Johan greve van Benthem, Mechtelt sijn echte wyff, Symon ende Otte hoir echte kijndere, maken kont enz. beleend aan Hake van den Rutenberge, knaep, het huys geheiten ten Cloester bij Covorden" ) aan de bisschop van Utrecht, Jan van Diest.
Kinderen van Mechthild en Johan:
1 Simon van Bentheim [1.2.3.2.2.1.1.2.1.1.1]. Simon is overleden omstreeks 1350.
2 Otto van Bentheim [1.2.3.2.2.1.1.2.1.1.2]. Otto is overleden omstreeks 1350.
3 Christiaan van Bentheim [1.2.3.2.2.1.1.2.1.1.3]. Christiaan is overleden vóór 1328.
Notitie bij Christiaan: Domheer van Keulen en proost van Münster.
4 Hedwig van Bentheim, geboren omstreeks 1285. Volgt 1.2.3.2.2.1.1.2.1.1.4.
5 Bernhard van Bentheim [1.2.3.2.2.1.1.2.1.1.5], geboren omstreeks 1330. Bernhard is overleden in 1421, ongeveer 91 jaar oud.
Notitie bij Bernhard: http://www.grafschaft-bentheim.de/staticsite/staticsite2.php?menuid=336
De paus benoemde hem in 1347 in Keulen, maar toen even daarna zijn oudste broer Simon kinderloos overleed en zijn broer Otto als opvolger eveneens, werd hij graaf van Bentheim.
Hij verleende in 1369 stadsrechten aan Neuenhaus en in 1379 aan Nordhorn. Ook verleende hij medewerking aan het in 1394 in Frenswegen gestichte klooster St Marienwolde.
Bijnaam Pater Bernd.
1.2.3.2.2.1.1.2.1.1.4 Hedwig van Bentheim is geboren omstreeks 1285, dochter van Johan II van Bentheim en Mechthild von (zur) Lippe (zie 1.2.3.2.2.1.1.2.1.1). Hedwig is overleden in 1371, ongeveer 86 jaar oud. Hedwig trouwde met Everwijn von Götterswick.
1.2.5 Ermgard (Ermengardis) van Zutphen is geboren omstreeks 1090, dochter van Otto II de rijke van Zutphen (zie 1.2) en Judith (Jutta) van Arnstein. Ermgard is overleden omstreeks 1138, ongeveer 48 jaar oud.
Notitie bij overlijden van Ermgard: Is overleden tussen 1134 en 1138.
Notitie bij Ermgard: Volgt in 1118 haar broer Hendrik op als gravin van Zutphen.
NIET als gravin van het graafschap Urk en Emelweerd in Frisia, dat bij overlijden van Hendrik zonder wettige erfgenamen na te laten, terug zou vallen op vader Otto, welke echter al in 1113 is overleden, zodat dit graafschap terugviel op de keizer.
Uit een oorkonde van 1204, een vredesverdrag tussen de bisschop van Utrecht en Lodewijk van Loon, graaf van Holland, blijkt dat het graafschap Urk en Emelweerd in de praktijk bezit is gebleven van de erfgenamen van Otto II de Rijke van Zutphen.
1134 op 2 februari; Andreas, bisschop van Traiectum, oorkondt dat gravin Ermengardis, erfgename van de stad Zutphen, tezamen met haar echtgenoot Cunradis van Lucelenburg, en haar zoon Henricus, de kerk in Lochem met de tienden en inkomsten heeft geschonken aan het kapittel van de kerk van Zutphen, dit voor het zieleheil van haar (eerdere) echtgenoot Gerhardus, haar vader Otto, haar moeder Judith en haar broers, bisschop Diederik, en de graven Hendrik en Gerard.
Na Ermgards overlijden gaat Zutphen naar haar zoon Hendrik II.
Ermgard:
(1) trouwde, ongeveer 27 jaar oud, omstreeks 1117 met Gerard II de Lange van Gelre, ongeveer 27 jaar oud. Gerard is geboren omstreeks 1090, zoon van Gerard I graaf van Wassenberg van Gelre en Sophia van Looz (Loon). Gerard is overleden op 24-08-1131, ongeveer 41 jaar oud [bron: Necrologium van Wassenberg].
Notitie bij overlijden van Gerard: Zie Sloet 261; Gerard, graaf van Gelre, bijgenaamd de Lange, sterft.
Zie in detoelichting van Sloet ook mogelijke andere familierelaties.
Notitie bij Gerard: Hij, of zijn vader, steunt de keizer Hendrik in 1114, wanneer de Keulse bisschop Frederik I, gesteund door een aantal machigen uit zijn bisdom, in opstand komt.
Volgens MD Teenstra zou hij zijn vader in 1117 zijn opgevolgd.
Sloet 238; 1122; Gerard graaf van Gelre, is getuige in een oorkonde waarbij keizer Hendrik V de kerken van St Servaas en van St Marie te Maastricht bevestigt in haar recht van dwangmolen.
Sloet 239; 29 maart 1122; Gerard graaf van Gelre en zijn zoon zijn aanwezig toen keizer Hendrik V aan het klooster Siegberg het recht geeft op de metalen die in de bodem van zijn bezittingen gevonden mochten worden. Andere getuigen waren Godfried hertog van Leuven, hertog Koenraad, graaf Adelbert van Namen, graaf Arnold van Kleef, Gijsbert van Duraz.
Sloet 240; 25 april 1122; Keizer Hendrik V bevestigt een gift die door zijn grootmoeder Agnes aan het klooster te Burscheid is gedaan, na raadpleging van de aanwezigen waaronder hertog Godfried van Leuven, graaf Godfried van Namen, graaf Gerard van Gelre, graaf Arnold van Los, Graaf Willem van Luxemburg, graaf Lambert van Acuto-Berg, en graaf Gijsbert.
Sloet 242; 2 augustus 1123; Gerard graaf van Gelre is getuige in een oorkonde waarbij keizer Hendrik V vrijdom van doop en begrafenisrechten geeft aan Deventer.
Sloet 244; 1126; Godebald, bisschip van Utrecht geeft aan het kapittel van de Dom te Utrecht terug het broek, behorende bij Amerongen, Doorn en Koten, ingevolge uitspraak der vorsten en ten overstaan van koning Lothar. Getuigen zijn Diederik van Zutfen, bisschop van Münster, hertog Hendrik van Saksen (Hendrik de Grootmoedige hertog van Beieren en getrouwd op 20 mei 1127 met Gertrudis dochter van Lothar van Supplinburg die in 1106 tot hertog van Saksen werd benoemd), graaf Paganus, graaf Arnold van Lon, graaf Gerard van Gelre, graaf Arnold van Kleef, graaf Adolf van Hövel, graaf Diederik van Upage, heer Gerard van Ostade, heer Godfried van Malsen, en zijn broer heer Herman, heer Riquinus van Malsbergen, heer Godfried van Rhenen, kastelein Arnold, Wulfgerus van Amstel, Werenbold van Werkendam, Willem en Hugo.
Sloet 245; 31 maart 1125; Keizer Hendrik V bevestigt een gift aan de abdij van St Jacob te Luik gedaan onder getuigenis van markies Tietbaldus, graaf Godfried van Namen, graaf Berengerus van Sozbach, graaf Arnold van Los, graaf Gerard van Wassenberg, graaf Willem, graaf Lambert, Gosewijn broer van Gerardus, en anderen.
Sloet 247; 1127; Gerard van Gelre als getuige genoemd van aartsbisschop Frederik van Keulen.
1127-1131. De bisschop van Traiectum oorkondt dat graaf Gerhardus en zijn zoon Henricus, met toestemming van Gerhardus’vrouw Ermengardis, voor hun zieleheil en dat van hun voorouders in de kapel te Ellenchem zal worden gebeden en daartoe alle tienden hebben geschonken aan de kerk in Zutphen als prebende voor de daar verblijvende broeders. Getuigen, Adam van Brunckhorst, Bernhard van Brunckhorst, Udo van Zutphen en Pelgrim.
Sloet 251; Gerard graaf van Gelre vermeld in een oorkonde van 2 februari 1129 waarin hij zich na beschuldiging, overgeeft aan koning Lothar III, en Gerards volgelingen 1000 mark als losprijs beloven.
Sloet 252; 10 februari 1129; Gerard graaf van Gelre is getuige in een oorkonde waarin koning Lothar III een wijnberg aan de abdij St Pantaleon teruggeeft.
(Dit moet dan de wijnberg zijn die Irmingarde haar broer Herman, benoemd tot abt in 1082, geschonken heeft)
Sloet 253; 8 maart 1129; Koning Lothar III bevestigt de burgers van Duisburg in het recht van vrije steengroeve in het bos aldaar, onder getuigenis van graaf Gerhardus de Lange van Gelre, graaf Arnold van Kleef, graaf Herman van Calverlage, graaf Herman van Salm, graaf Otto van Reineck, graaf Floris van Holland, graaf Gerard van Hostad, graaf Berhard van Hillesheim, graaf Godfried en Herman van Cuch, graaf Adolf van Berg, en een aantal dienstmannen.
Sloet 260; 29 maart 1131; Gerard graaf van Gelre is getuige in een oorkonde waarbij koning Lothar III het klooster Beuron in Würtemberg aan de Donau in zijn bescherming neemt. Enkele getuigen: graaf Otto van Reineck, graaf Adalbert van Saxen, de graaf van Holland en zijn broer, de graaf van Namen, de graaf van Montenon en zijn broer, graaf Koenraad van Luxemburg, graaf Reinold van München en zijn broer Frederik, graaf Arnold van Loon, graaf Arnold van Kleef, graaf Hugo, graaf Herman van Salm en zijn broer, Wilhelm graaf van Gliezberg.
(2) trouwde, ongeveer 44 jaar oud, in 1134 met Koenraad II hertog van Luxemburg, 27 of 28 jaar oud. Koenraad is geboren in 1106, zoon van Willem van Luxemburg en Liutgard van Beichlingen. Koenraad is overleden op 13-05-1136, 29 of 30 jaar oud. Hij is begraven in Trier.
Notitie bij Koenraad: Voor het eerst vermeld in een oorkonde uit 1123 en voor het laatst op 30 mei 1135.
Kinderen van Ermgard en Gerard:
1 Hendrik II (de jongere) van Zutphen van Gelre, geboren omstreeks 1118. Volgt 1.2.5.1.
2 Godschalk IV van Gelre [1.2.5.2], geboren omstreeks 1120.
Notitie bij Godschalk: Zie: http://www.graafschap-middeleeuwen.nl/genealogie/getperson.php?personID=I6914&tree=DGidME_01
Kanunnik in Rees.
3 Gerard I van Mullenark van Gelre, geboren omstreeks 1122. Volgt 1.2.5.3.
4 [misschien] Adelheid van Gelre, geboren omstreeks 1125. Volgt 1.2.5.4.
5 Salomé van Gelre, geboren omstreeks 1130. Volgt 1.2.5.5.
1.2.5.1 Hendrik II (de jongere) van Zutphen van Gelre is geboren omstreeks 1118, zoon van Gerard II de Lange van Gelre en Ermgard (Ermengardis) van Zutphen (zie 1.2.5). Hendrik is overleden op 04-12-1182, ongeveer 64 jaar oud. Hij is begraven op 10-12-1182 in Zutphen, klooster Camp..
Notitie bij Hendrik: Gegevens vermeld op: http://www.graafschap-middeleeuwen.nl/gelre/hendrik-ii-gelre.html
Vanaf 1133 graaf van Gelre en van Zutphen. Krijgt Zutphen uit de erfenis van zijn moeder Ermgard.
Sloet 272; Komt als getuige voor in een oorkonde van 1138 waarin koning Konrad III de gouwen Oostergo en Westergo teruggeeft aan de bisschop van Utrecht. Andere getuigen waren o.a. graaf Godfried van Namen, graaf Arnold van Kleef, graaf Adolf van Saphenberg, graaf Adolf van Berg, graaf Coenraad van Bonn, graaf Arnold van Loon, graaf Koenraad van Hagen.
Sloet 276; 14 september 1141; Graaf Hendrik van Gelre is getuige in een oorkonde waarbij Koning Konrad III de abdij Brauweiler bevestigd in het recht van haar curtis Pier op het bos Osnink. Onder de overige getuigen waren hertog Albert van Saxen, graaf Hendrik van Limburg, graaf Arnold van Kleef, graaf Adolf van Berg, graaf Adolf van Saphenberg, de jonge graaf Gerard van Julich, Godfried van Arnsberg, Herman van Cuich,
Sloet 282; herfst 1145; Graaf Hendrik van Gelre is getuige in een oorkonde waarbij koning Conrad aan de kooplieden van Keizersweerd vrijheid van tol geeft te Angern, Nijmegen, Utrecht en Neuss. Andere getuigen Godfried van Cuich en zijn broer graaf Herman, graaf Herman van Hardenberg de plaatselijke advocatus, Marquard van Grumbach, Rutger van Duren en zijn broer Anselmus, Hendrik Freso en Hendrik, kastelein van Kleef.
Sloet 283; oktober 1145. graaf Hendrik van Gelre is getuige in een akte waarbij koning Konrad III de abdij Ghislain in zijn bescherming neemt. Tevens getuige in een oorkonde van dezelfde datum.
Sloet 285; 18 oktober 1145; Koning Konrad III bevestigt het oordeel dat Hendrik graaf van Gelre en anderen gewezen hebben over de graafschappen Oostergo en Westergo.
Andere vermelde namen: Godfried van Arnsberg en zijn broer graaf Herman, Diederik van Altena, graaf Adelbert van Norvenich, prefect Godfried van Neurenburg, graaf Robert van Lurenburg, Godfried van Rijn en zijn broer Hugo, Gijsbert zoon van adcocatus Hugo, Gerard van Marten, Alard van Megen, Jordan van Windesheim, Godfried van Weken, Peregrinus van Campfeld, Lithard van Disenhem, Alard van Wisenhurst en zijn broer Winemarus, Diederik van Bockhorst en zijn broer Werenbold, graaf Willem van Goor, Rudolf van Wia, Otto van Malberg, Everhard Crichelman, Hendrik van Papenheim onze maarschalk, Hendrik Freso en zijn broer Wicher, Hendrik van Boningen, Arnold van Rodenburg onze rentmeester, Egbert van Amstel, Bertold van Oldenzaal, Jacob van Saterslo, prefect Otto van Utrecht, Walter van Lovenhusen, Marquard van Grumbach, Coenraad van Walrestein, Tibertus van Spielberg, Rudolf, Werner, Walter en zijn zoon Hendrik.
Sloet 287; 30 december 1145; Hendrik graaf van Gelre getuige. Anderen: Hendrik van Lemberg en zijn broer graaf Walram van Arlon, graaf Otto van Reineck, graaf Lodewijk van Loon, graaf Adolf van Berg, graaf Herman van Cuich, graaf Robert van Luxemburg.
Sloet 290; 17 oktober 1147; Graaf Hendrik van Gelre vermeld als getuige.
Eveneens getuige in 1149 en 1150 en 1151. Neemt in 1150 ook deel aan de keuze van een nieuwe bisschop van Utrecht na het overlijden van bisschop Hartbert.
Sloet 304; pasen 1156; graaf Hendrik van Gelre is advocatus van het kapittel van St Marie te Utrecht toen de grenzen van de goederen van dat kapittel en die van Egbert van Amstel werden vastgesteld. Ook aanwezig Diederik van Holland en Diederik van Kleef.
Sloet 306; 3 juni 1157; Graaf Hendrik van Gelre vermeld als getuige.
1159-1160; graaf Hendrik van Gelre in oorlog met bisschop Godfried van Utrecht.
Sloet 312; oktober 1165; Graaf Hendrik van Gelre vermeld als scheidsman. Andere scheidsmannen: hertog Hendrik van Saxen en Bavaria, landgraaf Lodewijk, graaf Floris van Holland, graaf Diederik van Kleef, graaf Albert van Molbach, graaf Otto van Ravensberg en graaf Willem van Jülich.
Sloet 318; 23 februari 1166; Graaf Hendrik van Gelre getuige samen met graaf Willem van Jülich, graaf Ulrich van Arens, graaf Diederik van Seyna, graaf Engelbert van Berg, graaf Hendrik van Kuich, graaf Gosewijn van Heimesberg, en anderen waaronder Engelbert van Horne.
Sloet 322; tussen 1167 en 1174; graaf Hendrik van Gelre en zijn zoon Gerard als getuigen vermeld. Ook o.a. vermeld Rutger van Horst
Vermeld als getuige in de jaren 1170,1171, 1176, 1180, 1181, 1182,
Hendrik trouwde, ongeveer 19 jaar oud, in 1137 [bron: http://www.graafschap-middeleeuwen.nl/gelre/hendrik-ii-gelre.html] met Agnes van Arnstein. Agnes is een dochter van Lodewijk II van Arnstein en Udihildis van Odenkirchen. Agnes is overleden in 1179.
Notitie bij Agnes: Staat ook vermeld als Agnes van Arnstein, dochter van Lodewijk van Arnstein en Udihildis. Dit is vermoedelijk niet juist. Hendriks grootvader was gehuwd met een Arnsteinse dochter.
Kinderen van Hendrik en Agnes:
1 Margaretha van Gelre. Volgt 1.2.5.1.1.
2 Agnes van Gelre, geboren omstreeks 1135. Volgt 1.2.5.1.2.
3 Gerard III van Gelre, geboren omstreeks 1140. Volgt 1.2.5.1.3.
4 Adelheid van Gelre, geboren omstreeks 1145. Volgt 1.2.5.1.4.
5 Otto I van Zutfen van Gelre, geboren omstreeks 1150. Volgt 1.2.5.1.5.
1.2.5.1.1 Margaretha van Gelre, dochter van Hendrik II (de jongere) van Zutphen van Gelre (zie 1.2.5.1) en Agnes van Arnstein. Margaretha is overleden omstreeks 1195. Margaretha trouwde met Engelbert van Berg. Engelbert is geboren omstreeks 1140, zoon van Adolf IV van Berg-Altena en Irmgard von Wasserburg. Engelbert is overleden in 06-1189, ongeveer 49 jaar oud.
Notitie bij Engelbert: Was graaf von Berg van 1160 tot 1189.
Tijdens de derde kruistocht bij Brandis aan de Donau omgekomen.
http://www.manfred-hiebl.de/genealogie-mittelalter/berg_und_altena_grafen_von/engelbert_1_graf_von_berg_+_1189.html
Engelbert I. stritt jahrelang mit seinem Bruder Eberhard, teilte 1161 endgültig und behielt Berg, nicht jedoch die wesentlichen Vogteien. Er profilierte sich bald als bedeutender Territorialfürst, erwarb viele Lehen der Erzbischöfe von Köln und der Landgrafen von Thüringen, wie Eberfeld, Windeck und Düsseldorf. Er erwarb Grafenrechte im Keldachgau und in der Schwelm, führte viele typische Fehden mit anderen westfälischen Grafen und den geistlichen Gewalten, besonders mit den Erzbischöfen von Köln, mit Kleve, Saffenberg und Cuyk-Arnsberg. Er war wie die Brüder eine treue STAUFER-Stütze und nahm an etlichen Italienfeldzügen und Reichstagen teil. Er kam schon in der Anfangsphase des 3. Kreuzzuges bei Brandis an der Donau um.
Kinderen van Margaretha en Engelbert:
1 Adolf VI van Berg. Volgt 1.2.5.1.1.1.
2 Engelbert van Berg [1.2.5.1.1.2], geboren in 1185. Engelbert is overleden op 07-11-1225, 39 of 40 jaar oud (oorzaak: vermoord).
Notitie bij Engelbert: Aartsbisschop van Keulen tussen 1216 en 1225.
1.2.5.1.1.1 Adolf VI van Berg, zoon van Engelbert van Berg en Margaretha van Gelre (zie 1.2.5.1.1). Adolf is overleden op 07-08-1218 in Damiette.
Notitie bij Adolf: Graaf von Berg van 1189 tot 1218
http://www.manfred-hiebl.de/genealogie-mittelalter/berg_und_altena_grafen_von/adolf_6_graf_von_berg_+_1218.html
Adolf VI. folgte 1189 dem Vater als Graf von Berg und wurde 1217 Vogt von Gerresheim. Er unterstützte im deutschen Thronkrieg PHILIPP von Schwaben gegen OTTO IV., machte 1206 die Schlacht bei Wasserberg mit und kämpfte 1212 zeitweise mit dem Bruder Engelbert von Köln in Frankreich gegen die Albigenser mit. Er behauptete die Positionen seines Hauses, nahm 1217 am ungarischen Kreuzzug gegen Ägypten teil und fiel bei Damiette.
Adolf trouwde met Bertha von Sayn. Bertha is een dochter van Heinrich II zu Saffenberg.
Kind van Adolf en Bertha:
1 Irmgarde van Berg, geboren omstreeks 1200. Volgt 1.2.5.1.1.1.1.
1.2.5.1.1.1.1 Irmgarde van Berg is geboren omstreeks 1200, dochter van Adolf VI van Berg (zie 1.2.5.1.1.1) en Bertha von Sayn. Irmgarde is overleden op 12-08-1248, ongeveer 48 jaar oud.
Notitie bij Irmgarde: Gravin van Berg tussen 1244 en 1248.
1247 oktober archief abdij Kloosterrade;
Irmgard, hertogin van Limburg en gravin van Berg, en haar zonen Adolf en Walram IV bevestigen de geïnsereerde oorkonde, hiervóór nr. 50.
( nr 50 Kloosterrade; [1201 december 25 -] 1202 [december 24]
Hendrik III, kleinzoon van hertog Walram II van Limburg, schenkt met instemming van zijn zonen en dochters zijn recente ontginning, gelegen tussen zijn bos Spekholz en de openbare weg van Aken naar Heerlen, aan de abdij Kloosterrade.)
Irmgarde trouwde met Hendrik IV hertog van Limburg en graaf van Berg. Hendrik is geboren omstreeks 1200, zoon van Walram III hertog van Limburg en Konigunde von Monschau. Hendrik is overleden in 1244, ongeveer 44 jaar oud.
Notitie bij Hendrik: Hertog van Limburg. Vanaf 25-02-1246 graaf van Monschau.
1226 juli [7] archief abdij Kloosterrade;
Hendrik IV, hertog van Limburg en graaf van Berg, schenkt met instemming van zijn echtgenote en zonen zijn hoeve Nieder-Ritzerfeld aan de abdij Kloosterrade.
1234 [april 21 - 1235 april 7] Keulen; archief abdij Kloosterrade;
Hendrik IV, hertog van Limburg en graaf van Berg, oorkondt dat Willem van Kuchenheim, ridder, afstand heeft gedaan van de voogdij over zekere goederen van het klooster Marienthal te Irresheim, met de daarbij behorende rechten, tegen betaling van zes mark Keuls, geeft als leenheer zijn goedkeuring aan deze verkoop en bevrijdt de goederen van de voogdij en van alle lasten die uit de voogdij voortvloeien.
1241 mei 20 ’s-Hertogenrade of Kloosterrade; archief abdij Kloosterrade;
Hendrik IV, hertog van Limburg en graaf van Berg, draagt met instemming van zijn echtgenote en zijn zonen de novale tienden in de parochies Afden en Kerkrade voor veertig mark Keuls over aan de abdij Kloosterrade.
1241 juni ’s-Hertogenrade of Kloosterrade; archief klooster Sinnich;
Hendrik IV, hertog van Limburg en graaf van Berg, verklaart dat de abdij Kloosterrade in zijn aanwezigheid van Godfried van Alsterode en diens zoon Godfried hun goed te Sinnich, gelegen binnen het rechtsgebied van de hertog, voor vijftig mark Keuls heeft gekocht, en Herman van Wijlre als selman heeft gekozen.
Getuigen o.a. de edele heren Reinardus van Sinnich, Coenraad en Jordanus van Sleidin, Gosewijn en Diederik van Meire, Udo rentmeester van Rode, Willem van Aschweiler, Rutger en Reinardus van Berg, Adam van Horne jr.
Kinderen van Irmgarde en Hendrik:
1 Adolf VII graaf van Berg, geboren omstreeks 1220. Volgt 1.2.5.1.1.1.1.1.
2 Walram IV hertog van Limburg, geboren omstreeks 1225. Volgt 1.2.5.1.1.1.1.2.
1.2.5.1.1.1.1.1 Adolf VII graaf van Berg is geboren omstreeks 1220, zoon van Hendrik IV hertog van Limburg en graaf van Berg en Irmgarde van Berg (zie 1.2.5.1.1.1.1). Adolf is overleden op 22-04-1259, ongeveer 39 jaar oud.
Notitie bij Adolf: Graaf van Berg tussen 1246 en 1259.
http://www.manfred-hiebl.de/genealogie-mittelalter/berg_und_altena_grafen_von/adolf_7_von_limburg_graf_von_berg_+_1259.html
Adolf VII. folgte 1246 zu Berg, stand durch den erzbischöflichen Schwager völlig im anti-staufischen Lager, unterstützte König WILHELM von Holland und erhielt dafür bedeutende Reichslehen dazu, unter anderem Kaiserswerth, Remagen, Rath, Mettmann und Duisburger Gebiete des Reichsforstes. Er legte den Grundstein zum gotischen Dom zu Altena, führte viele Fehden im Stil der Zeit und starb an einer Turnierverletzung.

1 november 1250. Burggraaf Hendrik van Keulenverklaart dat hij als dienstman verbonden is aan zijn leenheer graaf Adolf van Berg.
In 1253 vind er een goederenruil plaats tussen graaf Adolf van Berg en het klooster Altenberg.
In 1254 schrijft de aartsbisschop Koenraad van Keulen aan de graaf van Berg dat zijn geschil met de graaf van Gulik alleen door scheidsrechters kan worden opgelost.
In 1255 schenkt graaf Adolf aan het klooster Altenberg zekere goederen.
Op 9 augustus 1259 deelt de aartsbisschop van Keulen aan zijn zuster, de gravin van Berg, mee dat de wapenstilstand tussen de burgers van Keulen en enkele onderdanen van Berg wordt verlengd.
Adolf trouwde met Margarete von Hochstaden. Margarete is overleden op 30-01-1314.
Kinderen van Adolf en Margarete:
1 Koenraad van Berg [1.2.5.1.1.1.1.1.1].
2 Walram van Berg [1.2.5.1.1.1.1.1.2].
3 Willem I van Berg [1.2.5.1.1.1.1.1.3].
4 Adolf VIII van Berg [1.2.5.1.1.1.1.1.4].
5 Irmgard van Berg. Volgt 1.2.5.1.1.1.1.1.5.
6 Hendrik van Berg [1.2.5.1.1.1.1.1.6].
7 Engelbert van Berg [1.2.5.1.1.1.1.1.7], geboren omstreeks 1240.
Notitie bij Engelbert: Was proost van Keulen
1.2.5.1.1.1.1.1.5 Irmgard van Berg, dochter van Adolf VII graaf van Berg (zie 1.2.5.1.1.1.1.1) en Margarete von Hochstaden. Irmgard trouwde in 1273 met Eberhard I von Mark. Eberhard is overleden op 04-07-1308.
1.2.5.1.1.1.1.2 Walram IV hertog van Limburg is geboren omstreeks 1225, zoon van Hendrik IV hertog van Limburg en graaf van Berg en Irmgarde van Berg (zie 1.2.5.1.1.1.1). Walram is overleden in 1282, ongeveer 57 jaar oud.
Notitie bij Walram: Had geen mannelijke nakomelingen.
1252 [maart 29 - 1253 april 19]
Walram IV, hertog van Limburg 1247-1279, hecht zijn goedkeuring aan de verkoop door Arnold Bolte en Otto van Hammerschen aan het klooster van St. Marie te Heinsberg van goederen te Geilenkirchen en Hammerschen, waarop de hertog allodiaal recht bezit, en verleent vrijwaring voor deze goederen.
Was opperbeschermheer van de wegen in het land tusschen Maas en Rijn, en hield de roofridders daar in toom.
Walram trouwde met Jutta van Kleef. Jutta is geboren omstreeks 1225, dochter van Diederik V van Kleef en Mechtild van Dinslaken. Jutta is overleden na 1265, minstens 40 jaar oud.
Notitie bij Jutta: 1265 mei 24 archief abdij Kloosterrade;
Diederik VII, graaf van Kleef, schenkt op verzoek van zijn zuster, de hertogin van Limburg, aan de abdij Kloosterrade zijn inkomsten uit een tiende over de abdijgoederen te Lommersum, die hem toebehoren op grond van de wildban van de burcht Tomburg, tot een maximum van drie mark per jaar.
Kind van Walram en Jutta:
1 Irmgard van Limburg. Volgt 1.2.5.1.1.1.1.2.1.
1.2.5.1.1.1.1.2.1 Irmgard van Limburg, dochter van Walram IV hertog van Limburg (zie 1.2.5.1.1.1.1.2) en Jutta van Kleef. Irmgard is overleden in 1283.
Notitie bij Irmgard: In het graafschap Gelre, dat de tegenwoordige Nederlandsche provincie Gelderland en een groot deel der huidige Nederlandsche provincie Limburg besloeg, regeerde in die dagen Reinald l, die de bijnaam van den strijdbare kreeg. Deze bijnaam
zegt genoeg. Niet tevreden met ziin gebied, wilcle hij zijn macht uitbreiden en wist daartoe geen beter middel, dan te huwen met de Limburgsche erfdochter. Deze Ermgarde nu was zwak en ziekelijk en bovendien zoo mismaakt, dat zij de lelijkste vrouw van het Hertogdorn heette te zijn. Maar daar lette Graaf Reinald minder op, eens zou hij nu immers Hertog van Limburg worden. Het kwam echter anders uit.
Toen Errngarde’s vader in 1279 stierf, verkocht haar neef Adolf, Graaf van Berg,
zijn rechten op den Limburgschen Hertogstroon aan Jan I, Hertog van Brabant,
biigenaamd de Overwinnaar; hij was voor Reinald geen gemakkelijke tegenstander.
De strijd eindigde met de slag bij Woeringen.

Irmgard verkrijgt Limburg na haar vaders dood in 1279 van koning Rudolf I van Habsburg.
1280; Irmgard Hertogin van Limburg en Gravin van Gelre, verklaart, dat de langdurige twist tusschen het Convent in Honepe en Henrik van Sijderoves met zijne broeders en mede-erfgenamen over de door den molen van Somersvorst loopende waterleiding, de Oves , is bijgelegd, door betaling van vijftien pond aan zijde van dat Convent en een aantal bepalingen omtrent de leiding van dat water.
Uit: http://www.graafschap-middeleeuwen.nl/joomla/index.php /oorlogvoering/oorlogen/196-slag-bij-woeringen-1288.html
Als in 1283 Irmgard overlijdt, erft Reinald I het vruchtgebruik van Limburg via zijn vrouw. Hertog Jan I van Brabant heeft in 1283 voor een half miljoen de aanspraken op Limburg gekocht van graaf Adolf VIII van Berg , een neef van Walram V. Hij wil zijn gebied graag tot Keulen uitbreiden. Bovendien hebben de hertogen van Brabant van oudsher de ambitie om het oude Lotharingen onder één banier te herenigen. Als Reinald I, de machtigste graaf aan de Maas, Limburg verwerft, zal hij de Maas beheersen van Gorkum tot bij Luik. Hertog Jan I van Brabant is dan waarschijnlijk voor eeuwig van de handelsweg naar de Rijn afgesneden zijn en zou Lotharingen nooit zien herrijzen. Kortom, de ambities zijn groot. Diverse allianties worden gevormd. Zo sluiten de aartsbisschop van Keulen, Siegfried van Westenburg, en de graaf van Luxemburg aan bij het Gelderse kamp, want zij zien een versterking van de Brabantse belangen niet zitten.
Zie verder de website over de Slag bij Woeringen.
Irmgard trouwde op 11-03-1274 met Reinald I van Gelre, ongeveer 19 jaar oud. Zie 1.2.5.1.5.5.1.1 voor persoonsgegevens van Reinald.
1.2.5.1.2 Agnes van Gelre is geboren omstreeks 1135, dochter van Hendrik II (de jongere) van Zutphen van Gelre (zie 1.2.5.1) en Agnes van Arnstein. Agnes is overleden omstreeks 1185, ongeveer 50 jaar oud. Agnes trouwde, ongeveer 31 jaar oud, omstreeks 1166 met Heinrich van Namen en Luxemburg, ongeveer 53 jaar oud.
Notitie bij het huwelijk van Agnes en Heinrich: Wordt in 1172 om onbekende redenen door haar man Heinrich verstoten.
Heinrich is geboren in 1113. Heinrich is overleden op 14-08-1196, 82 of 83 jaar oud.
Notitie bij Heinrich: Hendrik II de Blinde van Namen had geen hoop meer om bij zijn eerste vrouw kinderen te verwekken en beschikte in het jaar 1168 over al zijn bezittingen, met voorbehoud van vruchtgebruik, ten behoeve van zijn neef Boudewijn, zoon van Boudewijn IV graaf van Henegouwen en kleinzoon van Jolanda, dochter van Gerard, graaf van Gelre.
Kind van Agnes en Heinrich:
1 Ermensendis van Namen en Luxemburg, geboren in 1185. Volgt 1.2.5.1.2.1.
1.2.5.1.2.1 Ermensendis van Namen en Luxemburg is geboren in 1185, dochter van Heinrich van Namen en Luxemburg en Agnes van Gelre (zie 1.2.5.1.2). Ermensendis trouwde, 28 of 29 jaar oud, in 1214 met Walram III hertog van Limburg, ongeveer 39 jaar oud. Walram is geboren omstreeks 1175, zoon van Hendrik III graaf van Limburg en Sophia van Saarbrücken. Walram is overleden op 02-07-1226, ongeveer 51 jaar oud. Hij is begraven in Abdijkerk Rolduc. Walram is weduwnaar van Konigunde von Monschau (ovl. 1214), met wie hij trouwde omstreeks 1195.
Notitie bij Walram: 1221 [circa 28 juni] Kloosterrade;
Walram III, graaf van Luxemburg en La Roche en markgraaf van Aarlen, en Gerard van Wassenberg bevestigen de door hun vader, hertog Hendrik III van Limburg, aan het kapittel van St.-Servaas te Maastricht verleende vrijstelling van tolheffing op wijn, afkomstig van de bezittingen van het kapittel. Getuigen o.a. Engelbert aartsbisschop van Keulen, F. proost van Wassenberg, Arnold graaf van Looz, Hendrik en Walram jr.
1222 januari archief klooster Heinsberg;
Walram III, hertog van Limburg vanaf 1221, zijn zonen Hendrik IV en Walram alsmede zijn broer Gerard van Wassenberg, geven aan het klooster Heinsberg hun aandeel in het patronaatsrecht over de kerk van Hoengen.
Nr 17 Herford, 20 september 1224; Koning Hendrik VII beleent de edele vrouw Sophia, echtgenote van graaf Otto van Ravensberg, met het graafschap in Eemsgouw en met meerdere goederen en rechten zoals graaf Otto van de koning en zijn voorgangers in leen heeft gehad. Getuigen: hertog Walravenus en Hendrik zijn zoon, Gerard van Wassenberg, graaf Gerard van Theiz, graaf Adolf van Altena, graaf Godfried van Arnsberg, Herman, advocaat van Keulen en zijn zoon, rentmeester van Woltburg, Gerlagus van Bodinken, Herman van Alvetere, Herman van Lon, Godschalk van Lon, Reinold van Ressen, Sweder van Dinkethen.
Kinderen van Ermensendis en Walram:
1 Catharina van Limburg, geboren omstreeks 1214. Volgt 1.2.5.1.2.1.1.
2 Hendrik V van Luxemburg [1.2.5.1.2.1.2].
3 Margaretha van Limburg [1.2.5.1.2.1.3].
4 Gerhard van Limburg [1.2.5.1.2.1.4].
5 NN van Limburg. Volgt 1.2.5.1.2.1.5.
1.2.5.1.2.1.1 Catharina van Limburg is geboren omstreeks 1214, dochter van Walram III hertog van Limburg en Ermensendis van Namen en Luxemburg (zie 1.2.5.1.2.1). Catharina is overleden in 1255, ongeveer 41 jaar oud. Catharina trouwde met Mattheus von Lotharingen.
1.2.5.1.2.1.5 NN van Limburg, dochter van Walram III hertog van Limburg en Ermensendis van Namen en Luxemburg (zie 1.2.5.1.2.1). NN trouwde met Willem van Kessel. Willem is een zoon van Hendrik IV van Kessel en Alveradis van Malsen van Cuijck.
Kinderen van NN en Willem:
1 Hendrik V van Kessel [1.2.5.1.2.1.5.1].
2 Katharina van Kessel. Volgt 1.2.5.1.2.1.5.2.
1.2.5.1.2.1.5.2 Katharina van Kessel, dochter van Willem van Kessel en NN van Limburg (zie 1.2.5.1.2.1.5). Katharina trouwde met Willem Van Cranendonck van Horne. Willem is geboren omstreeks 1240, zoon van Engelbert van Horne en NN van NN. Willem is overleden omstreeks 1285, ongeveer 45 jaar oud.
Notitie bij Willem: Willem was de eerste die zich Heer van Cranendunc noemde.
Kind van Katharina en Willem:
1 Willem II van Cranendonk, geboren omstreeks 1275. Volgt 1.2.5.1.2.1.5.2.1.
1.2.5.1.2.1.5.2.1 Willem II van Cranendonk is geboren omstreeks 1275, zoon van Willem Van Cranendonck van Horne en Katharina van Kessel (zie 1.2.5.1.2.1.5.2). Willem is overleden in 1320, ongeveer 45 jaar oud. Willem trouwde, ongeveer 25 jaar oud, omstreeks 1300 met Elisabeth van Steyn.
Kinderen van Willem en Elisabeth:
1 Willem van Cranendonk [1.2.5.1.2.1.5.2.1.1].
2 Dirk van Cranendonk, geboren omstreeks 1305. Volgt 1.2.5.1.2.1.5.2.1.2.
1.2.5.1.2.1.5.2.1.2 Dirk van Cranendonk is geboren omstreeks 1305, zoon van Willem II van Cranendonk (zie 1.2.5.1.2.1.5.2.1) en Elisabeth van Steyn. Dirk is overleden in 1343, ongeveer 38 jaar oud. Dirk trouwde met Aleydis van Horne. Aleydis is een dochter van Willem IV van Horne en Oda van Putten.
1.2.5.1.3 Gerard III van Gelre is geboren omstreeks 1140, zoon van Hendrik II (de jongere) van Zutphen van Gelre (zie 1.2.5.1) en Agnes van Arnstein. Gerard is overleden in 1181, ongeveer 41 jaar oud.
Notitie bij Gerard: Vermeld als getuige in oorkonden samen met zijn vader. Zie aldaar.
Sloet 334; 1172; andere getuigen o.a. Diederik van Altena, IJsbrand van Haarlem, Constantijn van Berg, Otto junior van Malbergen, Floris van Voorne, dienstmannen Egbert van Amstel en zijn zoon Hendrik, Hendrik van de A, Ilias zoon van Godfried, Roderik van Deventer, Bertram van Deventer, Hathemarus van Lintelo, Benneke de Wald en zijn twee zoons Randolf en Rudolf, Gerard van Linschoten en zijn broer Jacobus, IJsbrand van Lente en anderen.
Sloet 344; 1177; Graaf Gerard, zoon van Hendrik graaf van Gelre, belooft, met toestemming en onder zegel van zijn vader, de ingezetenen van Utrecht te zullen bevrijden van de beden te Rijswijk, en maakt bepalingen op het voorbijvaren van de lichterschepen aldaar. Getuigen o.a. Johannes van Salland, Jacobus van Arnhem, Bernard van Ormete, Gosewijn van Berentrothe.
Sloet 347; 1178; Gerard graaf van Gelre neemt deel aan het verbond tussen de bisschoppen van Keulen en Halberstad tegen Hendrik, hertog van Saksen.
Wordt door zijn vader aangesteld als graaf van de Veluwe.
Sloet 351; tussen 1178 en 1188; Oorlog tussen de graaf van Gelre en de bisschop van Utrecht (Boudewijn, broer van de graaf van Holland) over de leenverheffing van de Veluwe.
Hij sterft even voor zijn vader, waarvan hij in 1178 de titel van graaf van Gelre heeft overgenomen.
Gerard trouwde, ongeveer 41 jaar oud, in 1181 met Ida van Boeljon. Ida is een dochter van Mattheus van Boeljon.
1.2.5.1.4 Adelheid van Gelre is geboren omstreeks 1145, dochter van Hendrik II (de jongere) van Zutphen van Gelre (zie 1.2.5.1) en Agnes van Arnstein. Adelheid is overleden omstreeks 1200, ongeveer 55 jaar oud.
Notitie bij Adelheid: Vermeld in 1179. Verkoopt met haar man goederen aan het domkapittel te Würtzburg.
Komt ook voor als Maria.
Adelheid trouwde, ongeveer 15 jaar oud, omstreeks 1160 met Gerard I van Looz (Loon), ongeveer 20 jaar oud. Gerard is geboren in 1140, zoon van Lodewijk I graaf van Looz (Loon) en Agnes van Metz. Gerard is overleden in 1196, 55 of 56 jaar oud.
Notitie bij Gerard: 1190 Rijksdag te Schwäbisch Hall; Gerard I, graaf van Loon, noemt zich leenman van de bisschop van Luik.
Kinderen van Adelheid en Gerard:
1 Lodewijk II graaf van Looz (Loon), geboren omstreeks 1160. Volgt 1.2.5.1.4.1.
2 Gerard III graaf van Rieneck van Looz (Loon), geboren omstreeks 1162. Volgt 1.2.5.1.4.2.
3 Arnold III graaf van Looz (Loon) [1.2.5.1.4.3], geboren omstreeks 1163.
Notitie bij Arnold: Werd na het kinderloos overlijden van zijn broer Lodewijk graaf van Loon 1218-1221.
Arnold bleef kinderloos.
4 Hendrik graaf van Duraz [1.2.5.1.4.4], geboren omstreeks 1164.
Notitie bij Hendrik: Werd proost van St Servaas te Maastricht en later graaf van Duraz.
Hendrik bleef kinderloos.
5 Theoderick van Looz en Rieneck [1.2.5.1.4.5], geboren omstreeks 1165. Theoderick is overleden na 1206, minstens 41 jaar oud.
Notitie bij Theoderick: Onderscheidde zich in de vierde kruistocht.
6 Imaina van Looz en Rieneck, geboren omstreeks 1167. Volgt 1.2.5.1.4.6.
7 Mathilde van Looz en Rieneck [1.2.5.1.4.7], geboren omstreeks 1170. Mathilde is overleden na 1249, minstens 79 jaar oud.
Notitie bij Mathilde: Abdis van Münster-Bilsen.
8 Jolande van Looz en Rieneck. Volgt 1.2.5.1.4.8.
9 Willem van Looz en Rieneck [1.2.5.1.4.9], geboren omstreeks 1170. Willem is overleden in 01-1206, ongeveer 36 jaar oud.
Notitie bij Willem: Legeraanvoerder bij zijn broer Diederik of Theoderik.
1.2.5.1.4.1 Lodewijk II graaf van Looz (Loon) is geboren omstreeks 1160, zoon van Gerard I van Looz (Loon) en Adelheid van Gelre (zie 1.2.5.1.4). Lodewijk is overleden in 07-1218, ongeveer 58 jaar oud.
Notitie bij Lodewijk: Volgt in 1195 zijn vader op als graaf van Loon.
Verbleef voor zijn huwelijk enige tijd bij heer Dirk van Altena om op afroep te kunnen vertrekken naar Dordrecht, waar zijn a.s. schoonvader stervende was en waar zijn a.s. schoonmoeder het huwelijk heimelijk voorbereide en deze wilde voltrekken, onmiddellijk na de dood van haar man, om hiermee de belangen van haar dochter in de erfopvolging veilig te stellen.
Vermeld in een oorkonde van 1204, opgenomen in het Groot Plakkaat en Charterboek voor Friesland, waarin het verdrag van vrede tussen de bisschop van Utrecht en Lodewyk, graaf van Loon, door bemiddelaars gemaakt, wordt beschreven.
Lodewijk staat af aan de bisschop het leengoed de Nagele, dat onterecht in zijn bezit was en vroeger door de bisschop eens in leen is gegeven aan Johan van Ahaus.
Verder zullen de bisschop en de graaf van Holland gezamenlijk een graaf naar Friesland (Oostergo, Westergo en Staveren) zenden om de burgerlijke rechtspraak te doen en de opbrengsten delen.
1213; Lodewijk II van Loon schaart zich aan de zijde van Hugo van Pierrepont aan de vooravond van de Slag van Steppes, waar de hertog van Brabant werd verslagen.
Vermeld in een oorkonde van 29 juli 1215 opgemaakt te Aken als getuige in een akte waarin: "Friedrich bestätigt auf Bitte seiner getreuen Bürger von Aachen, welche Stadt als diejenige, wo die römischen Könige zuerst geweiht werden, nach Rom alle Lande und Städte an Würdigkeit übetrifft, denselben alles Recht und jede Freiheit, welche sein glorreicher Vorfahr Karl der Große ihnen vor anderen gegeben hat, sowie dasjenige, was seine Vorfahren Friedrich I. und Heinrich VI. denselben hinzugefügt haben, nämlich, daß nicht nur die dort Geborenen, sondern alle Einwohner und Ankömmlinge frei von irgendeiner Dienstbarkeit leben sollen, auch wenn sie sich anderswo aufhalten, daß sie frei von Zoll oder anderen Abgaben im ganzen römischen Reich Handel treiben dürfen, daß kein vom Reich eingesetzter Richter oder sonst wer sie zu irgendeiner Abgabe nötigen solle, es sei denn, was sie dem König oder Kaiser aus gutem Willen geben wollen, daß der ungerechte Brauch einer von den Verkäufern von Brot und Bier zu zahlenden Abgabe beseitigt sein solle, daß sie zu keinem Dienst außerhalb der Stadt verpflichtet sein sollen, von dem sie nicht bis Sonnenuntergang zurückgekehrt sein können, daß der von ihm eingesetzte Richter nur nach Urteil der Schöffen vorgehe".
Onder de getuigen hertog Hendrik van Limburg, graaf Walram van Luxemburg, graaf Lodewijk van Los, graaf Gerard van Gelre,
Lodewijk trouwde, ongeveer 43 jaar oud, op 04-11-1203 in Dordrecht met Ada van Holland, 14 of 15 jaar oud. Ada is geboren in 1188, dochter van Dirk VII van Holland en Aleida van Kleef. Ada is overleden in 1223, 34 of 35 jaar oud. Zij is begraven in Herkenrode.
Notitie bij overlijden van Ada: Thomas Bohn (dissertatie 2002) stelt haar sterfdatum tussen 1234 en 1237.
Notitie bij Ada: Ada was als enige van de drie kinderen nog in leven in 1203, toen haar vader stierf. Zij huwde door toedoen van haar moeder en om haar positie te verstevigen, direct na haar vaders dood en nog voor de begrafenis van haar vader, met Lodewijk II van Loon.
Haar oom Willem betwiste haar de opvolging in de grafelijke rechten van haar vader, vanwege de algemene opvatting dat vrouwen geen recht hadden op de troon. Willem riep zichzelf uit tot graaf van Holland, met steun van de edelen van Kennemerland. Hij had te laat gehoord dat zijn broer was overleden en wilde later de herdenkingsdienst bijwonen, maar kreeg geen toestemming van zijn schoonzuster daartoe. Zijn medestanders waren verbolgen en beraamden een overval. Getrouwen van Ada kregen hier lucht van en Ada vluchtte in het geheim ’s nachts van Haarlem, waar zij verbleef voorafgaand aan de maandelijkse herdenkingsdienst voor haar vader, richting Utrecht met haar moeder, waar zij behouden aankwamen.
Maar getrouwen van haar oom Willem brachten haar zo in het nauw dat ze zich na enige tijd verschanste in de door vertrouwelingen van haar bemachtigde burcht van Leiden. Philips van Wassenaar, de burggraaf van Leiden, nam na een kort beleg de burcht in en Ada werd door haar oom Willem geïnterneerd op Texel. Later werd ze naar de Engelse koning Jan zonder Land gezonden. Daarna volgde veel strijd, wat bekend staat als de Loonse oorlog, eindigend in 1206 met het verdrag van Brugge. (Zie bij Willem I)
In 1207 wist Lodewijk van Loon zijn vrouw Ada vrij te krijgen, maar zij moest haar claim op het graafschap Holland opgeven.
Lodewijk en Ada bleven kinderloos.
1.2.5.1.4.2 Gerard III graaf van Rieneck van Looz (Loon) is geboren omstreeks 1162, zoon van Gerard I van Looz (Loon) en Adelheid van Gelre (zie 1.2.5.1.4). Gerard is overleden in 1216, ongeveer 54 jaar oud.
Notitie bij Gerard: Was de jongste zoon van Gerard I. Verkreeg het graafschap Rieneck.
Het wapenschild van Rieneck is afgeleid van het wapenschild van Looz (Loon).
Het castrum Rienecke wordt voor het eerst vermeld in 1179.

Sloet nr. 378; 1191; Otto, graaf van Gelre en zijn vrouw Richardis doen ten behoeve van de abdij te Werden afstand van een belasting in curia in Putten.
Getuigen: twee broers van Bremeth en twee broers van Hornen, Otto van Buren, Wilhelm van Bornen en dienstmannen Ludolf van Stralen, Diederik van Hirtevelde, twee broers van Loen, Jacobus van Arnhem, Gosewijn van Berentroden, advocatus van Roermond, Gerard van Stralen, Diederik Bastaard en vele anderen.
Wie die broers van Bremeth, Hornen en Loen zijn is tot nu toe niet te achterhalen.

Vermeld in een oorkonde opgemaakt in Jülich september 1214 waarin de bisschop van Würzburg "Friedrich gestattet dem Deutschorden, den er um so mehr zu begünstigen wünscht, je mehr durch ihn neben der Verpflegung von Armen und Kranken die Wiederbefreiung des Heiligen Landes angestrebt wird, daß, wer reichslehnbare Güter besitzt, davon so viel er will dem Orden zu eigen übertragen dürfe." Onder de getuigen Hertog Hendrik van Brabant en Lotharingen, Lodewijk graaf van Los, graaf Gerard van Rieneck, graaf Hendrik van Vianden.
Gerard trouwde met Kunigunde van Zimmern.
Kinderen van Gerard en Kunigunde:
1 Lodewijk III van Rieneck van Looz (Loon) [1.2.5.1.4.2.1], geboren omstreeks 1200. Lodewijk is overleden op 15-05-1243, ongeveer 43 jaar oud.
Notitie bij Lodewijk: Uit: https://nl.wikipedia.org/wiki/Lodewijk_III_van_Loon
Lodewijk was een zoon van Gerard II van Rieneck, de tweede zoon van Gerard van Loon, en van Kunegonda van Zimmern. Bij de dood van zijn vader in 1216 was Lodewijk nog te jong om de leiding van het graafschap Rieneck op zich te nemen. Het was zijn oom Arnold III die Lodewijks vader opvolgde. Twee jaar later volgde Arnold zijn broers Lodewijk II en Hendrik op als graaf van Loon en bestuurde vanaf dan de twee graafschappen.

In 1221 stierf Arnold III kinderloos en Lodewijk volgde zijn oom op als graaf van Loon en van Rieneck. In 1227 liet hij het graafschap Loon over aan zijn broer Arnold IV en bleef enkel nog het graafschap Rieneck besturen tot aan zijn dood. Lodewijk was de laatste graaf die het bestuur van de twee graafschappen cumuleerde.
2 Arnold IV van Rieneck van Looz (Loon), geboren omstreeks 1205. Volgt 1.2.5.1.4.2.2.
1.2.5.1.4.2.2 Arnold IV van Rieneck van Looz (Loon) is geboren omstreeks 1205, zoon van Gerard III graaf van Rieneck van Looz (Loon) (zie 1.2.5.1.4.2) en Kunigunde van Zimmern. Arnold is overleden in 1273, ongeveer 68 jaar oud.
Notitie bij Arnold: Uit: De graven van Loon; Souvereijns en Bijsterveld.
Twee belangrijke bondgenoten van de Loonse graaf in de Maasregio waren de
heren van Pietersheim en van Horn. Zo vertrouwde Arnold IV in 1229 zijn bezittingen in
Neerharen en Pietersheim toe aan de heren van Pietersheim. De indrukwekkende burcht van deze heren, die tot de vaste entourage van de Loonse graven behoorden, vormde een
defensieve voorpost tegen Maastricht. Met Willem II, heer van Altena en Horn, sloot ArnoldIV in 1243 een leencontract af. De Loonse graaf stond alle rechten en bezittingen die hij ten noorden van Aldeneik had, in leen af aan de heer van Horn, inclusief zijn rechtsmacht
(greflike gerighte) in de zeven dorpen die de heerlijkheid Horn zouden vormen. In ruil droeg
Willem II al zijn allodia tussen Geistingen en Montenaken op aan Arnold IV en ontving hij ze
weer terug in leen. Alle horigen van de heer van Horn die binnen het graafschap Loon
woonden, werden onderdanen van de graaf, evenals alle inwijkelingen uit Horn die zich in
één van de Loonse steden vestigden. Voorts beloofde Willem II de graaf bij te staan in het
opkopen van allodia, om die vervolgens om te vormen tot Loonse lenen. Het Hornse
leencontract toont meesterlijk aan hoe het leenstelsel niet alleen een desintegrerende kracht
was, zoals traditioneel wordt aangenomen, maar ook een opbouwende factor kon zijn voor de vorming van een territoriale landsheerlijkheid.
Arnold trouwde met Johanna van Chiny.
Kinderen van Arnold en Johanna:
1 Jan van Looz (Loon). Volgt 1.2.5.1.4.2.2.1.
2 Elisabeth van Looz (Loon) [1.2.5.1.4.2.2.2].
3 Adelheid van Looz (Loon) [1.2.5.1.4.2.2.3].
4 Juliana van Looz (Loon) [1.2.5.1.4.2.2.4].
5 Lodewijk V van Looz (Loon) [1.2.5.1.4.2.2.5].
1.2.5.1.4.2.2.1 Jan van Looz (Loon), zoon van Arnold IV van Rieneck van Looz (Loon) (zie 1.2.5.1.4.2.2) en Johanna van Chiny. Jan is overleden in 1279.
Notitie bij Jan: Uit: https://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_van_Loon_(-1279)
an I van Loon (gest. 1279) was de oudste zoon van graaf Arnold IV van Loon. In 1273 volgde hij zijn vader op als twaalfde graaf van Loon.

Jan huwde zijn eerste vrouw Mathilde van Gulik, dochter van graaf Willem IV van Gulik. Daardoor kwam hij ook in het bezit van Heinsberg, en Leeuwenberg. Daarbij kreeg hij ook de titel ’van Gulik’. Na zijn dood in 1279 volgde zijn zoon Arnold hem op als heer van Loon.

Hij trouwde later in 1266 met Isabella van Condé (ca. 1245-) de dochter van Jan II de Montmirail 1e heer van Condé. Uit zijn tweede huwelijk werd geboren:

Jan III van Loon heer van Agimont (1268-1310), deze trouwde in 1285 met Marie van Nesle (1270-1328). Zij was de dochter van Jan van Nesle graaf van Soison (1240-1300) en Marie van Oudenaarde vrouwe van Chimay (1246-1290).
Jan:
(1) trouwde met Mathilde van Gulik.
(2) trouwde met Isabella van Condé.
Kind van Jan en Mathilde:
1 Arnold van Looz (Loon) [1.2.5.1.4.2.2.1.1].
Kind van Jan en Isabella:
2 Jan III van Looz (Loon) [1.2.5.1.4.2.2.1.2].
1.2.5.1.4.6 Imaina van Looz en Rieneck is geboren omstreeks 1167, dochter van Gerard I van Looz (Loon) en Adelheid van Gelre (zie 1.2.5.1.4). Imaina is overleden na 1243, minstens 76 jaar oud. Imaina trouwde met Willem van St Omer.
1.2.5.1.4.8 Jolande van Looz en Rieneck, dochter van Gerard I van Looz (Loon) en Adelheid van Gelre (zie 1.2.5.1.4). Jolande trouwde met Diederik van Heinsbergen. Diederik is overleden in 1361.
Notitie bij Diederik: Graaf van Loon vanaf 1336.
In 1335 verkreeg hij alle inkomsten uit het land van Stokkem, Maaseik en Bree van zijn neef Lodewijk IV, aan wie hij 8400 pond had geleend.
1.2.5.1.5 Otto I van Zutfen van Gelre is geboren omstreeks 1150, zoon van Hendrik II (de jongere) van Zutphen van Gelre (zie 1.2.5.1) en Agnes van Arnstein. Otto is overleden op 22-10-1207, ongeveer 57 jaar oud. Hij is begraven in In het klooster Camp.
Notitie bij Otto: Sloet 326; mei 1169; Otto graaf van Gelre is getuige in een oorkonde waarbij Philips I, aartsbisschop van Keulen, bepalingen vernieuwt omtrent de rechten van burggraven, voogden en ingezetenen van Keulen. (Toelichting: dat Otto in dat jaar al vermeld wordt als graaf wil niet zeggen dat zijn vader of oudere broer dan al zijn overleden. Er zijn voorbeelden van soortgelijke vermeldingen in andere oorkonden. Kennelijk moet hier gelezen worden fungerend graaf of plaatsvervangend graaf voor dat moment. Maar het komt ook voor dat we dan te maken hebben met een vals document, waarvan hier sprake is. Zie Sloet 361.)
Werd benoemd tot proost en diaken van het Sticht Xanten.
Vermeld in een oorkonde van 10 september 1182 als graaf van Gelre.(Sloet 361)
Vermeld als getuige in 1184, 1185,
1187-1188 Oorlog tussen graaf Otto en Boudewijn, bisschop van Utrecht, over de Veluwe.
Ging in 1188 ter kruisvaart met keizer Frederik I.
Vermeld in een oorkonde van 1190 waarin hij de rechten regelt van de Stad Zutfen. Tevens een opsomming van de personen die hem de eed hebben gezworen. Hierbij Hendrik graaf van Kuyc, Hendrik graaf van Dalen, graaf van Kessel, Johannes van Ahaus, Ludolf van Steenvoorde, Hendrik van Borculo, Gerard graaf van Loon, Gijsbert van Bronkhorst en zijn broer, Willem graaf van Goie en zijn broer, Wolter Speirink, Otto van Buren, Richolt van Uthen, Werner van Herchen, Pelgrim van Kamphelde, van Batenborg Dirk en zijn broer. Verder dienstmannen o.a. Nicolaas van Voorst, Jacobus van Arnhem, Pelgrim van Horst, Ludolf en Gerard van Stralen,Steven van Smithuis,
Otto trouwde met Richardis van Scheyern Wittelsbach. Richardis is geboren omstreeks 1156. Richardis is overleden op 02-09-1191, ongeveer 35 jaar oud. Zij is begraven op 17-09-1191 in Roermond, Munsterkerk.
Kinderen van Otto en Richardis:
1 Lodewicus van Gelre [1.2.5.1.5.1].
2 Mechteld van Gelre. Volgt 1.2.5.1.5.2.
3 Otto van Gelre [1.2.5.1.5.3], geboren omstreeks 1175.
Notitie bij Otto: 1207 (Zutphanie)
Gerhardus, graaf van Gelria en Zutphania, draagt - in overleg met zijn moeder Richardis en zijn broers Otto, proost in Xancten, en Lodewicus op - aan de kerk van St. Walburg in Zutphania een hoeve in Tuchterde met twee horigen, voorts alle novale tienden in Lochem met andere inkomsten, onder meer uit het ploeggeld, het ruimgeld en de belasting op de erven in Zutphania, een en ander voor het zieleheil van zijn vader Otto en op voorwaarde dat de "fratres" daarvoor bepaalde kerkdiensten zullen verrichten en uit de opbrengst van de tienden brood aan de armen zullen uitreiken.
4 Adelheid van Gelre, geboren omstreeks 1178. Volgt 1.2.5.1.5.4.
5 Gerhardus V (IV) van Gelre, geboren omstreeks 1190. Volgt 1.2.5.1.5.5.
1.2.5.1.5.2 Mechteld van Gelre, dochter van Otto I van Zutfen van Gelre (zie 1.2.5.1.5) en Richardis van Scheyern Wittelsbach. Mechteld is overleden na 1247. Mechteld trouwde vóór 1221 met Hendrik II van Nassau, ten hoogste 41 jaar oud. Hendrik is geboren omstreeks 1180, zoon van Walram I van Laurenburg en Kunigunde van NN. Hendrik is overleden omstreeks 1250, ongeveer 70 jaar oud.
Kinderen van Mechteld en Hendrik:
1 Walram van Nassau [1.2.5.1.5.2.1].
2 Otto I van Nassau [1.2.5.1.5.2.2].
3 Jutta van Nassau [1.2.5.1.5.2.3].
1.2.5.1.5.4 Adelheid van Gelre is geboren omstreeks 1178, dochter van Otto I van Zutfen van Gelre (zie 1.2.5.1.5) en Richardis van Scheyern Wittelsbach. Adelheid is overleden op 12-02-1218, ongeveer 40 jaar oud. Zij is begraven in Rijnsburg. Adelheid trouwde, ongeveer 19 jaar oud, in 1197 in Staveren met Willem I van Holland, ongeveer 31 jaar oud. Willem is geboren omstreeks 1166, zoon van Floris III van Holland en Adelheid van Schotland. Willem is overleden op 04-02-1222, ongeveer 56 jaar oud. Hij is begraven in Abdij Rijnsburg. Willem trouwde later omstreeks 1220 met Maria van Brabant.
Notitie bij Willem: Vermeld op 2 augustus 1215 als getuige in een zgn "Königsurkunde" opgemaakt in Neuss. Aanwezigen o.a. Lodewijk hertog van Baiern, Hendrik hertog van Brabant, graaf Adolf van Berg, Hendrik hertog van Limburg en zijn zoon Walrav, graaf Willem van Holland, graaf Frederik van Altena en graaf Adolf van Mark.
Graaf van Holland en van midden Friesland vanaf 1206, na strijd met Lodewijk van Loon, die was getrouwd met Ada, de dochter van zijn broer Dirk VII die in 1203 was overleden.
In 1213 door keizer Otto IV erkend als graaf over geheel Holland.
Nam deel aan de derde kruistocht in 1189 waarbij zijn vader overleed in 1190. Zelf werd hij op de terugtocht in Frankrijk gevangen genomen. In 1191 keerde hij in Holland terug maar raakte in onmin met zijn oudere broer Dirk, die zijn vader was opgevolgd als graaf. Willem zocht steun bij de opstandige Friezen.hij kon zelf niet weg uit Zeeland en daarom stuurde hij zijn vrouw Aleid met een leger naar West Friesland. In 1195 kwam het tot een treffen tussen Aleid en haar zwager Dirk. Aleid won door de leiders van Niedorp en Winkel om te kopen. Het geschil werd bijgelegd en Willem kreeg het bestuur over het graafschap Midden Friesland. (Het huidige Friesland) Willem kreeg al snel weer een conflict met zijn broer. Hendrik de Kraan, heer van Kuinre hield strooptochten in Midden Friesland. Willem vernietigde daarop de burcht van Kuinre. Dirk VII had echter in 1196 het tijdelijk bewind over het bisdom Utrecht van keizer Hendrik VI gekregen en had zijn oom Dirk van Holland aangesteld als bisschop. Hendrik van Kuinre was leenman van de bisschop en Dirk kon dus niet toestaan dat diens goederen vernield werden. Hij liet zijn broer Willem door Hendrik van Kuinre gevangen nemen. Willem ontsnapte en vluchtte naar Otto I van Gelre. Deze lag ook in een conflict met Dirk van Holland, omdat hij pogingen ondernam om het Oversticht (Drenthe en Overijssel) te bemachtigen. In 1197 trouwde Willem met de dochter van zijn gastheer. In 1203 betwiste hij, na de dood van zijn broer, zijn nicht Ada de opvolging in de adellijke leenrechten van haar vader. In 1204 wist Lodewijk van Loon, de man van Ada, met hulp van de graaf van Vlaanderen en de bisschoppen van Luik en Utrecht, Willem te verdrijven naar Zeeland. In 1205 heroverde Willem echter zijn voormalig graafschap. In 1206 werd de vrede in deze "Loonse oorlog" getekend. Willem kreeg Zeeland en de streek rond Geertruidenberg en Lodewijk van Loon de rest. Maar in 1213 kreeg Willem het hele graafschap Holland als rijksleen van keizer Otto IV. In 1214 trok Willem met keizer Otto op en nam deel in de slag bij Bouvines. Hij wordt daar de behaarde graaf van Holland genoemd.
In 1216 nam Willem deel aan een Franse expeditie naar Engeland tegen Jan zonder Land. De Engelse koning bracht het verdrag van 1206 weer boven water en erkende alleen Lodewijk van Loon als graaf van Holland. Deze Jan bereikte ook dat Willem in 1216 werd geëxcommuniceerd door de Paus. Om van de ban af te komen heeft Willem in 1217 deel genomen aan de vijfde kruistocht. Op die tocht verwierf hij veel roem. Via een tussenstop in Portugal vanwege storm, hielp hij de Portugeze koning de Moren te verdrijven. In 1220 keerde hij terug na onenigheid met de pauselijke afgezant Pelagius over het afwijzen van de voorstellen van de Egyptische sultan al-Kamil om het ingenomen Damiate te ruilen voor Jeruzalem. Willem I verleende stadsrechten aan Geertruidenberg in 1213, Middelburg in 1217, Dordrecht in 1220 en waarschijnlijk heeft hij ook Leiden stadsrechten verleend. Tijdens zijn bewind zijn de dijken van de Hollandse Waard aangelegd. Ook de Hoogheemraadschappen zijn toen ontstaan.
Op zijn ambtszegel stond het opschrift Wilhelmus Comes Frisiae.
Kinderen van Adelheid en Willem:
1 Floris IV van Holland, geboren op 24-06-1210. Volgt 1.2.5.1.5.4.1.
2 Ada van Holland [1.2.5.1.5.4.2], geboren in 1202. Ada is overleden in 1258, 55 of 56 jaar oud.
Notitie bij Ada: Abdis van Rijnsburg
3 Otto III van Holland [1.2.5.1.5.4.3]. Otto is overleden op 27-03-1249.
Notitie bij Otto: 2e zoon van graaf Willem I van Holland en Aleid van Gelre.
Bisschop van Utrecht van 1233 tot 1249. Kon in 1245 pas tot bisschop worden geweid wegens verzet van de Utrechtse kapittels.
Was voogd vanaf 1234 over de zoon van zijn broer Floris IV die in dat jaar overleed.
4 Ricardis van Holland [1.2.5.1.5.4.4]. Ricardis is overleden op 03-01-1262.
5 Willem van Holland [1.2.5.1.5.4.5]. Willem is overleden in 1238.
Notitie bij Willem: Overleden tijdens een toernooi.
1.2.5.1.5.4.1 Floris IV van Holland is geboren op 24-06-1210, zoon van Willem I van Holland en Adelheid van Gelre (zie 1.2.5.1.5.4). Floris is overleden op 19-07-1234 in Corbie Frankrijk, 24 jaar oud. Hij is begraven in Abdij Rijnsburg.
Notitie bij Floris: Tot zijn 12e verjaardag stond hij onder voogdij van graaf Boudewijn van Bentheim.
Hij overleefde de Slag bij Ane in 1227, waarbij de bisschop Otto van Utrecht en zeer veel edelen omkwamen in het moeras en werden afgeslacht door de Drentse boeren onder leiding van Rudolf van Coevorden.
Floris trouwde, 14 jaar oud, op 06-12-1224 in Antwerpen met Machteld van Brabant, 18 of 19 jaar oud. Machteld is geboren in 1205, dochter van Hendrik I van Brabant en Mathilde van Lotharingen gravin van Boulogne. Machteld is overleden in 1267, 61 of 62 jaar oud. Machteld trouwde voorheen met Hendrik VI van Brunswijk.
Kinderen van Floris en Machteld:
1 Willem II van Holland, geboren omstreeks 1228. Volgt 1.2.5.1.5.4.1.1.
2 Hendrik van Holland [1.2.5.1.5.4.1.2].
1.2.5.1.5.4.1.1 Willem II van Holland is geboren omstreeks 1228, zoon van Floris IV van Holland (zie 1.2.5.1.5.4.1) en Machteld van Brabant. Willem is overleden op 28-01-1256 in Hoogwoud, ongeveer 28 jaar oud. Hij is begraven in Abdij Middelburg (herbegraven).
Notitie bij Willem: Van 1248 tot 1256 ook koning van het Heilige Roomse Rijk en daarmee kandidaat om tot keizer te kunnen worden gekroond.
Willem trouwde, ongeveer 24 jaar oud, in 1252 met Elisabeth van Brunswijk.
Kind van Willem en Elisabeth:
1 Floris V van Holland, geboren op 24-06-1254 in Leiden. Volgt 1.2.5.1.5.4.1.1.1.
1.2.5.1.5.4.1.1.1 Floris V van Holland is geboren op 24-06-1254 in Leiden, zoon van Willem II van Holland (zie 1.2.5.1.5.4.1.1) en Elisabeth van Brunswijk. Floris is overleden op 27-06-1296, 42 jaar oud. Floris trouwde, 13 of 14 jaar oud, in 1268 met Beatrix van Dampierre van Vlaanderen.
1.2.5.1.5.5 Gerhardus V (IV) van Gelre is geboren omstreeks 1190, zoon van Otto I van Zutfen van Gelre (zie 1.2.5.1.5) en Richardis van Scheyern Wittelsbach.
Notitie bij Gerhardus: 1207 Gerhardus, graaf van Gelria en Zutphania, draagt in overleg met zijn moeder Richardis en zijn broers, Otto proost in Xanten, en Lodewicus, op aan de kerk van St Walburg in Zutphen een hoeve in Tuchterde met twee horigen, voorts alle novale tienden in Lochem met andere inkomsten, onder meer uit het ploeggeld, het ruimgeld en de belasting op de erven in Zutphen, een en ander voor het zieleheil van zijn vader Otto en op voorwaarde dat de fratres daarvoor bepaalde kerkdiensten zullen verrichten en uit de opbrengst van de tienden brood aan de armen zullen uitreiken.
Vermeld in een oorkonde van 16 maart 1228 waarin hij, (Gerard van Gelre), 40 Carratas wijn geeft aan Arnulfus van Oudenaerde, die daarvoor zijn leenman wordt. De oorkonde is opgemaakt in Roermond. Het omschrift luidt: Gerardus graaf van Gelre en Zutphen.
Mogelijk ook vermeld in het oorkondenboek van Oost Friesland:
Nr 17 Herford, 20 september 1224; Koning Hendrik VII beleent de edele vrouw Sophia, echtgenote van graaf Otto van Ravensberg, met het graafschap in Eemsgouw en met meerdere goederen en rechten zoals graaf Otto van de koning en zijn voorgangers in leen heeft gehad. Getuigen: hertog Walravenus en Hendrik zijn zoon, Gerard van Wassenberg, graaf Gerard van Theiz, graaf Adolf van Altena, graaf Godfried van Arnsberg, Herman, advocaat van Keulen en zijn zoon, rentmeester van Woltburg, Gerlagus van Bodinken, Herman van Alvetere, Herman van Lon, Godschalk van Lon, Reinold van Ressen, Sweder van Dinkethen.
Gerhardus trouwde met Margareta van Lotharingen.
Kind van Gerhardus en Margareta:
1 Otto II van Gelre, geboren in 1214. Volgt 1.2.5.1.5.5.1.
1.2.5.1.5.5.1 Otto II van Gelre is geboren in 1214, zoon van Gerhardus V (IV) van Gelre (zie 1.2.5.1.5.5) en Margareta van Lotharingen. Otto is overleden in 1271, 56 of 57 jaar oud.
Notitie bij Otto: Volgt in 1229 zijn vader op als graaf van Gelre en graaf van Zutphen. Hij is dan pas 15 jaar oud. hij was gehandicapt en wordt wel de Lamme of de hinkende of Otto met de Paardevoet genoemd.
Vermeld in een oorkonde van 11 juni 1231; Otto, graaf van Gelre en Zutphen geeft Harderwijk dezelfde rechten en vrijheden als de stad Zutphen en daarnaast het recht van een jaar- en weekmarkt.
1242 … Bondam charterboek.
Theodericus, oudste zoon van de graaf van Clivae, geeft aan Otto, graaf van Gelria, tolvrijheid te Orsoy.
Otto trouwde, 25 of 26 jaar oud, in 1240 met Margareta van Kleef, ongeveer 20 jaar oud. Margareta is geboren omstreeks 1220, dochter van Diederik V van Kleef en Mechtild van Dinslaken.
Notitie bij Margareta: 26-12-1249. Keizer Wilhelm kent aan gravin Margaretha van Gelre een lijfrente toe van 1000 Mark uit de tol te Lobith aan de Rijn.
Kind van Otto en Margareta:
1 Reinald I van Gelre, geboren omstreeks 1255. Volgt 1.2.5.1.5.5.1.1.
1.2.5.1.5.5.1.1 Reinald I van Gelre is geboren omstreeks 1255, zoon van Otto II van Gelre (zie 1.2.5.1.5.5.1) en Margareta van Kleef. Reinald is overleden in 1326, ongeveer 71 jaar oud.
Notitie bij Reinald: Graaf van Gelre en Zutphen in de periode 1271-1326.
1271, 4 maart.
Reijnaldus, graaf van Gelria, staat de burgers van Sutphania opnieuw tolvrijheid in Lobede toe en bevestigt hun oude privileges, die hun ten onrechte door zijn vader Otto ontnomen waren, wat deze ook op zijn sterfbed erkend had.
Datum et actum apud Arnheym anno domini millesimo ducentesimoseptuagesimo primo feria quarta prima post dominicam qua cantatur Reminiscere.
1271, 29 april
Reynaldus, graaf van Gelria, bevestigt de tolvrijheid te Tolbede, door wijlen zijn vader Otto, graaf van Gelria, aan de burgers van Arnhem verleend, alsmede andere vroeger verleende voorrechten.
Datum et actum apud Aernhem anno domini millesimo ducentesimo septuagesimo prima
feria quarta proxima post dominicam quando cantatur Jubilate.
Werd in de slag bij Woeringen op 5 juni 1288 gevangen genomen.
Vermeld in een oorkonde van 23 februari 1281; Rechters, schepenen, raad en burgers van Keulen garanderen aan de onderdanen van graaf Reinald van Gelre vrij verkeer en vrije handel in hun gebied.
16 december 1284 Hansisches Urkundenbuch nr 960; König Eduard I von England nimmt auf Gesuch Herzog Rainald I von Geldern dessen Bürger von Harderwijk (Herderwick) für den Handel in seinem Reich in Schutz gegen Arrestirungen und Beschwerungen um fremder Schulden und Vergehen willen, indem er ihre eigenen dem Recht seines Landes unterwirft.
27 april 1291 OHA 190; Schout, Schepenen, Raad en gemeente van Deventer, approberen het hierin opgenomen, door bemiddeling van Reinald, graaf van Gelre, overeengekomen tarief van het tolgeld, dat de schippers van Herderwich (Harderwijk) te Coten zijn verschuldigd.
1299;Reinold, Graaf van Gelre, geeft aan de Abdis en het Convent ter Honnepe het door Godfried en Johan voormeld als leenroerig aan hem opgedragen erf Bernecoote overals vrij eigen (proprietatem libere conferimus). Gegeven te Lobede.
Reinald trouwde, ongeveer 19 jaar oud, op 11-03-1274 met Irmgard van Limburg. Zie 1.2.5.1.1.1.1.2.1 voor persoonsgegevens van Irmgard.
1.2.5.3 Gerard I van Mullenark van Gelre is geboren omstreeks 1122, zoon van Gerard II de Lange van Gelre en Ermgard (Ermengardis) van Zutphen (zie 1.2.5). Gerard trouwde met NN van Mullenark.
Kinderen van Gerard en NN:
1 Sophie van Mullenark. Volgt 1.2.5.3.1.
2 Jutta van Mullenark [1.2.5.3.2].
1.2.5.3.1 Sophie van Mullenark, dochter van Gerard I van Mullenark van Gelre (zie 1.2.5.3) en NN van Mullenark. Sophie trouwde met Herman V van Saffenberg. Herman is overleden in 1172.
Notitie bij Herman: Vermeld tussen 1140 en 1172.
Kinderen van Sophie en Herman:
1 Agatha van Saffenberg. Volgt 1.2.5.3.1.1.
2 NN van Saffenberg. Volgt 1.2.5.3.1.2.
1.2.5.3.1.1 Agatha van Saffenberg, dochter van Herman V van Saffenberg en Sophie van Mullenark (zie 1.2.5.3.1). Agatha trouwde in 1155 met Eberhard II van Sayn.
1.2.5.3.1.2 NN van Saffenberg, dochter van Herman V van Saffenberg en Sophie van Mullenark (zie 1.2.5.3.1).
Notitie bij NN: Erfgename van Müllenark.
NN trouwde in 1140 met Koenraad van Diest.
1.2.5.4 Adelheid van Gelre is geboren omstreeks 1125, dochter van [misschien] Gerard II de Lange van Gelre en [misschien] Ermgard (Ermengardis) van Zutphen (zie 1.2.5).
Notitie bij Adelheid: Vermeld in: http://www.manfred-hiebl.de/genealogie-mittelalter/geldern_herzoege_von/gerhard_2_der_lange_graf_vor_1141/gerhard_2_der_lange_graf_von_geldern_+_vor_1141.html
Adelheid trouwde met Ekbert I van Tecklenburg. Ekbert is geboren omstreeks 1115. Ekbert is overleden omstreeks 1150, ongeveer 35 jaar oud. Ekbert trouwde later met Adelheid van Limburg.
1.2.5.5 Salomé van Gelre is geboren omstreeks 1130, dochter van Gerard II de Lange van Gelre en Ermgard (Ermengardis) van Zutphen (zie 1.2.5).
Notitie bij Salomé: Alleen op basis van de vermelde voornamen van haar kinderen wordt vermoed dat zij afstamt van een graaf van Gelre.
Salomé trouwde met Hendrik I van Oldenburg - Wildeshausen. Hendrik is geboren omstreeks 1129, zoon van Egilmar van Oldenburg en Eilika van Rietberg. Hendrik is overleden omstreeks 1167, ongeveer 38 jaar oud.
Kinderen van Salomé en Hendrik:
1 Hendrik II van Oldenburg - Wildeshausen [1.2.5.5.1], geboren omstreeks 1147.
Notitie bij Hendrik: Vanaf 1167 graaf van Oldenburg
2 Gerhard van Oldenburg [1.2.5.5.2], geboren omstreeks 1148.
Notitie bij Gerhard: Bisschop van Osnabrück (1192 - 1216) en aartsbisschop van Bremen (1216-1219)
Gerhard bleef kinderloos.
3 Otto van Oldenburg [1.2.5.5.3], geboren omstreeks 1150.
Notitie bij Otto: Vanaf 1203 bisschop van Münster
Otto bleef kinderloos.
1.2.6 Judith van Zutphen is geboren omstreeks 1092, dochter van Otto II de rijke van Zutphen (zie 1.2) en Judith (Jutta) van Arnstein.
Notitie bij Judith: V ermeld in de Westfälische Geschichte; zie het artikel van Leo Lensen: Drie Zutphense zusters rond 1100.
Judith trouwde met Herman van Ravensberg. Herman is overleden in 1137.
Kind van Judith en Herman:
1 Otto van Ravensberg [1.2.6.1].
Gegenereerd met Aldfaer versie 6.2 op 06-04-2017 20:41:21